Een heleboel jaren is hij al trainer. Bij onder meer DRL, Spijkenisse, DOTO, SCO’63 en Leonidas had hij spelers onder zijn hoede, maar niet alleen in deze regio heeft hij als trainer op het veld gestaan, ook bij clubs verder weg. Jong Ambon in het Zeeuwse Oost-Souburg, NAC Breda, EDO in Haarlem en RBC in Roosendaal; hij draaide zijn hand er niet voor om.
Op een paar kilometer meer of minder heeft Koos Waslander nooit gekeken. ‘Ik vind autorijden leuk’, zegt hij zelf. Dit seizoen ging hij vol goede moed aan de slag bij eersteklasser ONA uit Gouda, maar dat liep op een sof uit. Koos nam een maandje geleden afscheid van de club en niet lang erna haalde het bestuur van ONA het eerste elftal uit de competitie. De storm zal nu wel een beetje gaan liggen zijn en daarom hebben we Koos benaderd met de vraag of hij terug wil kijken op zijn avonturen in Gouda. ‘Voor jou trek ik wel een uurtje uit’, zegt Koos en dat stellen we erg op prijs.
Voordat je bij ONA aan de slag ging was je trainer van RBC uit Roosendaal. Qua resultaten ging het daar zo verkeerd niet met onder meer een promotie van de derde naar de tweede klasse. Waarom ging je daar weg?
Koos: ‘Omdat ze bij mij aangaven voor nieuw bloed te gaan. Maar er speelde natuurlijk ook wel iets. Ik was inderdaad gepromoveerd met die ploeg, omdat wij in het door corona stopgezette seizoen heel veel punten hadden gehaald en daardoor toch promoveerden, zoals ook Poortugaal, LMO en Nieuwenhoorn dat deden. Maar de relatie met de voorzitter is nooit optimaal geweest. Ik had er een keeper bijgehaald en die jongen speelde altijd. De zoon van de voorzitter was ook keeper, maar die zat bij mij op de bank. Daar kwam nog bij dat ik het maanden zonder verzorger moest stellen. Daar zeg ik natuurlijk iets van, want ik zeg gewoon waar het op staat. Dat heb ik altijd en overal al gedaan. Bij RBC werd me dat niet in dank afgenomen. Op zeker moment was er een sponsoravond gepland en ik werd gevraagd om daar een praatje te gaan houden. ‘Dat wil ik wel gaan doen, maar dan zeg ik ook iets over het feit dat we al maandenlang zonder verzorger zitten’, had ik tegen het bestuur gezegd. Uiteindelijk ben ik maar niet naar die sponsoravond gegaan, want dan zou ik de club beschadigen en dat wilde ik ook weer niet. Aan het einde van het seizoen, dat wederom door corona vroegtijdig beëindigd werd, kwam in goed overleg een einde aan onze samenwerking, zoals dat zo mooi heet.’
Hoe kwam je vervolgens bij ONA uit?
Koos: ‘Via via. Er waren mensen die mijn naam bij die club hadden laten vallen. ‘Als jullie nog een trainer zoeken, moet je Koos nemen’, hadden ze gezegd. Ik ben niet te beroerd om zelf te solliciteren, maar ditmaal liep het dus anders. De club nam contact met me op. Ik ben bij ONA gaan praten en werd meteen heel enthousiast. De club was een jaar daarvoor gepromoveerd naar de zondag eerste klasse en het bestuur wilde graag een trainer die spelers beter maakte en de club in de eerste klasse zou behouden. Dat zag ik wel zitten. In de voorbereiding begon ik vol goede moed, maar niet lang daarna begon ik me wel achter mijn oren te krabben. Veel spelers waren nog op vakantie en van een normale seizoensvoorbereiding was geen sprake. De trainingsopkomst was heel magertjes en ik merkte ook dat het conditioneel niet goed zat. Veel spelers waren geblesseerd of hadden last van pijntjes. Als trainer ben je dan feitelijk machteloos. Je moet de groep conditioneel op een goed peil brengen, maar als ze weinig komen trainen, gaat je dat niet lukken. Laat staan dat je tactisch bezig kunt zijn. En dan ga je de eerste officiële wedstrijden voetballen. Eerst in de beker, later in de competitie. Dat was dramatisch. Spelers deden zomaar wat in het veld en ploegdiscipline en organisatie waren ver te zoeken.’
Ik neem aan dat je daarover al in een vroegtijdig stadium met de spelers in discussie gegaan bent.
