Eind jaren tachtig van de voorbije eeuw werd ik aangesteld als arbiter voor een bekerwedstrijd tussen twee standaardelftallen. Toen ik in de Officiële Mededelingen las welke match dat was moest ik twee keer slikken. Ik was wel eens eerder als fluitist richting Schouwen Duiveland geweest, maar mijn eindbestemmingen waren toen verenigingen op Zuid Hollandse schiereilanden Goeree-Overflakkee, Voorne-Putten en Hoeksche Waard. Het toenmalige VV Zierikzee, dat in het jaar 2011 met VV Mevo fuseerde tot SV MZC ’11, was een voor mij tot op dat moment onbekende club. Ook de tegenstander, Neerlandia’31 uit het Brabantse Dorst, was nieuw voor mij.
Nu was het voor de bond (toen) niet vreemd om scheidsrechters kilometers te laten reizen voor bekerontmoetingen maar ik reed toen en rijd nog steeds geen auto, vrachtwagen, touringcar of motor. Daarvoor heb je een rijbewijs nodig. En dat heb ik nooit gehaald.
Woerden, waar ik toen woonde, tot Zierikzee met openbaar vervoer nam volgens de dienstregeling op zaterdag zo’n 3 uur en 20 minuten tijd in beslag. Om daar om 13.00 uur, 90 minuten voor de aftrap te zijn moest ik dus om 9.32 uur met de stoptrein richting Gouda, overstappen op de stoptrein richting Rotterdam, overstappen op de metro richting Zuidplein, daar met de bus richting Oude Tonge, daar overstappen op een pendelbus naar Bruinisse, alwaar de streekbus klaarstond om mij door te rijden richting Zierikzee. Van het busstation moest ik met een andere streekbus door richting sportvelden. Ik had twee neutrale assistent scheidsrechters, toen nog grensrechters genoemd. Cas kwam uit Poortvliet en Edwin uit ’s Heer Arendskerke. Als je weet waar die dorpen liggen en hoe de infrastructuur van Zeeland in elkaar steekt dan moesten zij, ondanks de veel kortere afstanden hemelsbreed ook best wel wat kilometers afleggen. En als er één ding is waar Zeeuwen een hekel aan hebben is aan tijd verspillen.
Dat ik later in mijn ‘loopbaan’ nog een keer naar Goes, Middelburg, Vlissingen, Hulst en Tholen mocht om te fluiten waren kersen op de spreekwoordelijke taarten.
De wedstrijd stond bol van allerlei incidenten, de meeste positief, en eindigde in 5-5. Na verlenging moesten er omdat er niet meer werd gescoord strafschoppen werden genomen.
Ik had twee boekingen nodig om de match in goede banen te leiden. Eén vanwege hands omdat een veldspeler de bal met twee handen vastpakte om een snelle aanval te onderbreken. En één vanwege het feit dat de trainer van de gasten meende collega Edwin na een vermeend foutief vlagsignaal te moeten complimenteren met het woord ‘Smurf’. Deze liep daarna zelf blauw aan.
Zes doelpunten kwamen voort uit directe vrije trappen, waarvan één rechtsreeks uit een corner en één uit een strafschop. De overige uit acties, waarvan een omhaal de mooiste was. Na afloop was menigeen het erover eens dat men een bijzonder aardige wedstrijd had gezien.
Dat de thuisploeg de penaltyserie beter nam en uiteindelijk met 8-7 won zorgde ervoor dat het aantal goals precies uitkwam op 25. Daar teken je voor als je een middagje voetbalplezier op de velden wilt beleven.
En dan is de thuisreis ook wat aangenamer. Alles beter dan met een echo vol gezeur in je hoofd in het ov te moeten gaan plaatsnemen. En ik onthoud ook liefst de leuke dingen. Waar ik dan weer een column mee kan vullen. Waarvan acte.
Columnist Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat of wie hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.





