Hij is aan zijn tweede seizoen bezig bij tweedeklasser DBGC uit Oude Tonge, de eerste klus van de 35-jarige Jordi Smit als hoofdtrainer. En het eerste jaar moet je eigenlijk niet meetellen, want dat werd al na drie gespeelde wedstrijden stilgelegd. Wij willen graag van hem weten hoe hij die lange pauze als trainer heeft doorgebracht en wat zijn werkwijze is, want zijn ploeg is aan een opmars bezig. De voorgaande jaren bivakkeerde DBGC steevast in de onderste regionen van de tweede klasse en had te maken met degradatiestress, zoals hij het zelf verwoordt; dit seizoen draait de ploeg bovenin mee. Kan hij uitleggen hoe hij dat voor elkaar gekregen heeft? Met dergelijke vragen in het achterhoofd vertrokken we naar Jordi’s woonplaats Middelharnis en onder het genot van een bak koffie legde hij geduldig uit hoe hij als trainer te werk gaat.
Vertel eerst eens waarom je hoofdtrainer bent geworden en hoe je bij DBGC terecht gekomen bent.
Jordi: ‘Als voetballer van SNS liep ik een jaar of zes geleden tegen een zware kruisbandblessure op. Het was de tweede keer dat mij dat overkwam. Noodgedwongen ben ik als voetballer gestopt, maar ik wilde wel in de voetballerij actief blijven. Ik werd trainer van de Onder 19 bij De Jonge Spartaan. Dat ben ik twee jaar met veel plezier geweest. Omdat mijn vrouw in verwachting van een tweeling was en ik ’s avonds door de week als trainer geen vaste verplichtingen wilde hebben met die tweeling op komst, ben ik gestopt als jeugdtrainer. Ik werd jeugdcoördinator. In die jaren bij De Jonge Spartaan heb ik zowel mijn UEFA-C als UEFA-B gehaald en heb de club in een vroegtijdig stadium meegedeeld dat mijn ambitie was om hoofdtrainer te worden en als er iets op mijn pad zou komen, ik die kans niet zou afslaan. De club begreep mijn standpunt en toen er bij DBGC een vacature vrijkwam omdat trainer Wim Nieuwland vertrok, heb ik gesolliciteerd.’
Hoe verliepen de gesprekken met DBGC?
Jordi: ‘Ik had me grondig voorbereid. Had onder meer informatie opgevraagd bij Auke Wagenaar en John Kleijn, twee trainers die eerder bij DBGC gewerkt hadden. Ik wist wat ik ging vertellen over mijn visie. Het eerste gesprek dat ik bij DBGC had was met vijf man. Gert-Jan Pol, Mathé Mackloet en Wilco Pulleman van de voetbaltechnische commissie en ook de spelers Tim Mackloet en Jeroen Sep zaten aan tafel. Ik vond dat wel goed, vooral het feit dat er vanaf het eerste begin spelers bij de komst van een nieuwe trainer betrokken waren. De dag na dat gesprek werd ik aangesteld als nieuwe trainer van DBGC. Ik hoorde dat ze dat unaniem besloten hadden. Voordat ik bij DBGC aan de slag ging, heb ik nog uitgebreid contact gehad met Richard Elzinga, ook een voormalige trainer van de club. Net als Auke en John heeft ook hij over zijn ervaringen bij de club en over zijn omgang met de spelers gesproken.’
Wat had jij voor ogen met deze club?
Jordi: ‘Op basis van wat ik gehoord had en wat ik zelf had gezien vond ik dat de spelers fitter moesten worden. Er waren veel blessures hier en met een gedegen trainingsopbouw zou ik dat graag willen voorkomen. Voetbaltechnisch had ik ook zo mijn ideeën. Kwaliteiten van spelers van de selectie zouden optimaal aangewend moeten worden. Omdat de ploeg al een paar jaar achtereen onderin meedraaide was er sprake van degradatiestress. Met een aanpassing van speelstijl wilde ik dat proberen te veranderen. De spelers waren niet heel slecht aan de bal, maar omdat het vertrouwen ontbrak was het moeilijk om voetballend tot een oplossing te komen. Dat moest dus anders. Bovendien wilde ik dat er naast een snelle omschakeling ook meer aandacht kwam voor verzorgd voetbal, want spelers met dergelijke kwaliteiten zijn er wel in deze selectie. Dat zijn wel de punten waar ik aandacht aan wilde gaan besteden en dat had ik allemaal verteld in mijn gesprekken die ik met de mensen van de club voerde.’
Over je eerste seizoen, dat slechts uit drie bekerwedstrijden en drie competitiewedstrijden bestond voordat alles stilgelegd werd, zullen we het niet hebben. Maar wel over wat je met je spelers die lange, noodgedwongen pauze hebt gedaan. Hoe heb je die tijd besteed?
