Op en rond de Rotterdamse voetbalvelden is hij een gevreesde tegenstander. Met zijn soms onnavolgbare dribbels en doelpogingen heeft hij al vele wedstrijden beslist. SVS-aanvaller Joran van Opstal (28) is als mens en als voetballer een aparte. VoetbalRotterdam zocht de aanvaller op.
VR: Hoe ben je begonnen met voetballen?
Toen ik nog heel jong was, ging ik altijd kijken bij mijn zus. Zij speelde hockey bij OMHC (Ommoordse Mixed Hockeyclub) in Zevenkamp. Daarnaast speelde ook DZB. Mijn vader heeft zelf ook altijd gevoetbald, dus hij nam mij dan vaak mee om bij het voetballen te kijken. Toen ik vier jaar oud was, vroeg mijn vader of ik op voetbal wilde gaan en dat wilde ik wel. Voetballen vond ik wel leuk, maar niet heel interessant. Eigenlijk vond ik alle sporten wel leuk. Later ben ik ook nog op redelijk niveau gaan zwemmen en trok ook een judo pak aan. Daar ben ik zelfs een keer derde van Zuid-Holland mee geworden. Toch was het voetballen dat mij het meeste trok van alle sporten.
Van Betaald voetbal organisaties terug naar Xerxes DZB
Op mijn vijfde werd ik lid van DZB. Omdat er in die tijd nog een leeftijdsgrens van zes jaar was mocht ik alleen nog trainen en met oefenwedstrijden meedoen. Na een jaar ging DZB een fusie aan met Xerxes tot Xerxes DZB. Het seizoen erop speelde ik in de F-jes van Xerxes en na een seizoen werd ik gescout door Feyenoord. Bij Feyenoord speelde ik samen met onder meer Jean Paul Boetius. Na een jaar kwam er een einde aan de Feyenoordperiode. Mijn gedrag was daar de aanleiding voor. De trainers vonden dat hij niet voldoende bezig was met het voetballen. Ik was toen nog heel speels, te druk en luisteren naar de trainers ging mij ook niet al te best af. De hoofdscout vond mij wel heel goed toen. Ik was tweebenig en scoorde 160 goals in één jaar. Toen heb ik nog twee jaar bij XerxesDZB gespeeld en toen kon ik gaan stagegelopen bij Ajax. Uiteindelijk ben ik daar niet gaan spelen, omdat ik te ver weg woonde. Dat was te duur voor Ajax, misschien vonden ze mij misschien niet goed genoeg om dat geld te investeren. Uiteindelijk werd ik ook nog door Sparta gescout en heb ik daar een half jaar gespeeld. Daar ben ik zelf weggegaan omdat ik het niet naar mijn zin had. Bij Sparta zat ik vaak op de bank bij de D2 en kwam er eigenlijk alleen maar in als we achterstonden. Ondanks dat Sparta een BVO is, vond ik het er een klerezooi. Toen ben ik weer naar Xerxes DZB gegaan en heb ik daar tot de B junioren gevoetbald.
Alexandria’66: Mooie periode op Sportpark Oosterflank
De jeugd van Alexandria’66 speelde toen ook al hoog. Daar kreeg ik de gelegenheid om tegen BVO-teams te spelen. Her speelde ik dan ook samen met Max Verveer, de beste speler waar ik mee heb samengespeeld. Hij was middenvelder en draaide dan open, vond mij dan met zijn ogen dicht. Max is een paar jaar later gestopt met voetballen. Hij was klaar met al het gezeik om het voetballen heen. Een beetje net zoals ik eigenlijk. Bij deze club bleef ik drie jaar en na drie jaar nogmaals teruggegaan naar Xerxes DZB. Daar pakte ik nog een kampioenschap mee met de A1. Toen schoof ik door naar het eerste, dat toen Hoofdklasse speelde. Mede door mijn verhouding met de trainers, kwam ik uiteindelijk niet in het eerste terecht. In mijn laatste jaar heb ik mijn spullen vier maanden voor het einde van het seizoen ingeleverd.
