Ik kan me de dagen nog heugen, dat ik als scheidsrechter actief was op toernooien in het buitenland. Vooral in mijn jongste jeugdjaren was ik veel op pad. Maar ook toen ik nog maar net 28 was floot ik er in het voorseizoen van de nieuwe competities een paar.
In 1992 was ik vier dagen actief op het voetbalevenement bij MSV Duisburg en Rot Weiss Essen, twee buursteden in het Roergebied in Duitsland waar diverse onder 21 elftallen aanwezig waren van diverse BVO’s. 48 clubs speelden om 48 plaatsen. Uit 12 landen. Voormalig Oost-Duitsland was inmiddels drie jaar na de val van de muur een eenheid met West.
Nederland was slechts vertegenwoordigd door MVV en Eindhoven. Maar verder waren er teams zoals VFL Bochum, FC Kaiserslautern, 1. FC Köln, Standard Luik, RC Mechelen, AA Gent, Maribor, Ljubljana, Zürich, Celtic, Leeds United, Monaco, Potsdam en FC Kopenhagen. Best een aardig lijstje met clubnamen, vond ik.
Het was tevens ook één van de laatste van dit soort toernooien, want er speelden soms ook spelers mee, die verplichtingen kregen bij de in de hoogste divisies vertegenwoordigende BVO teams. En het risico dat hen wat werd aangedaan, al dan niet opzettelijk, was volgens de organisatie van onder andere dit evenement te groot.
Toen ik een wedstrijd floot van de beloften van Standard Luik tegen Ljubljana struikelde een aanvaller van de Belgen over de bal kwam met gestrekt been en vooruitgestoken schoen tegen een de bal blokkerend been van zijn Joegoslavische opponent terecht. Met een open wond van een centimeter of twintig tot gevolg.
Dat was ongelofelijk schrikken. Het deed me denken aan de horrorblessure van Ewald Lienen. Lienen liep als profvoetballer van MSV Duisburg tijdens een wedstrijd tegen Werder Bremen een snijwond op van maar liefst 25 cm en daardoor was het bot in het dijbeen voor iedereen zichtbaar. Ik weet nog dat ik samen met mijn vader naar dat moment op tv keek en kotsmisselijk werd.
Een paar spelers sloegen tijdens de door mij gefloten wedstrijd de hand voor de mond, dropen af of wendden hun gezicht af. Anderen probeerden te helpen of om spullen te halen om de speler te kunnen verzorgen. Het slachtoffer lag immers kermend op de grond en had zo snel mogelijk professionele hulp nodig.
Ik had ondertussen aan de beide teams aangegeven even naar de zijlijnen te gaan en te wachten op nadere instructies van mij. Achteraf was ik wel verbaasd dat ik vrij rustig was gebleven. Op dat moment deed ik klaarblijkelijk vooral wat nodig was. Uit intuïtie, denk ik. Maar toen ik na de wedstrijd door een fotograaf wat Polaroid fotootjes in de hand gedrukt kreeg, mij werd gevraagd wat ik ervan vond en de wond op stilstaand beeld zag beklemde mij dit op de borst en moest ik alsnog wat maaginhoud kwijt.
Het verhaal is opgetekend in een historisch boekje van Rot Weiss Essen. Twee Polaroid foto’s die bijna zijn vergaan stonden erbij. Op de ene de betreffende geblesseerde voetballer. Op de andere stond ik op het veld op de plek des onheils aanwijzingen te geven. Nu ik het opschrijf word ik alweer een beetje onpasselijk.
Sommige dingen vergeet je nooit. Zeker niet als je eraan herinnerd wordt. Toch?
Egbert Egberts fluit ruim 41 jaar wekelijks wedstrijden in het amateurvoetbal. Schrijft over wat hem boeit, wat hem raakt, wat hem verwondert, wat hem ergens toe beweegt. Omdat het mag. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.









Mooie stukje weer egbert egbert