Alles beweegt aan hem als je hem ziet lopen. Het hoofd wiegt heen en weer, de schouders gaan alle kanten op, de opgetrokken armen malen door de lucht en met zijn benen met ballonkuiten maakt hij kleine, kwieke en kordate pasjes. Dwaite Duurham, de pijlsnel aan de horizon verschenen speler van Spijkenisse heeft een klein, bonkig lichaam, maar is superbeweeglijk. Alles swingt aan hem. Je denkt er meteen ritmische muziek bij als je hem bezig ziet.
Zaterdag in de thuiswedstrijd tegen Nieuwenhoorn was hij door trainer Peter Wubben weer in de basis geposteerd, als speler aan de linkerflank. Linksback moet je Dwaite niet noemen, want hij doet veel en veel meer dan alleen zijn directe tegenstander bewaken. Dat was zaterdagmiddag Garrick Naarden en die kwam er geen moment aan te pas. Dat was opmerkelijk, want Dwaite stond nooit bij hem in de buurt als de bal ergens anders was. Hij dekte hem af in de zone, vaak op meer dan 20 meter afstand. Maar als de bal hun richting opkwam, zat Dwaite zijn directe tegenstander meteen bovenop zijn lip. Talloze malen kwam hij als winnaar uit het duel, geen enkele keer glipte Garrick erlangs. Mooi was dat Dwaite eenmaal in balbezit altijd voorwaarts speelde. Het balletje werd nooit teruggelegd, altijd naar voren. Daardoor bleef de vaart continu in de wedstrijd en zagen we niet het breivoetbal zoals we dat inmiddels van het Nederlands elftal op het WK in Qatar gewend zijn.
Het Spijkenisse van Peter Wubben blonk zaterdag uit in het vooruit verdedigen, het continu druk zetten en het passievol voetballen en de piepjonge Dwaite was daarin een van de aanjagers. Hij gunde niemand bij Nieuwenhoorn in balbezit een millimeter ruimte en omdat Dwaites ploegmaten dat op andere posities ook zo deden was Spijkenisse grote delen van de wedstrijd overal op het veld de baas.

Maar niet alleen verdedigend stond Dwaite zijn mannetje, ook aanvallend was hij bijzonder waardevol. Voortdurend verliet hij zijn positie achterin om voorin een extra afspeelmogelijkheid te zijn. Onvermoeibaar was Dwaite. Keer op keer denderde hij mee naar voor en telkens was hij weer op tijd terug als dat nodig was. Hij verzaakte daarin geen moment. Dwaite mag dan een klein ventje zijn, hij moet onmetelijk grote longen hebben. Een normaal mens heeft twee longen, maar hij moet er vier hebben. Ook toen de wedstrijd tegen het einde liep en alles en bij iedereen op het veld de tong op de tenen hing, trok Dwaite nog maar eens een sprintje van 40 meter mee naar voren om meteen daarna weer in het eigen strafschopgebied op te duiken om verdedigend in te grijpen. Bewonderend heb ik hem de hele wedstrijd in het oog gehouden. Wat een conditie moet die gozer hebben! Ik schat dat hij zaterdagmiddag misschien wel 20 kilometer rennend heeft afgelegd. En nog was hij niet moe.

Dwaite Duurham, de 19 jarige voetballer uit eigen kweek bij Spijkenisse, is ontzettend belangrijk voor de ploeg, die zaterdag tegen Nieuwenhoorn meerdere uitblinkers had. ‘Brobbey’ noemen ze Dwaite bij Spijkenisse, omdat hij qua fysiek, met zijn gelaatstrekken en met zijn donkere huid als twee druppels water lijkt op de spits van Ajax. Maar met de koosnaam Brobbey doe je Dwaite te kort. Zo spelend als tegen Nieuwenhoorn is Dwaite van veel grotere waarde dat zijn evenbeeld bij Ajax, die tot nu toe vaak veel te flets is. De Brobbey van Spijkenisse is nooit flets. Altijd blinkt hij uit. Iedere keer weer is hij een van de belangrijkste spelers op het veld. Daarom kunnen ze de Brian Brobbey van Ajax voortaan beter Duurham gaan noemen en wij Dwaite gewoon Dwaite.