Promoveren met SVS
Toch ging het willen voetballen weer kriebelen. Ik ging toen naar SVS, alhoewel ik de club toen helemaal niet kende. Maar een voormalig teamgenoot van mij bij Alexandria 66, Xander Kerasavopoulos, vroeg of ik bij SVS kwam spelen. Toen heb ik een tijd meegetraind bij SVS, alleen het niveau was vrij matig. Op dat moment stond de ploeg op de negende plaats in de vierde klasse. Uit die klasse kon je niet eens degraderen. Maar toen werd Wout Ooms als trainer aangesteld en veranderde er nogal wat bij de club. Dit is te zien aan de twee promoties die we hebben behaald met de ploeg. Zelf ben ik nog wel twee keer weggegaan. De eerste keer naar Victoria’04 uit Vlaardingen. Daar ben ik een jaar gebleven. Maar dat was ook niet wat ik zocht. Dus toch weer terug naar SVS. Daar scheurde ik in december 2017 mijn voorste kruisband af.
BVCB was de volgende club waar ik naartoe ging. Daar hadden we met SVS voor de competitie gespeeld en toen viel ik op door mijn spel met twee doelpunten en een assist. Zij benaderde mij of ik daar wilde gaan spelen. Helaas was ik nog steeds niet fit. In eerste instantie heb ik geprobeerd om zonder operatie verder te voetballen, maar dat ging op een gegeven moment echt niet meer. Toen besloot ik om de knie toch te laten opereren. Uiteindelijk kostte mij dat nog een seizoen. Ook hier kreeg ik een aanvaring met de trainer en wederom besloot ik terug te gaan naar SVS. Mede ook omdat Wout Ooms (toenmalig trainer SVS) had gezegd dat ik altijd terug kon komen bij de club. Ik kwam redelijk fit aan bij SVS, alleen had ik totaal geen wedstrijdritme en ik moest spelen. Daarom begon ik dan ook bij het tweede en daarna een paar wedstrijden in het eerste gespeeld.
VR: Eigenlijk ben je dus een moeilijke jongen?
Ik heb best vaak gezeur gehad met de trainers. Omdat ik best lastig ben. Dat komt omdat ik vaak niet word begrepen door mijn omgeving. De voetbalwereld is niet mijn wereld en dat botst nogal vaak. Als ik beter mijn best had gedaan op de trainingen en gewoon meer had geluisterd naar trainers
had ik misschien wel meer uit mijn carrière kunnen halen. Daar word ik trouwens ook wekelijks aan herinnerd door mijn teamgenoten of door mensen van buitenaf. Maar ik zou niet gelukkig worden als ik vijf dagen per week op het veld zou staan eerlijk gezegd. Daar ben ik gewoon niet genoeg liefhebber voor. Ik wil een bepaalde show geven met mijn acties, dat mensen echt voor mij komen kijken. Dat vind ik echt het leukste. Maar vanaf jongs af aan heb ik dat al gehad. Als mijn vader mij niet op voetbal had gedaan, weet ik niet of ik zelf was gaan voetballen.
VR: Stel SVS wint met 1-0 en je raakt geen pepernoot of SVS verliest met 4-3 en je scoort drie keer. Waar kies je voor?
Vroeger zou ik zeggen die 4-3, maar tegenwoordig zou ik voor de 1-0 gaan. Daarin ben ik wel veranderd.
VR: Je lijkt soms geïrriteerd als er een bal niet bij jou aankomt, is dat daadwerkelijk zo?
Ik heb dat op elk niveau gehad. De meeste spelers begrijpen mij niet en ik begrijp de meeste spelers ook niet eigenlijk. Ik heb maar met een paar spelers gespeeld die mij echt begrepen. Ik ben ook vrij onvoorspelbaar met mijn acties. Maar ja, in mijn hoofd is het allemaal normaal wat er gebeurd. Maar ondertussen heb ik het allemaal wel geaccepteerd.
VR: Wat is je favoriete positie in het veld?
Ik vind het op 10 leuk, maar ook linksbuiten.
VR: Wat is je favoriete voetbalclub?
Ajax, maar niet zo’n die hard fan. Ik stond ook te juichen toen Feyenoord kampioen werd. Omdat veel vrienden voor die club zijn. Ik vind Feyenoord echt een mooie club en ik geniet zoals het team nu onder Arne Slot speelt. Eigenlijk heb ik alleen niets met PSV. Daarbij vind ik Rotterdam een mooiere stad dan Amsterdam trouwens.
VR: Wat doe je buiten het voetbal allemaal?
