In de wedstrijd tussen NEC en FC Groningen, enkele weken geleden, kreeg speler El Karouani de bal in de achttiende minuut tegen zijn hoofd geschopt. Hij lag toen op de grond en was even weerloos. Toen hij daarna zich oprichtte, stond hij even hoofd aan hoofd met de dader en FC Groningen-spits Jørgen Strand Larsen. Scheidsrechter van dienst Van der Eijk gaf El Karouani vervolgens rood voor een ‘koppende duwbeweging’.
Na het zien van de televisiebeelden zei de arbiter later tegen ESPN. ,,Het was te zwaar, ik ben niet blij met de beslissing.” Op zich dapper, want niet iedere BVO scheidsrechter heeft het lef om z’n ongelijk toe te geven.
Voor dezelfde camera reageerde vervolgens NEC-trainer Rogier Meijer. Hij begreep de beslissing van de arbiter niet. En was boos. ,,Er gebeurt helemaal niets. Ik heb dit seizoen ergere voorvallen gezien, waar niets aan gedaan wordt. Het is volstrekte willekeur.” Ervaren speler Lasse Schöne van dezelfde ploeg voegde er even later aan toe: ,,Het is een vol stadion, de druk zit erop. Hij (de scheids) is er blijkbaar niet klaar voor.”
Vooropgesteld, als oud-collega van Van der Eijk onderschrijf ik dat het nemen van beslissingen soms plaats heeft zonder dat je rekening houdt met allerlei invloeden. Je handelt impulsief. Binnen, maar ook buiten het veld gebeurt er bij dit soort situaties van alles. En je hebt maar twee ogen, twee oren en één hoofd vol met hersenen.
Met dit verschil, dat in het betaald voetbal nog twee ervaren assistent scheidsrechters langs de lijn mee kunnen kijken en luisteren, een vierde official hetzelfde kan doen en via beeldschermen vanuit Zeist twee VAR secondanten kunnen adviseren wat zij hebben kunnen waarnemen. Als arbiter in het amateurvoetbal kun je dat niet, of in mindere mate, afhankelijk van het niveau waarop je fluit.
Ook ik dacht in eerste instantie, dat er een kopstoot werd gegeven. Maar vanuit verschillende hoeken werd juist getoond dat beide spelers tegen elkaar aanleunden met de hoofden. De één trok de zijne wat terug en de andere liet deze meebewegen. Van der Eijk zag in het veld alleen wat El Karouani leek te doen.
Ik heb ook een keer zo’n situatie aan de hand gehad in Nieuwerkerk aan den IJssel. Gaf beide spelers een gele kaart. Achteraf ging de discussie over wel of geen (echte) kopstoot. En wie begon. Voor mij was duidelijk dat ik geen heuse kopstoot kon waarnemen, zelfs geen kleintje. Maar wel dat er sprake was van een opstootje. En volgens de regels moet je dan beide spelers een officiële waarschuwing geven. Dat had Van der Eijk ook kunnen bedenken. Vind ik.
Maar ik heb me vooral gestoord aan de opmerking van Lasse Schöne. Wát de arbiter ook besluit, je moet respect hebben voor welke beslissing er ook door hem (of haar) genomen wordt. Veel amateurvoetballers kijken naar betaald voetbalwedstrijden. En luisteren naar wat BVO-spelers na afloop vertellen.
Bovendien: Van der Eijk wordt net als zijn andere collega’s wekelijks getraind in en gecoacht vanuit Zeist. Het is geen voetbalouder, die omdat er geen arbiter te vinden is maar even een fluitje in de handen gedrukt krijgt en onvoorbereid zijn of haar kunnen toont tussen de koters en pubers. Het is een arbiter die professioneel met zijn vak bezig is. En weet wat de belangen kunnen zijn in het betaald voetbal, maar ook wat zijn optreden voor effect kan hebben bij de amateurs.
Een beetje respect. Dat ontbrak eraan bij Lasse. Gelukkig begrijpt hij na zoveel jaren in Nederland te zijn wel wat ik hier opschrijf. Sturen jullie hem deze column toe? Dankjewel.
Egbert Egberts floot bijna 42 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.








