De warming-up van een wedstrijd is een onderdeel dat ik altijd wel wil zien. Je ziet dan hoe de gezichten staan van de spelers die niet veel later aan de aftrap verschijnen en vooral bij het afwerken op de doelman krijg je al een indruk hoe scherp de vizieren staan afgesteld en of de keeper lekker in zijn vel zit. Zaterdag, vlak voor de streekderby Nieuwenhoorn-Brielle, zocht ik mijn plekkie langs de zijlijn op terwijl de Briellespelers hun keeper Nigel Keehnen aan het warm schieten waren. Er stond nog een keeper in de goal: Edwin van Zwieteren, normaal gesproken de keeperstrainer bij de Briellenaren, maar deze zaterdag reservedoelman, omdat de vaste stand-in Mitchell Lieshout een week eerder bij het tweede een rode kaart had gekregen.
‘Zo, oude verhalenverteller’, begroette Edwin mij, terwijl hij een bal uit de netten haalde. ‘Dat jij weer op het wedstrijdformulier staat…’, zo groette ik hem terug. ‘Als je maar niet naar mijn leeftijd hebt gekeken’, was zijn respons, compleet met brede grijns. ‘51’, antwoordde ik, want het wedstrijdformulier gaf aan dat hij in 1971 geboren is. ‘Vijftig’, nuanceerde Edwin en ging toen weer verder met de warming-up.
Edwin van Zwieteren op 50-jarige leeftijd nog een keertje reservekeeper, dat ik dat nog mee mag maken! In lang vervlogen tijden was hij een prima en zeer bevlogen doelman bij onder meer SC Feyenoord, DOTO, Kozakken Boys, Barendrecht, ASWH, Naaldwijk en Nieuwenhoorn, toen die club nog actief was in de zondag hoofdklasse. Niet dat ik Nigel Keehnen zwaar letsel toewenste, maar vanaf het moment dat ik Edwin gesproken had, hoopte ik vurig dat hij als invaller nog even in de veld zou komen. Daar zou namelijk een aardig verhaaltje over te fabriceren zijn, nietwaar? Zover kwam het niet, maar ik heb Edwin wel een wedstrijd lang in het vizier gehouden. Er waren meer mensen die dat deden. Zo verwelkomde lady speaker Susan van Eijk van Nieuwenhoorn Edwin van Zwieteren als een verloren zoon. Ze heette Edwin, in het verleden dus oud-keeper van Nieuwenhoorn, een warm welkom toe en toen iedereen uit de kleedkamers terugkwam om aan de wedstrijd te beginnen liep Edwin innig omarmd het veld op met John Lopes Cruz, oud-ploegmaat van hem bij Nieuwenhoorn en tegenwoordig assistent-trainer bij de eersteklasser aan de Rijksstraatweg.
Edwin nam plaats in de dug-out, dat geteisterd werd door een ijskoud windje dat pal de dug-out in blies. Een normaal mens zou zich daarop gekleed hebben en dat had iedereen dan ook gedaan. Reservespelers en stafleden zaten allemaal met een dikke, warme jas aan en in een lange broek op de bank; allemaal, op één man na: Edwin van Zwieteren. Die zat in korte broek in de dug-out en droeg over zijn T-shirt alleen een zwarte hoodie. Stoer! ‘Heb je het niet koud in je korte broek’, vroeg ik hem tegen beter weten in toen hij langs liep om iemand even verderop gedag te zeggen. ‘Nee hoor, ik heb genoeg adrenaline in mijn bidonnetje zitten’, antwoordde hij met een stalen gezicht en nam weer plaats in de dug-out. Edwin van Zwieteren is een bikkel en ik had er niet van opgekeken als hij in zijn blote bast in de dug-out plaatsgenomen had. Vanaf de aftrap bemoeide hij zich veelvuldig met hetgeen er op het veld gebeurde. Normaal gesproken zijn bij Brielle trainer Gijs Zwaan en diens assistent Melvin Spruijt daar de aangewezen mannen voor, maar Edwin van Zwieteren kan zich daarbij nooit wegcijferen. Hij bemoeit zich overal mee. Het is de aard van het beestje, want Edwin is bloedfanatiek en wil altijd winnen. Niet voor niets heeft hij het als keeper jarenlang volgehouden bij clubs die op hoog niveau om de prijzen speelden.
In eerdere wedstrijden van Brielle die ik bijwoonde heb ik wel eens mijn wenkbrauwen gefronst als ik van een afstand Edwin vanuit de dug-out weer eens op zag springen om iets het veld in te roepen. Wat hij zei heb ik nooit kunnen horen, ik stond er altijd te ver vanaf. Maar zaterdag heb ik me vrijwel de hele middag nabij de dug-out van Brielle opgehouden en gehoord dat het alleen maar goedbedoelde aanwijzingen zijn die Edwin de spelers toeroept. Hoe ze zich moeten opstellen, waar ze moeten lopen. En die aanwijzingen snijden altijd hout, want hij weet vaak wat er gaat gebeuren. Zo voorzag hij dat Nieuwenhoorn bij een uitval gevaarlijk werd. ‘Blijf lopen, Zepp, naar binnen’, waarschuwde hij Zepp Jacobs nog, maar het was al te laat. Frank de Regt, die te weinig op zijn huid gezeten werd, kon de 1-0 maken. Edwin zag het gebeuren, maar was machteloos. Even later verkwanselde Jordi Braber een 100% kans, die geheel vrij voor de doelman niets anders dan een zwak schotje wist te produceren. Iedereen van Brielle was al opgesprongen om de aanstaande gelijkmaker alvast te vieren, alleen Edwin was blijven zitten. Hij wist wat er kwam: geen gelijkmaker. Warm moet hij voor rust niet van het spel van de Briellenaren geworden zijn. In de tweede helft had hij dan ook een warme jas over zijn hoodie aangetrokken en droeg ook een lange broek. Af en toe slingerde hij nog wel een aanwijzing het veld in en tussen de bedrijven door keek hij op zijn mobieltje voor hem op de grond naar tussenstanden bij andere wedstrijden in de eerste klasse B. Nee, het werd geen leuk middagje voor Edwin, want bij die 1-0 van Frankie de Regt zou het blijven. Na affluiten liep hij met gebogen hoofd terug naar de kleedkamer. Het deed wel een beetje pijn om een bevlogen sportman als Edwin van Zwieteren zo het veld af te zien lopen.








Mooi verhaal! All the best Edwin, greetings pa & ma