Jordi: ‘Door heel gericht te blijven trainen. We waren heel slecht op de helft van de tegenstander en dat moest beter. Hans de Jong was verzorger, Ad de Gans had ik erbij gehaald als assistent en zij waren mensen die mij heel goed hielpen. Ad kwam van de Jonge Spartaan, maar was vroeger jeugdtrainer geweest bij DBGC en kende aardig wat spelers die nu deel uitmaken van de selectie. Dat maakt het werken al iets makkelijker. Ook aan Hans had ik veel, want die kon prima aan de fitheid van de spelers werken. Als trainer werkte ik op het veld met maar één doel: spelers beter te laten worden. Voetballen is een sport waarin plezier met de bal voorop staat en als trainer kun je daar je oefeningen op afstellen. Want plezier hebben met de bal is heel erg belangrijk. Alles gaat bij mij met weerstand. Zomaar passen trappen of afwerken op doel zit er bij mij niet in. Heel veel, zo niet alles is gericht op wedstrijdsituaties. Dat slaat aan, want alle spelers komen altijd trainen en slaan geen enkele avond over. Zeggen tegen de spelers dat ze op zaterdag niet spelen als ze door de week niet komen trainen, hoef ik niet de doen, want ze zijn er altijd. Ook in de tijd dat er geen wedstrijden gevoetbald mochten worden. Omdat Hans de Jong terugtrad heb ik in Marina van Dongen dit seizoen een heel goede nieuwe verzorger gevonden. Marina is ontzettend belangrijk. Op elke training werkt ze met een steeds wisselend groepje van vijf spelers aan hun lichamelijk welzijn, aan hun fysiek. Alles komt aan bod. Met de andere spelers ben ik zelf aan de slag en na een tijd wordt er gewisseld. Zo komt iedereen elke avond aan bod bij Marina. Zij is een kei, ook in het afstemmen van een individuele aanpak. Zo kun je maatwerk leveren. Het gevolg is dat alle spelers fit zijn en dat we niet met blessures te maken hebben, gelukkig ook niet met contactblessures. Op die manier kan er dus altijd gewerkt worden aan onze speelstijl. Ook in de gedwongen speelpauze hebben de spelers zich goed onderhouden en hebben ze doorgetraind. Er zit veel discipline in onze groep en dat maakt het voor een trainer leuk om met hen te werken. En dan is er ook Jan van Asperen nog, die als keeperstrainer met onze doelmannen bezig is. Ja, het is goed werken hier.’
DBGC staat nu op de tweede plaats van de ranglijst en speelde onlangs gelijk bij MZC’11, de nummer 2 van de ranglijst. Is promoveren een doel?
Jordi: ‘Van de club niet. Voor aanvang van het seizoen was het doel hier in de tweede klasse te blijven. Dat hebben we al wel gerealiseerd, haha. Er wordt door tegenstanders nu anders naar ons gekeken nu we bovenin meedraaien. Ze zakken terug met z’n allen, gaan met elf man voor de pot liggen en wachten op foutjes van ons in de opbouw. Daar moeten wij goed mee leren omgaan. Dat zijn trouwens wel mooie wedstrijden om ons spel aan de bal te ontwikkelen. Maar het gaat lekker, ja. Promoveren is geen doel op zich, maar we zullen het zeker niet uit de weg gaan als de kans op promotie daar is. Mooi is dat er bij de spelers ook iets aan het groeien is. Zo werd er na het gelijkspel tegen MZC’11 door een paar jongens achteraf in de kleedkamer gemopperd dat we hadden kunnen winnen daar omdat we kansen hadden laten liggen. Dan is er gelukkig ook realiteit. ‘We spelen gelijk. Uit bij de nummer 2. Op kunstgras, wat we niet gewend zijn. Dat verdient een compliment en dan mag je ook tevreden zijn met een punt, zeker als je ziet waar we vandaan komen en welke weg we afgelegd hebben’, wordt er dan door andere spelers gezegd. Ja, het zit wel snor met de groep hier. We zijn hier samen aan iets moois bezig. En wat het uiteindelijk wordt, dat zien we wel.’
Als je wel eersteklasser wordt, krijg je als trainer met UEFA-B licentie van de KNVB één seizoen dispensatie. Betekent dat dat je al denkt om een UEFA-A opleiding te gaan volgen?
Jordi: ‘Daar heb ik nu nog geen plannen in. Wellicht komt dat later wel, over een paar jaar. Maar ik weet nog niet of ik wel bij een hoog spelende vereniging wil gaan werken. Ik ben ervan overtuigd dat het als trainer ook leuk is bij een goed georganiseerde vereniging die op een lager niveau voetbalt. En er zijn meer verenigingen zoals DBGC, clubs die hun zaakjes goed voor elkaar hebben. Ik ben er nog niet uit of ik UEFA-A wel wil gaan doen. Ook dat zien we later wel.’








Mooi stuk Jordi! Heel veel s6 en voetbalplezier gewenst in de rest van het seizoen en de nog komende seizoenen.