Bij Zwartewaal-Abbenbroek in de vierde klasse F gebeurde zaterdag iets heel opmerkelijks, iets wat ik nog nooit gezien heb. De tweede helft was een klein kwartiertje onderweg, de slagregens bleven het hoofdveld doorweken en het begon al een klein beetje te schemeren. Plotseling beende arbiter Michael Geysendorpher naar de dug-out van de thuisploeg en zei dat het wel erg donker aan het worden was. Hij wilde de lichten aan hebben. Maar rond het hoofdveld bij Zwartewaal staan geen lichtmasten, wel op het daarnaast gelegen tweede veld. ‘Dan gaan we verder op Veld 2’, verordonneerde de scheids. Iedereen verkaste naar het veld verderop en na een klein oponthoud werd de wedstrijd daar vervolgd. Er moest nog zeker een half uur gevoetbald worden.
Wat de scheidsrechter besliste was iets unieks. Het was handig en ook wel inventief. Hij had de wedstrijd ook kunnen staken vanwege de snel invallende duisternis. De weinige toeschouwers zouden dat trouwens niet betreurd hebben, want de weersomstandigheden waren erbarmelijk slecht en het voetbal dat beide ploegen op de doorweekte grasmat legden, was soms niet om aan te gluren, hoewel in de eerste helft de Abbenbroek spits Gavin Lo Kioeng Shioe me wel kon bekoren en aan de andere kant Joel Kroon, de lepe Rowan van Heijst en vooral Ferry van der Spuij in positieve zin opvielen.
Maar na de veldwissel was het vooral Dennis Vermeer, de keeper van de bezoekers, die mijn aandacht opeiste. Zijn ploeg keek tegen een 3-1 achterstand aan en trachtte met de moed der wanhoop de bakens nog te verzetten. Het voetbal speelde zich voornamelijk af op de helft van Zwartewaal, dat er nog maar heel af en toe uit kon komen.
Daar stond Dennis Vermeer dan, moederziel alleen in zijn eigen zestienmetergebied. Goed zichtbaar, want de lichtmast achter hem, nabij de cornervlag, zette hem letterlijk in de schijnwerpers. Een hele poos was er helemaal niemand in zijn buurt en afgezien van het licht om hem heen, werd het in een rap tempo donkerder, vooral in de lege verte. En ondertussen liepen de regenwolken nog altijd leeg boven het veld. Het was gigantisch mooi.
De voorbijtrekkende en goed zichtbare regenvlagen, de eenzame keeper in het licht en voor de rest de lege donkerte om hem heen raakten mij diep in het hart. Wat zich aan de andere kant van het veld afspeelde, boeide me ineens niet meer. Ik stond gefascineerd naar de Abbenbroekdoelman te kijken, die in het gure weer in de verte stond te staren, hopend dat zijn ploegmaten de aansluitingstreffer en misschien ook nog wel de gelijkmaker gingen maken.
Ik ging op zoek naar Ruud, de vader van Dennis, die steevast met zijn fotocamera in de weer is en tientallen foto’s maakt, telkens als zijn zoon moet voetballen. Ik had hem voor rust nog gesproken, toen hij op weg was naar zijn auto om een paraplu te halen. Na de wisseling van speelveld heeft hij ongetwijfeld ook nog foto’s staan maken, maar zo’n tien minuten voor tijd, toen ik aan hem wilde vragen of hij de schilderachtige omstandigheden waarin zijn zoon zich bevond, wilde vereeuwigen, kon ik hem nergens meer vinden. Ook Ben van Bloppoel, die al vele jaren Abbenbroekwedstrijden filmt en fotografeert, was niet meer te vinden.
Waarschijnlijk waren ze druipnat in hun auto op de terugweg naar huis, of misschien zaten ze in het clubhuis van Zwartewaal aan een warme bak thee of koffie. Hoe dan ook, het was doodjammer dat ik beide fotografen niet meer kon vinden. Want dan had ik bij dit verhaaltje een mooie foto kunnen plaatsen, waarin Abbenbroekdoelman Dennis Vermeer, gevangen in een soort Rembrandtlicht, eenzaam en alleen in de verte staat te staren, met de voorbij waaiende regenvlagen om hem heen. Nu moeten jullie het doen met mijn beschrijving. Maar neem van mij aan, het was geweldig mooi. Schilderachtig mooi. Magisch, idyllisch en feeëriek mooi.









Jan, leuk stukje en ja ik was verzopen naar de kantine gegaan.