Ik kan me nog heel goed herinneren bij welke wedstrijd ik voor het eerst als arbiter een rode kaart moest geven. Het kwam toevallig zo uit dat het de eerste seizoenen niet nodig was. Meestal had ik aan een vermaning, later aan een gele kaart genoeg om spelers tot de orde te roepen. Maar de eerste keer was meteen ook een onvermijdelijke. Daarna volgden er (helaas) meer want als het nodig was dan was het ook echt nodig.
Ik kan me van de KNVB-cursus op de bovenverdieping van café op de Langendijk aan de Lingehaven in Gorinchem een aantal termen die gebruikt werden om zware overtredingen herinneren. Deze werden veelal bestempeld als ‘opzettelijk’. Om die term wat af te zwakken werd later het woord ‘doelbewust’ ook gebruikt.
Woorden die we tegenwoordig moeten vergeten, want het Britse begrip ‘intentional’ mag niet meer worden gebruikt om een overtreding van voetballers te bestraffen. Het is volgens de maatstaven van de 21ste eeuw namelijk niet mogelijk om iemand een gele of rode kaart te geven omdát je niet in een hoofd van een speler kunt kijken wat er zich daar afspeelt. Waarom dat al die jaren ervoor klaarblijkelijk wel mogelijk was kan nog steeds niemand me uitleggen.
Soms zie je al van tevoren aankomen dat er iets staat te gebeuren. En omdat je als scheidsrechter niet ergens voor mag fluiten omdat je denkt dat er iets op stapel staat moet je toch even wachten hoe één en ander zich ontwikkelt. Natuurlijk kun je iemand wel proberen met woorden te waarschuwen áls je de gelegenheid nog daarvoor hebt. Maar je mag de toekomst nooit een draai geven en daardoor het spel beïnvloeden. Maar als iemand een grens overschrijdt die door de spelregels duidelijk beschreven is dan heb je als scheidsrechter de taak om daar wat mee te doen.
Mijn 25ste rode kaart heb ik vorig jaar pas gegeven. Na 42 jaar fluiten dus gemiddeld per seizoen nog geen twee verwijzingen naar de kleedruimten. Twee spelers van standaardelftallen uit Rotterdam Oost en Delft hadden al enkele keren binnen tien minuten mot met elkaar gehad. Eerst met woorden, daarna volgde een klein duwtje in de rug bij een poging door de verdediger van de thuisploeg om een voorzet van de gasten weg te koppen.
Ik had daar voor gefloten, maar beide spelers raakten elkaar vervolgens aan, trokken aan elkaars shirtje en duwden vervolgens de ander van zich af. Volgens de spelregels voor beid spelers geel. En die kaart trok ik ook. Ik riep beide aanvoerders erbij en gaf aan het viertal in rustige bewoordingen aan dat men van elkaar af moest blijven en elkaar met rust te laten.
Het leek ook even goed te gaan, want de trainers lieten de spelers van positie veranderen. Maar tijdens een counter richting het Delftse doel kwamen beide spelers elkaar weer tegen. Ik zag het al aankomen maar moest het laten gebeuren. Een duel volgde. De verdediger gleed van achteren met hoog geheven been en voet in op de aanvaller, die met nog twee andere verdedigers in de buurt op het bolwerk van z’n opponenten af ging. De Rotterdammer werd vol op de knie geraakt en stortte gillend ten aarde.
Ik floot snerpend hard. De overtreding was van dien aard dat ik direct rood trok. ‘Ernstig gemeen spel’, maar zeker ook met de kans z’n tegenstander richting het Ikaza te schoppen. Uiteraard ontstond er enige commotie. Alsof het gebruikelijk is om na een rode kaart de arbiter even van alles naar het hoofd te slingeren. Maar dit verstomde al snel toen bleek, dat de rechtsbuiten uit 010 niet meer uit zichzelf op kon staan.
Een ambulance werd besteld. En die was er binnen een kwartier. De jongeman bleek zijn been te hebben gebroken. En niemand had het meer over de rode kaart.
Negen maanden later speelde het slachtoffer van toen weer. Gelukkig. En de dader? Hij nog steeds niet. Hij bleek al meer op z’n kerfstok gehad te hebben. Diverse schorsingen. De langste was tot dan 12 wedstrijden onvoorwaardelijk. Pas begin november van dit jaar mag hij weer. Of hij er iets van geleerd heeft zal nog moeten blijken. Want na een volgende aanslag speelt hij helemaal niet meer. Denk ik.
Voor wie het weten wil: ik heb daarna geen rode kaart meer gegeven. Het is bij die 25ste gebleven.
Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.








