Naast de broers Robin en Neal van Buuren speelt er bij Zuidland nog een broederkoppel in het eerste elftal: de 22-jarige Kai de Hoog en zijn twee jaar jonger broertje Morris. Samen in het eerste voetballen ze nog tot het einde van dit seizoen, want dan maakt Morris de overstap naar Spijkenisse, de club waar hij in de jeugd al een aantal seizoenen heeft doorgebracht. Nu ze nog samenspelen willen we van hen weten hoe ze naar elkaar kijken, wat ze van elkaar vinden en hoe het is om samen in een eerste elftal te voetballen. En natuurlijk hoe Kai erover denkt, nu zijn broertje straks bij Spijkenisse gaat voetballen. Voor een training gaan ze beiden in op onze vragen.
Kai, vertel eens wat voor soort voetballer Morris is.
Kai: ‘Het eerste wat bij me opkomt is zijn mentaliteit. Morris doet er alles aan om te winnen en zowel tijdens trainingen als tijdens wedstrijden geeft hij alles. Altijd. Hij zorgt ook goed voor zijn lichaam, zit vaak in de sportschool. Wat dat betreft zit ik iets anders in elkaar. Ik ga alleen naar de sportschool als ik een paar kilootjes af moet vallen. Morris is kopsterk en spelend centraal achterin komt ook zijn lange pass tot zijn recht. Hij is op die plek van grote waarde voor Zuidland.’
En Morris, wat voor soort voetballer is Kai?
Morris: ‘Hij speelt altijd vlak voor mij, op de nummer 6 positie. Verdedigende middenvelder dus. Kai is de ideale stofzuiger van de ploeg. Altijd sleuren en trekken, altijd het duel aangaan met tegenstanders, altijd de gaatjes dichten. Hij is een echte leider op het veld.’
Klopt het beeld een beetje wat jullie van elkaar geven?
Kai: ‘Ja, dat klopt wel. Morris is een andere voetballer dan ik en steekt qua mentaliteit ook anders in elkaar. Op het veld wil ik altijd winnen, maar buiten het veld zijn er ook belangrijker dingen dan voetbal. Ik rook, lust een biertje. Roken heeft Morris nog nooit gedaan en zal hij ook nooit gaan doen.’
Morris: ‘Dat klopt. Ik heb nog nooit een sigaret opgestoken. Alles wat Kai zegt over mij klopt eigenlijk wel. Hij roemt mijn mentaliteit, maar op het veld is dat ook wel een van zijn kwaliteiten. Hij neemt de ploeg vaak op sleeptouw. Wat dat betreft zou hij de ideale aanvoerder zijn, maar met Maurice Wolters hebben we er al eentje.’
Jullie spelen samen in het eerste bij Zuidland. Ga je als broertjes anders met elkaar om dan met jullie andere ploeggenoten?
Morris: ‘Ja. We leveren op het veld eerder kritiek op elkaar dan dat we bij andere jongens doen. Scherper en harder ook vaak. Het lijkt vaak wel of we op het veld, tijdens wedstrijden en tijdens trainingen niet veel van elkaar accepteren. Niet dat we elkaar in de grond boren met ons commentaar op elkaar, maar we sparen elkaar niet.’
Kai: ‘We leveren inderdaad sneller commentaar op elkaar dan tegen de andere jongens in de ploeg. Daar is niks mis mee, want we kunnen het heel goed van elkaar hebben. Soms overdrijven we wel eens, haha. Dan mopperen we al op elkaar als een pass een klein beetje onzorgvuldig is. Maar we kunnen altijd prima met elkaar door één deur, hoor. Op die manier houden we elkaar scherp.’
Morris, waarom heb je besloten naar Spijkenisse te gaan en is je keus niet op Nieuwenhoorn gevallen?
Morris: ‘Het klopt dat ik wezen praten ben bij Nieuwenhoorn. Dat was enkele maanden geleden al. Mijn broer zei me toen dat ik nog niet mijn ja-woord moest geven, want misschien zouden er zich nog wel andere ploegen melden. En dan zou ik een afgewogen keus kunnen maken. Dat kwam ook uit, want later meldde Spijkenisse zich. Ik heb uiteindelijk voor Spijkenisse gekozen, omdat ik die vereniging goed ken. In de jeugd heb ik er al een paar jaar gevoetbald en ik heb altijd de hoop gehad nog een keertje terug te keren bij Spijkenisse als die gelegenheid zich aanbood. Om te kijken of ik het niveau daar aankon. Die mogelijkheid diende zich dus aan en vooral daarom heb ik voor Spijkenisse gekozen en niet voor Nieuwenhoorn. Tegen Spijkenisse kon ik geen nee zeggen.’
Kai, wat vind je van de keus van je broer?
Kai: ‘Ik vind echt dat hij voor zijn kans moet gaan. Het zal niet meevallen, want Spijkenisse speelt een paar niveautjes hoger dan Zuidland, maar Morris moet het gewoon proberen. Wat mentaliteit betreft past deze uitdaging wel bij hem en hoewel hij voetballend misschien nog wel stappen moet maken, ben ik niet bang dat hij straks nooit gaat spelen. Op trainingen zie je soms wel dat het Morris op dit niveau iets te nonchalant is. Dat hij rustig een balletje onder zijn voet haalt of even te veel tijd neemt. Dat kan straks bij Spijkenisse niet meer, want op het niveau van Spijkenisse heb je veel minder tijd om na te denken op het veld, omdat tegenstanders er altijd bovenop zitten. Die uitdaging moet Morris gewoon aan gaan en dan zien we wel of hij het gaat redden of niet.’
Hoe kijk je zelf tegen die stap aan, Morris?
Morris: ‘Het is een weloverwogen keuze geweest. Ik heb er goed over na gedacht en ook met mensen gesproken. Met onze trainer Tom Larssen bijvoorbeeld en andere mensen op de club. Ze zouden liever willen dat ik bij Zuidland bleef, maar ze raadden mij de stap niet af. Ik heb ook met Robert Michilsen gesproken, die eerder de stap van Zuidland bij Spijkenisse maakte. Robert zei dat ik het moest doen. Vooral voor mijn ontwikkeling zou het goed zijn, zei hij. Ik wil me verder ontwikkelen als voetballer en wat dat betreft zit ik straks bij Spijkenisse goed. Daar moet ik vol aan de bak. Ik ben echt benieuwd of ik het niveau aan kan en zal er alles aan doen om te slagen daar.’
Zijn er nooit clubs voor jou in beeld geweest, Kai?
Kai: ‘Toen ik in de C-tjes voetbalde was er interesse van Brielle en van Nieuwenhoorn. Die boot heb ik afgehouden, want bij Zuidland speelde ik samen met mijn vrienden en dat was en is mij heel veel waard. Ik zal niet zo snel weggaan bij Zuidland. Daarvoor heb ik het veel te goed naar mijn zin.’
Samen kunnen jullie nog het seizoen afmaken bij Zuidland, met misschien wel een mooie prijs aan het einde van de rit.
Kai: ‘Inderdaad, dat is nog spannend genoeg. We staan tweede en doen nog volop mee voor de prijzen. Kampioen worden zal moeilijk zijn met VFC bovenaan, maar tweede moeten we wel kunnen worden. En dan in de nacompetitie maar kijken of de tweede klasse haalbaar is.’
Morris: ‘Promoveren met Zuidland zou een hele mooie afsluiting zijn. Er zijn nog veel wedstrijden te gaan en we zullen er alles aan doen om dat te realiseren.’







