In zijn lange trainersloopbaan heeft hij al vele nacompetitiewedstrijden achter de rug. Met Excelsior’20, Alexandria’66, CVV Zwervers Nieuwerkerk en DSO sleepte hij al periodetitels in de wacht en met Nieuwenhoorn, zijn huidige club, deed Oscar Biesheuvel dat eveneens. Wederom plaatste hij zich voor een nacompetitie met als inzet promotie naar een hoger niveau. Aanstaande zaterdag is hoofdklasser Scherpenzeel de eerste tegenstander en samen met Oscar kijken we vooruit naar die wedstrijd. En we kijken ook een beetje terug naar het seizoen, zijn eerste bij de club aan de Rijksstraatweg. Dat doen we op een donderdagavond, vlak voor de training.
Vertel om te beginnen eens hoe je bij je aantreden als trainer van Nieuwenhoorn dacht over het seizoen dat toen nog moest beginnen.
Oscar: ‘De club wilde graag terug naar de status van weleer, zo werd me bij onze kennismakingsgesprekken duidelijk gemaakt. Dat is een meerjarentraject. Binnen drie jaar zouden ze weer hoofdklasser moeten zijn en daarmee weer Eilands Glorie. Als trainer wilde ik daar graag mijn steentje aan bijdragen. Om dat te realiseren is natuurlijk wel een uitdaging en die uitdaging ging ik graag aan. Het meest logisch in het eerste seizoen van zo’n meerjarenplan zou een plekje in de middenmoot zijn, zeker omdat het ons eerste volledige jaar in de eerste klasse zou zijn. Dan zou handhaven al een prestatie op zich zijn.’
Wat dat betreft is het seizoen boven verwachting gegaan, want jullie eindigden op de tweede plaats.
Oscar: Je weet van tevoren natuurlijk niet hoe het gaat. Jij mag dan wel zeggen dat ik al veel periodetitels heb gehaald als trainer, maar dat kun je eigenlijk vergelijken met beleggen: behaalde resulaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Je moet het elke keer weer opnieuw doen. Het is een hele fraaie teamprestatie dat we tweede zijn geworden. En de nacompetitie is dus een mooie beloning voor die prestatie.’
Had er meer in gezeten dan die tweede plaats of heb je een jaar lang boven je stand geleefd?
Oscar: ‘Uiteindelijk sta je op de plek op de ranglijst die je verdient, dus boven onze stand hebben we zeker niet geleefd. Of er meer in gezeten had? Je kunt wel vaststellen dat over een heel seizoen Kloetinge de betere ploeg was. Zij hebben een hele goede selectie, met bijvoorbeeld in de gelederen een 18-jarige topscorer, die nu naar Sparta vertrekt. Als we boven hen waren geëindigd zou dat wel heel verrassend geweest zijn. Wij hebben in Kloetinge weliswaar van hen gewonnen, maar wedstrijden waarin ze niet zo goed waren, wonnen zij meestal toch. Wij niet. Als wij niet top waren, verspeelden we punten. Dat kwam omdat je als ploeg nog stappen moet maken. In sommige wedstrijden creëerden we te weinig kansen, deden op het middenveld niet alles goed of lieten achterin steekjes vallen. Daarin kunnen we echt nog wel stappen maken en daar werken we hard aan. Maar we eindigden wel als tweede en dat is gezien de tegenstand in deze afdeling, met goede ploegen als RVVH, XerxesDZB en Heerjansdam toch iets waarover ik tevreden ben. Het is tevens een groot compliment aan de jongens, want we hadden met deze ploegen erbij ook op de vijfde of zesde plaats kunnen eindigen. ’
Hoe kijk je uit naar de nacompetitie? Ga je tegen Scherpenzeel anders te werk dan bij competitiewedstrijden?
Oscar: ‘Nee, we houden vast aan het spel dat we al een heel seizoen spelen. Het spelen van nacompetitiewedstrijden is heel verslavend. Er komt veel emotie bij kijken, omdat alles in één wedstrijd beslist moet worden. En kom je een ronde verder, dan moet het weer in één wedstrijd gebeuren. Je weet van te voren nooit hoe het afloopt en dat maakt voetbal eigenlijk zo leuk. Wij gaan geen andere dingen doen, maar houden vast aan het speltype dat we al een heel seizoen hanteren. Organisatorisch goed staan, aan de bal dominant willen voetballen en verdedigend hoog druk zetten en niet afwachten. Om zo te voetballen, daar hebben we ook het team voor en bovendien is het ook leuk om te zien voor de supporters. Dat gaan we echt niet veranderen. Natuurlijk moet je wel kunnen anticiperen op dingen die in een wedstrijd gebeuren, als de tegenstander zus of zo doet, met vijf man achterin speelt bijvoorbeeld, of plotseling inzakt of juist druk naar voren zet, maar ons spelletje biedt wel houvast. Dan moet je in de nacompetitie geen andere dingen gaan doen.’
Wat weet je van Scherpenzeel?
Oscar: ‘We zijn overspoeld met wedstrijdanalyses. Voetbal is een kleine wereld en hulp is van vele kanten gekomen. Daar prijs ik me wel gelukkig mee. Ook op Youtube kun je veel samenvattingen zien van wedstrijden die Scherpenzeel gevoetbald heeft. We zijn dus goed op de hoogte van de kwaliteiten van die ploeg. Ze hanteren vaak de lange bal, hebben voorin hele goede voetballers lopen, maar hebben ook veel doelpunten tegen gekregen. Ik ga mijn spelers niet urenlang vertellen waar hun kwaliteiten liggen en met hen analyseren wat hun minder goede dingen zijn. Het volstaat om ze in korte lijnen duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten, waar onze kansen liggen en waar ze voor moeten uitkijken.’
Hoe staat je ploeg ervoor? Zijn er nog blessures of schorsingen?
Oscar: ‘Het weekje rust dat we achter de rug hebben, komt ons goed uit. We hadden met Melvin Winterberg, Merijn Wolters, Lukas Hamann en keeper Mike van de Wijngaart een paar jongens die niet helemaal fit waren. Die hebben nu hun rust kunnen pakken en aan hun herstel kunnen werken. De verwachting is dat ze zaterdag allemaal kunnen spelen. Schorsingen hebben we niet, dus we zijn compleet. Scherpenzeel kan echt aan de bak. Ze moeten een hele goede dag hebben willen ze zaterdag van ons winnen.’