Ik werk op een kinderopvang. Dat is heel divers, met peuters en kinderen uit groep 8. Zelf ben ik heel lastig geweest op school. Dus had eigenlijk nooit verwacht dat ik graag met kinderen zou werken. Maar ik ben heel goed met kinderen. De kinderen vinden mij ook leuk, alhoewel de oudere kinderen mij wel wat streng vinden. Zelf heb ik de opleiding sport en beweging gedaan en daarna onderwijsassistent. Daarbij zit ik tegenwoordig ook in de wijn. Toevallig heb ik deze week het examen SDEN3 gedaan, dan ben je een echte wijnkenner. Ondertussen ben ik ook wel een klein beetje bezig met inkopen en vooral wijn met eten combineren. Daarbij drink ik zelf ook graag wijn. Sinds de coronacrisis is wijn op mijn pad gekomen en ik vind het erg leuk om daarmee bezig te zijn. Alle andere bedrijven waar ik mee bezig ben geweest ben ik wel mee gestopt. Joran deed iets met muziek en was onder andere ook de initiatiefnemer van de Amateurgids. Een gids die twee jaar op de markt is gebracht, maar ook door de coronacrisis geen vervolg meer heeft gekregen (red.). Ik heb een bepaalde visie en beeld en dat gaat vaak niet met andere mensen samen. En als dat niet lukt, stop ik ermee en ga ik iets anders doen. Ik heb vooral prikkels en nieuwe initiatieven nodig om het naar mijn zin te hebben.
VR: Heb je ambities om trainer te worden?
Nee, absoluut niet!! In het verleden wel eens de F-jes getraind en nog wel wat categorieën. Maar dan doen die gasten dingen waarvan ik denk, waarom doe je dat? Ze gaan nooit doen wat jij wil en dat vind ik dan zonde van mijn energie.
VR: Hoe zie je het huidige seizoen van SVS. Een vierde plaats is boven alle verwachtingen toch?
Voetballend is het misschien niet zo heel goed, maar we voetballen al heel lang samen. Eigenlijk is het een soort vriendenteam geworden. We strijden voor elke meter. De punten die we dit seizoen verloren hebben komen eigenlijk omdat we of een offday hadden of te veel mensen miste. Wat ik wel leuk vind om te zien is dat ze ook zonder mij prima spelen. Afgelopen tijd veel afwezig geweest of door vakantie of omdat ik niet fit was. Dat vind ik super om te zien.
VR: Wat is de top van dit SVS?
We hadden niet verwacht dat we op deze positie zouden staan (vierde plaats, red) en misschien kunnen we zelfs nog hoger eindigen als we op de top van ons kunnen zouden spelen. Ik heb twee promotiejaren meegemaakt en er kunnen rare dingen gebeuren in deze competitie. Voor hetzelfde geldt pakken wij een periodetitel.
VR: In de eerste klasse met dit team?
Nee, dat is kansloos met dit team.
VR: Hoe zie jij jouw voetbaltoekomst
Ik blijf bij SVS of ik stop. Ik ben heel erg te twijfelen om te stoppen met voetballen. Door corona en mijn kruisbanden moet ik steeds weer knokken om fit te worden. Mensen vergeten wel eens dat zoiets best lang duurt. Mentaal is dat heel zwaar voor mij. Daarbij komt dat ik veel belangstelling heb voor andere zaken in het leven. Mijn vriendin wist in eerste instantie niet eens dat ik voetbalde, gewoon omdat ik het er niet met haar over had gehad. Ze is ondertussen wel een keer mee geweest, maar ze vindt voetballen helemaal niet leuk. Het is niet haar ding.
VR: Joran zou Joran niet zijn als hij toch nog iets te zeggen zou hebben
Ik heb vaak problemen met trainers gehad. Vooral omdat ze mij niet begrepen. Trainers zijn natuurlijk vaak autoritair en daar kan ik niet zo goed mee omgaan. Veel trainers zien mij als een project. Ze willen mij dan op een bepaalde manier aan het voetballen krijgen, maar dat werkt bij mij niet echt. Ze moeten mij soms gewoon laten gaan, dan komt de rest vanzelf. Toch wil ik een lans breken voor mijn huidige trainer Roy Brinkman. Het is een jonge trainer, ik ben het niet altijd met hem eens, maar het is wel iemand die altijd probeert te luisteren en ook wil praten. Het is een jonge trainer die SVS ook echt wil helpen om professioneler te worden. Daarbij vraagt hij ook veel aan de spelersgroep. Zijn trainingen zijn van goed niveau en ik vind hem echt een versterking voor de club. Hij probeert met het eerste punten te pakken en dat hoeft niet met mooi voetbal. Daarbij staat hij ook midden in de groep, drinkt gezellig een biertje mee. Dat hoort bij SVS vind ik! Roy Brinkman kan gein met je maken en je daarna gewoon op de bank zetten. Alle respect voor hem!
Fotografie: JCS Fotografie







