
Het Nederlandse scheidsrechterwereldje is divers. Met arbiters die uit alle windhoeken vandaan komen en verschillende etnische achtergronden hebben. Maar wel allemaal een zelfde doel nastreven.
Dat wordt nog wel eens vergeten. Voor mij is het nog steeds overduidelijk dat waar dan ook wedstrijden gefloten moeten worden men in een soort van quick scan probeert de aangewezen scheidsrechter ‘te lezen’.
In mijn eerste jaren als arbiter gaf men als reden daarvoor op dat men graag wilde weten wat men aan je had. Er werden geen zwaarwichtige conclusies aan verbonden.
Ik was jong, was meestal onberispelijk gekleed en trad naar buiten als een waardige vertegenwoordiger van de bond. Geen babbels, gewoon iedereen rustig tegemoet tredend. Want, zo was mij geleerd tijdens de KNVB cursus: bescheidenheid siert de man en een overdaad aan indrukken opwekken kan altijd een keer tegen je gaan werken. Ik voldeed daarmee aan het imago dat men graag zag van een leidsman. Je moest immers tijdens de wedstrijd laten zien wat men aan je had.
Ik ontkom niet aan de indruk dat het de laatste tien, vijftien jaar er geheel anders aan toe gaat. De fluitisten komen nog steeds allemaal met hetzelfde doel naar hun wedstrijden toe. Deze moeten van begin tot eind volgens de regels en richtlijnen van de KNVB verlopen. En daar moeten zij allemaal op toezien en naar handelen.
Maar er wordt heel anders naar de scheidsrechters gekeken dan vroeger. Alsof je aan het uiterlijk van een scheidsrechter kunt zien wie hij of zij is. Of daarvan kunt aflezen of hij of zij in staat is om te kunnen presteren. Laat ik man en paard maar meteen noemen: als Rabinder zich als arbiter meldt dan wordt er anders naar hem gekeken dan wanneer Ron zich bij het bestuur voorstelt als de leidsman van de dag.
Presenteert Shona zich aan de aanwezigen daar dan kijkt men anders naar haar dan wanneer Eduard in de bestuurskamer iedereen de hand reikt. Heeft Eduard toevallig een buikje dan valt hen dat minder op dan de borstomvang van Shona.
En men denkt er dan het zijne of hare van.
Het zegt helemaal niks over de capaciteiten van Rabinder, Rob, Shona of Eduard. Totaal niets. Maar de vooroordelen zijn er. En daar moet je als scheidsrechter heden ten dage op voorbereid zijn. Anders dan vroeger, toen men ‘van nature’ al respect had voor de arbiter van dienst.
Nu gaat men – figuurlijk gezien – al ruimschoots voor de wedstrijd met een gestrekt been op de tegenstander in. Men ziet de arbiter niet meer als bondgenoot, maar als opponent. Als iemand die je altijd tegen en nooit mee hebt. En dan is stereotyperen iets wat er klaarblijkelijk bij hoort.
Maar normaal vind ik het niet. Integendeel. Was het maar weer zoals vroeger. Dat men de fluitisten hoe dan ook respecteerde. Zonder aanzien des persoons. Dat wilde ik even kwijt.
Columnist Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat of wie hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.







