
In mijn jeugd fietste ik als scheidsrechter soms grote afstanden om in de middag omstreeks half drie een A1 junioren- of standaardseniorenwedstrijd te fluiten. Had toen en heb nog steeds geen autorijbewijs. Zoveel mogelijk met ov gereisd. Maar als het even kon pak(te) ik de fiets.
Vanuit mijn toenmalige woonplaats Leerdam koos ik voor mijn hobby alle windrichtingen. Het was nooit vanzelfsprekend, dat je op de terugweg naar huis wind mee had als je op de heenweg wind tegen kende. Niets was en is zo verraderlijk als de wind. Vaak genoeg meegemaakt dat ik zowel heen als weer me het snot voor de ogen trapte. En als het harder loeide in omgekeerde richting, dan kon ik onderweg nog wel eens een oerkreet laten klinken.
De verste fietstocht maakte ik in het seizoen 1993-1994. Toen was ik aangesteld voor een beslissingswedstrijd op Rotterdam Prinsenland, precies vijfenvijftig kilometers van huis. Naast het KNVB bondsbureau. De vooruitzichten van het weer waren prima. Weinig wind, zuidelijk. Temperatuur een graadje of 23. ’t Zou droog blijven.
Twee interregionale A-junioren teams speelden om een promotieplek. Eentje uit Gouda en eentje uit Maassluis. Voor beide teams en hun publiek goed aan te rijden.
Ik was ruim op tijd aanwezig. Had er ruim drie uur over gedaan, en had er ‘ongelofeloos veel zin in’.
De ploeg uit Maassluis won, met 4-2. Doelpuntrijke ontmoeting, na een 1-1 ruststand. Geen officiële waarschuwingen of veldverwijzingen. Gele en rode kaarten werden toen nog niet gegeven. Niks bijzonders verder, behalve dat ik voor de terugrit goed had gegeten en genoeg (frisdrank) had gedronken.
De eerste ruk van Rotterdam naar Bergambacht ging prima. Heen had ik voor een zuidelijker gelegen route gekozen. Via Noordeloos, Oud-Alblas en Hendrik-Ido-Ambacht. Het stukje tussen Bergambacht en Groot-Ammers liep via de dijk, maar deze was afgesloten. Ik ging onderlangs richting Brandwijk en Ottoland naar Noordeloos, waar de lucht alsmaar donkerder werd en plotseling de Hemelpoort openging.
Donders, bliksems en vooral hagel en regen deelden mijn pad richting de Bazelbrug tussen Meerkerk en Arkel, naar Nieuwland. En een ijzige koude, waartegen ik me niet kon wapenen, benam mij. Zo onvoorspelbaar als weer kan zijn werd het. De laatste zeven kilometers naar huis waren onvergetelijk.
Had er meer dan vier uur over gedaan, al berekende ik achteraf dat dit nog best wel snel was. Maar ik had wel een les geleerd.
De fietstochten nadien waren nooit meer langer dan dertig kilometer heen, en hetzelfde terug. En ik leende af en toe nog wel eens een brommer, als de weersomstandigheden wat minder (b)leken.
Want mijn hobby moest natuurlijk wel leuk blijven, hè?
Nb. Voor de organisatie van de finaledag van de VRC vlak voor de zomer in Ridderkerk heb ik met de e-bike de hele route vanaf Gorinchem (waar ik tegenwoordig woon) vice versa gefietst. Zo’n 74 kilometers totaal. Dat had ik wel een keertje voor Scheidsrechters op Maat en de gebroeders Feenstra over.
Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.







