Halverwege de jaren tachtig was ik een enthousiast en sterk gemotiveerd medewerker van de redactie van het gratis popmagazine Free van de Free Record Shops van wijlen Hans Breukhoven. In die hoedanigheid bezocht ik allerlei concerten, deed honderden interviews met allerlei popartiesten, reisde ik stad en land af voor de mooiste (en soms ook saaiste) ontmoetingen met organisatoren van muziekfestiviteiten en sprak ik regelmatig met collega’s uit het ‘vak’. Ik schrijf dat laatste woord maar even met aanhalingstekens. Want als je van een bepaalde hobby je werk kunt maken zonder dit als werk te zien maar vooral als prettige vrije tijdsbesteding dan was het dit beroep wel.
Ik combineerde het vaak met mijn hobby als voetbal- en basketbalscheidsrechter. En ging dus indertijd vaak op pad met mijn gevulde sporttas en mijn pen en kladblok. Het riep wel wat vragen op af en toe, maar soms gingen enkele collega’s van toen, die meestal voor concurrerende vakbladen en andere media schreven wel eens met mij mee.
Zo had ik een keer afgesproken met een gedreven journaliste, die de weg goed kende in Amsterdam. Daar moest ik eerst om 14.30 uur een wedstrijd fluiten van de standaardelftallen van ASV Arsenal en De Volewijckers. Niet ik maar zij viel van ons tweetjes het meeste op. We waren allebei ongeveer even oud, scheelden slechts een paar maanden, maar zij had een prachtige licht getinte huid, sprekende ogen en glanzend haar. Haar moeder, geboren in Soerabaya, een Indisch-Molukse, dochter van een Afrikaanse KNIL-soldaat die de door de legerleiding gegeven naam Molemans droeg. Haar vader, afkomstig van Curacao, telg van een Surinaams-Duitse familie. Deze mix leverde een verschijning op die zelfs mij in haar schaduw liet schitteren.
We gingen eerst om een uur of tien in de nabijheid van het Leidseplein in De Melkweg aan de Lijnbaansgracht wat koffiedrinken. Om elf uur hadden we beide voor onze opdrachtgevers een interview met The Silencers in het huidige hotel NH Leidseplein, naar aanleiding van de elpee ‘A Letter From St. Paul’. En daarna nam ik de tram en bus richting de toenmalige velden van Arsenal.
Een wedstrijd die probleemloos verliep, al ben ik het eindresultaat ervan eerlijk gezegd vergeten. Ik hoefde geen waarschuwingen uit te delen of deelnemers van het veld te sturen. We hadden daarna opnieuw afgesproken en hebben daarna het concert van The Silencers in Paradiso bezocht en ontzettend veel lol gehad in het lokale nachtleven, ook met andere aanwezige schrijfvrienden. Pas de volgende ochtend nam ik de trein terug naar huis, nadat ik Griselda gedag had gezwaaid. Ook wat er in die tussentijd is gebeurd ben ik vergeten…
Griselda? Juist. Griselda Visser. Zij was jarenlang, van 1990-2005, hét gezicht van Studio Sport. Onder het pseudoniem Griselda Molemans schreef zij in tal van kwaliteitsbladen naast artikelen en interviews over sport over entertainment, mode, muziek, beeldende kunst en archeologie. Daarnaast schreef zij een aantal boeken. Sinds 2005 woont en werkt ze in Los Angeles waar ze haar eigen persbureau QNA runt. Afgestudeerd archeologe en kunsthistorica, een vakvrouw in de journalistiek en mediawereld, maar sinds kort ook thrillerauteur. Haar debuutroman is nu een paar maanden uit: ‘Oog van de naald’. Ik heb het gelezen. Moet jij ook doen. En nee, ik heb niets met haar gehad destijds. Ben zelfs niet eens door het oog van de naald gekropen…
Columnist Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat of wie hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.






