,,G voetbal is bedoeld voor mensen die vanwege een lichamelijke en/of verstandelijke beperking belemmerd zijn in hun bewegingsmogelijkheden en geen aansluiting kunnen vinden bij een regulier voetbalteam. Deze groep voetballers heeft net even meer aandacht nodig en moet dingen duidelijker en eenvoudiger uitgelegd krijgen. Altijd is het uitgangspunt dat er recreatief wordt gespeeld en dat zoveel mogelijk de spelregels van ‘het gewone voetbal’ worden gehanteerd. G-voetbal wordt gespeeld volgens de regels van de FIFA. Door de verstandelijke en of lichamelijke beperking zijn er een paar belangrijke spelregels aangepast. Voor deze doelgroep organiseert KNVB competities. De vormen zijn 7 tegen 7 en 8 tegen 8. En dit moment spelen zo’n 4000 jeugd- en seniorenleden georganiseerd en zo’n kleine 1500 spelers ongeorganiseerd G-voetbal.”
Tot zover het verkooppraatje. Want mijns inziens is er nog ruimte voor vele duizenden instappers. Vlak voordat ik te horen kreeg dat ik suikerziekte heb floot ik nog een vriendschappelijk wedstrijdje 8 tegen 8 op een sportveld nabij een mytylschool. Daar leerde ik Alfons kennen. Een 35-jarige jongeman met het syndroom van Down.
Alfons speelt al een jaar of zeven voetbal. Woonde eerst in een klein dorpje vlakbij mijn oude woonplaats Woerden, maar verhuisde met z’n ouders naar het grote Utrecht. In het dorp bezocht hij jarenlang, vanaf het moment dat zijn kleinere broer ging voetballen, de lokale club. Maar meevoetballen mocht niet. De vereniging kende verder geen lotgenoten. En meespelen met de ‘gewone’ teams vond men te riskant. Waarom is mij niet duidelijk geworden. Maar er was ook een zekere schaamte, zo vertelde Alfons.
Na de verhuizing naar Utrecht Oost veranderde alles voor hem. Zijn broer, die acht jaar jonger is, en in Utrecht studeert, liet zich overschrijven naar één van de clubs nabij stadion Galgenwaard. En Alfons mocht ook lid worden. Want, de betreffende voetbalvereniging kende op dat moment al zes G-elftallen. Niet bestaand uit elf spelers in het veld, maar wel (op één selectie na) elf spelers in het team. Alfons werd nummer 11 in het 6de.
En een paar seizoenen later staat hij op doel in het 2de. Ik was uitgenodigd om het eerste te fluiten, voor een goed doel, tegen een ‘profclub’ uit Arnhem. En Alfons mocht een keer met de hoofdmacht meedoen. Zo fanatiek als hij was liep hij eerst een minuut of vijftien warm. En vlak voor aanvang kreeg hij van de coach de aanvoerdersband om. En mocht dus komen tossen. Dat vond hij fantastisch. Toen hij deze won kon zijn dag al niet meer stuk. Hij rende juichend een rondje langs de afrastering voordat hij op doel ging staan. Wat hij precies verkoos, de aftrap of welke speelhelft, werd me toen pas duidelijk.
Het was ook een leuke wedstrijd mee te maken. Het team van Alfons speelde uiteindelijk met 7-7 gelijk. Ongekend spannend ook. En daarna vertelde hij trots dat ‘het publiek gewonnen had vandaag’. Als een échte professional. Alfons is voor mij de verpersoonlijking van de pure voetballer in onze sport. Je mag presteren, maar moet er vooral lol in hebben. En wat de uitslag uiteindelijk ook is, na afloop heb je met elkaar nog een gezellig samenzijn.
Ken je iemand in jouw omgeving die dit ook verdient om mee te maken? Maak hem of haar lid van een voetbalclub. Of een andere sportvereniging. Nu.
Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.








