Als voetballer kon je immer op hem rekenen. Jeroen van der Horst was de speler die altijd en overal de strijd aanging. Op hem kon je onvoorwaardelijk bouwen. Hij kwam bij wijze van spreken met het mes tussen zijn tanden het veld op en de woorden ‘terugwijken’ en ‘capituleren’ kwamen niet in zijn woordenboek voor. Zijn poot trok hij nooit terug en bij het uitvechten van de duels keek hij niet op een ledemaat meer of minder. Trainers waren dol op hem, want met zo’n ijzervreter in het elftal konden de jongens die echt konden voetballen de dingen doen waarin zij goed waren. Jeroen knapte voor hen het vuile werk wel op.
Vandaag de dag voetbalt hij niet meer. Bij fusieclub Fortuna Be Quick staat hij dit seizoen als hoofdtrainer voor het eerst op eigen benen. Aangenaam verrast was hij toen ik hem een half uurtje voor de wedstrijd Abbenbroek-Fortuna Be Quick op het terras van de thuisclub tegen het lijf liep. ‘Ik kom speciaal voor jou’, zo begroette ik hem, ‘en dan vooral om te kijken of jouw elftal bestaat uit elf schoppers, of ze op de manier voetballen zoals jij dat altijd gedaan hebt.’ ‘Jammer genoeg niet’, ging Jeroen er meteen serieus op in. ‘Het zijn allemaal keurig nette jongens. Ik zou willen dat er een paar bij liepen zoals ik was. Ik heb zelfs overwogen om weer te gaan voetballen, dan hebben ze in ieder geval één bikkelaar op het veld staan. Met mijn 38 jaar zou dat nog moeten kunnen als ik er goed voor zou gaan trainen’, besloot hij zijn verhaal met een glimlach.
Of het zover komt, is niet geheel uit te sluiten. Jeroen is er gedreven genoeg voor en als je zijn ploeg tegen Abbenbroek bezig zag, later die middag, zou je wensen dat ze er een paar voetballers bij hadden die voorop gingen in de strijd. Ze begonnen heel goed aan de wedstrijd. Binnen luttele minuten waren ze lustig combinerend een paar keer als mes door de boter door de defensie van Abbenbroek gesneden, maar aangekomen voor keeper Dennis Vermeer hielpen ze enkele levensgrote kansen om zeep. Overdrijven is mijn vak niet, maar na een kwartiertje had het zomaar 0-3 kunnen staan. Moeten staan zelfs.
Maar zover kwam het niet en als je zelf de goals niet maakt, dan vallen ze aan de andere kant. De tot dan toe totaal onzichtbare Randy de Macker soleerde langs drie, vier verdedigers en schoot de bal vervolgens loepzuiver achter keeper Bryan Huijzers. Dat hij die verdedigers zomaar voorbij kon lopen was bij Jeroen van der Horst als speler nooit gebeurd. Randy de Macker zou al voordat hij het strafschopgebied betreden had neergegaan zijn. Een paar minuten later kreeg diezelfde Randy de Macker net buiten de zestien tijd en ruimte om vernietigend uit te halen, waarmee hij de 2-0 liet aantekenen. Zoveel ruimte had hij bij Jeroen nooit en te nimmer gekregen.

Jeroen zag het vanaf de zijlijn allemaal gebeuren. Bij de 1-0 schopte hij nog boos een kratje drinkbussen omver, die hij meteen daarna weer netjes opruimde, maar verder bleef hij rustig. Het pleit voor hem dat hij niet vaker uit zijn stekker ging. Dat had trouwens ook geen zin gehad, want Fortuna Be Quick heeft geen jongens in de ploeg die dwars door muren lopen. Jeroen bleef rustig, alsof hij erin berustte dat zijn ploeg in de strijd op het veld de onderliggende partij was. Hij zei het voor de wedstrijd toch al? Als trainer mist hij jongens die de strijd aan gaan, jongens zoals er bij thuisploeg Abbenbroek wel een paar bij liepen. Jean Paul van Diggelen, Pascal van der Hor en nog een paar anderen kletsten er telkens vol in en kwamen vaak als winnaars uit de duels, tot afgrijzen van Jeroen, die diep in de tweede helft tegen de scheidsrechter begon te jammeren dat die spelers van de thuisploeg wel erg veel aan het schoppen waren. Maar intussen zag je hem denken: had ik zulke spelers maar.
Voetballend was zijn ploeg echt niet minder, maar na 90 minuten stond er wel 4-0 op het scorebord. Toch is er wel degelijk hoop. Kort voor tijd ging Bart Dam vrij fors een duel aan en raakte daarbij een Abbenboekspeler. ‘Eindelijk’ verzuchtte Jeroen. Het heeft tijd nodig, maar ik denk dat ze over een poos bij Fortuna Be Quick de kaas niet meer van het brood laten eten. En anders moet Jeroen dan maar als speler terugkeren om zelf het voorbeeld te geven.