Koos: ‘Natuurlijk heb ik vaak en veel met spelers gesproken. Maar resultaat heeft dat nooit opgeleverd. Integendeel zelfs. De trainingsopkomst bleef laag en bij elke wedstrijd waren er afmeldingen. Het ging van kwaad tot erger en we verloren steeds vaker met grote cijfers. Met 9-0 van Sarto en ’t Zand, met 14-1 van Unitas en met 11-1 van Spartaan’20.’
Had je de spelers dan niet opzij moeten schuiven en moeten doorgaan met jongens van het tweede elftal?
Koos: ‘Nee, want het niveau van die spelers was niet hoog. Dan zouden we ook grote nederlagen hebben geleden.’
Waarom ben je niet opgestapt? Was het om het geld dat je bleef?
Koos: ‘Nee, geld interesseert me niets. Daar ben ik geen trainer voor geworden. Ik wil spelers beter maken en heb bij ONA heel lang de moed niet opgegeven. Maar het was vechten tegen de bierkaai. In de wedstrijden deden spelers maar wat. Meeverdedigen, vuil werk voor elkaar opknappen; vergeet het maar.’
Hoe was de samenwerking met het bestuur? Lieten ze je zwemmen?
Koos: ’Nee, geen moment. Ik heb altijd heel veel steun gekregen van het bestuur. Die hebben ook heel veel met de spelers gesproken en er veel werk in gestoken. Maar ook dat leverde geen resultaat op. We bleven met grote cijfers verliezen. Op een gegeven moment hebben we de koppen weer eens bij elkaar gestoken. ‘Zo kan het niet verder’, concludeerden we. Ik heb toen afscheid van de club genomen. Echt in goed overleg. Ik heb financieel zelfs nog water bij de wijn gedaan. Dat het eerste elftal uit de competitie gehaald ging worden, dat wist ik toen al. Nee, de mensen van het bestuur is helemaal niets te verwijten. ONA is een mooie club, met leuke mensen. Alleen met de spelers was het niet goed werken. Die veranderden niets. Nadat ik als trainer vertrokken was haalde het bestuur het eerste elftal inderdaad uit de competitie en een aantal spelers werd geroyeerd. Hoe dat afloopt weet ik niet, wat ik wel weet is dat ONA met het eerste elftal helemaal opnieuw wil gaan beginnen. Volgend jaar starten ze op zaterdag in de vijfde klasse.’
Hoe kijk je op deze periode terug?
Koos: ‘Jammer dat het zo gelopen is. Vooral voor de mensen van de club. Met modder gooien ga ik niet doe en zou ook niet terecht zijn. Het waren de spelers die de boel verziekten. Ik heb hemel en aarde bewogen om daar verandering in te krijgen, het bestuur heeft er ook alles aan gedaan maar resultaat heeft dat dus niet opgeleverd. Jammer, heel jammer.’
Had je je verdiept in ONA voordat je er trainer werd?
Koos: ‘Nee en dat verwijt ik me wel. ‘Het is een zondag eersteklasser en het zal allemaal wel snor zitten’, had ik vooraf gedacht. Dat was dus niet zo. Ik had dat beter moeten bestuderen voordat ik bij de club tekende. Dat is een fout die ik heb gemaakt en dat gaat me dus niet meer overkomen. Voortaan zal ik mijn huiswerk wel doen.’
Nu zit je alweer een paar weken thuis als Koos Werkeloos als trainer. Hoe bevalt dat?
Koos: ‘Rot. Ik zit al heel lang in de voetbalwereld en nu train ik geen club. Dat is raar en ik kan er nog niet aan wennen.. Ik ben maar veel gaan fietsen en ga af en toe kijken bij vriendjes van me, zoals onlangs bij Achilles Veen tegen Rijsoord. Bij Achilles Veen is John Karelse trainer en die ken ik nog van NAC. Ik ben echt wel op zoek naar een nieuwe club en instappen halverwege in het seizoen; geen enkel probleem. Ik wil snel weer aan de slag. Thuis zitten is helemaal niets.’





![Sander Barragan juicht na zijn winnende goal uit een rechtstreekse vrije trap in blessuretijd van de wedstrijd om de Super Cup tegen HBSS, eind vorig seizoen. [Foto: Mischa Keemink]](https://www.voetbalrotterdam.nl/wp-content/uploads/2026/02/Sander-Barragan.jpg)

