Mijn oma woonde samen met mijn tante en moeder toen zij nog jong waren in de Haagse Cornelis van der Lijnstraat, vlakbij Paleis Huis ten Bosch ‘s-Gravenhaagse Bos 10, 2594 BD Den Haag. De postcode van dit prachtige perceel met daarop een gebouwencomplex dat dateert van 1645 ken ik uit het hoofd, sinds de invoering van het systeem in 1977 waar door de overheid en postbedrijven gebruik van wordt gemaakt is ingevoerd om inwoners van Nederland te kunnen traceren.
Tot 2014 was Huis ten Bosch het woonpaleis van koningin Beatrix en haar overleden man Prins Claus. Sinds januari 2019 wonen koning Willem-Alexander, koningin Máxima en hun drie dochters in Paleis Huis ten Bosch.
Toen mijn oma nog leefde en ik bij haar als haar kleinkind logeerde gingen we regelmatig samen het Haagse Bos in. Watervogels voeren. Er liep langs de omrastering van het landgoed Huis ten Bosch een wandelpad, dat begon schuin aan de overkant van de straat waar zij woonde begon, met de ingang aan de Bezuidenhoutseweg. Op nog geen 200 meter van de toegang naar de opstallen van het paleis. Ik probeerde altijd een glimp op te vangen van de bewakers bij de poort, leden van de Koninklijke Marechaussee. Vond de witte versierselen op de donkerblauwe uniforms altijd indrukwekkend. Met dat beeld voor ogen paradeerde ik over de bospaden, langs de meertjes en over glooiende wildsporen in het bos. Dromend over wat ik later graag worden wilde.
Telkens weer heb ik de drang als ik in Den Haag ben om naar het Haagse Bos te gaan. Ik hou ook van de zee, dus een bezoekje aan Scheveningen of Kijkduin staat ook op het lijstje. Maar ik maakte er onder andere – als ik weer een aanstelling had om als arbiter voor de KNVB of NBB in de Hofstad te zijn – steeds tijd voor vrij om (afhankelijk van het aanvangstijdstip van de te fluiten wedstrijd) even een half uurtje door het Haage Bos te struinen. Herinneringen snuiven. Dan kon ik weer een tijdje teren op wat ik daar ervoer.
Bekend is jullie als vaste lezers ook dat mijn gezondheid de afgelopen twee jaren nogal wat deuken heeft opgelopen. Soms gaat het wel weer vrij aardig, maar terugvallen hoort er ook bij. Ik functioneer wel, maar anders dan vroeger, zeg maar.
Ook dat zette mij te denken. Nu weet ik dat je als je er niet meer bent in Nederland een aantal opties hebt. In mijn laatste wil heb ik opgenomen dat ik graag een plekje wil krijgen in of op wat ik het mooiste stukje grond van ons land blijf vinden. Nu is het volgens wetten en regels onmogelijk om te worden begraven in het Haagse Bos maar je kunt er wel je as laten uitstrooien. Dat is ook mijn wens. Voor als ik niet meer levend onder ons mag zijn. Vlakbij Paleis Huis ten Bosch, bij de eendenvijver.
Tót dat moment gebruik ik mijn enige nog goed werkende oog om te genieten van alles wat ik daar mag zien. Dan voel ik me weer opperbest. Binnenkort mag ik er weer naar toe. Basketbalwedstrijdje fluiten. Het leven is nog te mooi om het te verlaten.
Columnist Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat of wie hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.







