Onlangs overkwam mij iets waar ik even niet op gerekend had. Het is inmiddels wel wijd en zijd bekend dat mijn rechteroog geen functie meer heeft. Ben zoals dat netjes heet visueel beperkt. In voetballand noemt men dat overigens gewoon blind. Het wordt vaak genoeg naar scheidsrechters geroepen als men denkt dat hij of zij niets heeft gezien. In mijn geval is dat als ik met mijn goede oog even knipper echt zo.
Na een wat onrustige nacht werd ik wakker en bleek ik verminderd zicht in mijn linkeroog te hebben. Ik belde de Huisartsenpost waar ik meteen terecht kon. De dienstdoende dokter overlegde met de oogarts en constateerde een geïrriteerd oog. En een zwelling van een ooglid. Met een zalfje werd ik naar huis gestuurd, wel met de opmerking dat als het verergerde ik meteen weer moest bellen. De volgende dag leek het erger te zijn geworden en ik belde met mijn eigen oogarts. Moest subiet naar het hospitaal komen. Na verschillende testen en onderzoeken bleek dat mijn gezichtsvermogen was teruggelopen naar 60%. Ik zag wazig en kon ook nauwelijks meer lezen en schrijven. Fietste daarvoor ook op gevoel naar het Beatrix ziekenhuis toe. Van muur tot muur en van tuin tot tuin, zoiets. Kreeg diverse soorten oogdruppels, kaliumtabletten, een tweede zalfje en een injectie in het oog. En moest twee dagen later een FAG onderzoek ondergaan. Dan krijg je een infuus in de hand en wordt er fluoriserende vloeistof in je ader gespoten. Een klinisch fotograaf schiet dan plaatjes van de beide ogen en kan afwijkingen daarin constateren. Na afloop plas je de vloeistof in 24 tot 32 uur uit. Wat wel leuk is als je daarna het licht uitdoet en nog even in de wc pot kijkt. Glow in the dark. Helemaal gratis.
Bleek vocht achter het netvlies te hebben. Na verloop van dagen is het vrijwel in orde gekomen, al is het zicht in mijn nog goede oog dus niet meer helemaal geworden zoals het was.
Wat bijzonder was was de ontmoeting met Leo in het Gorkumse Beatrix ziekenhuis. Zijn vrouw bleek vlak voor mij het FAG onderzoek te moeten ondergaan en hij keek me bij binnenkomst in de opstelruimte al aan op een manier zo van ‘ik ken jou ergens van’. Dat gevoel was wederzijds. De laatste keer dat ik Leo gesproken heb was toen ik vijftien jaar was, in 1979. Toen floten we allebei wedstrijden bij LRC Leerdam, bij de pupillen, op het oude complex op Loosdorp. Leo was toen nog volwaardig speler van het eerste. Een bijzondere voetballer, die voor mij vanwege zijn wat Zuid Europeaanse uiterlijk een gelijkenis had met een topvoetballer van Real Madrid. Maar Leo heette van achteren Miciek, en had juist Pools bloed. Zijn lange manen waren er door de jaren heen afgegaan, maar zijn donkere haren had hij nog steeds. Net als zijn onveranderde stem en zijn gulle lach.
In twintig minuutjes haalden we een heleboel herinneringen op. Over dat hij dacht dat ik een mollig ventje was, maar dat lag aan mijn zwart witte scheidsrechterpakje dat me veel te groot was. En over mijn oude aardrijkskundeleraar Nico van Hoogdalem, met wie Leo in het eerste voetbalde. Totdat zijn vrouw uit de behandelkamer kwam en ik aan de beurt was. Grappig dat je iemand ruim 44 jaar niet kunt zien en dan met hem kunt spreken op een wijze alsof je wekelijks bij elkaar over de vloer komt?
Columnist Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat of wie hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.








