Nadat hij na seizoen 2017-2018 vertrok bij OFB in Ooltgensplaat werkte hij als trainer drie seizoenen in een andere regio, namelijk twee jaar bij WIK’57 uit Kerkwerve, een dorpje op Schouwen-Duiveland en één seizoen bij Stavenisse op het eiland Tholen. Wouter Zwackhalen raakte daardoor bij VoetbalRotterdam een beetje uit beeld, maar vanaf dit seizoen is hij trainer van vierdeklasser Herkingen’55 en kunnen we hem weer op kortere afstand volgen. Waarom Herkingen’55? Hoe goed kent hij de spelers die hij daar onder zijn hoede krijgt? En hoe gaat hij zijn elftal samenstellen? Dat zijn vragen die we wel beantwoord willen hebben en Wouter is gaarne bereid die antwoorden te geven.
Eén seizoen bij Stavenisse, een door corona totaal ontregeld seizoen nog wel. Wat heb je daar in één jaar kunnen doen en waarom ben je daar na die korte periode vertrokken?
Wouter: ‘Corona legde het seizoen al heel snel stil, maar ik heb een heel seizoen doorgetraind en hoewel er natuurlijk geen wedstrijden gespeeld konden worden, ging dat best lekker. De club, die uitkwam in de vierde klasse, had dan ook de intentie om met mij door te gaan en we waren het mondeling eigenlijk wel met elkaar eens dat ik er trainer zou blijven. Maar ik verbond daar wel een voorwaarde aan. Ik zou dan wel heel graag wat versterkingen erbij willen hebben, want in de vierde klasse wilde ik wel bovenin gaan meedraaien. In Stavenisse wonen behoorlijk veel goede voetballers die elders spelen. Perry Potappel bij VVC’68 in Halsteren bijvoorbeeld, Sander van ’t Hof van Smerdiek en ook de piepjonge Arjan de Heer die bij SPS in Poortvliet in het eerste voetbalt. In een gesprek met mijn eigen spelers vertelde ik dat ik wel wilde blijven als trainer, maar dan zouden ze actie moeten ondernemen om zulke jongens, die ze natuurlijk allemaal kenden, te bewegen om bij Stavenisse te komen voetballen. Maar vanuit de spelersgroep gebeurde er niet veel, het bestuur ondernam hierin ook weinig actie en intussen werd ik benaderd door zowel De Jonge Spartaan als door Herkingen’55. Bij die twee clubs ben ik wezen praten. Bij De Jonge Spartaan wilden ze me hebben als trainer voor het tweede elftal, bij Herkingen’55 kon ik hoofdtrainer worden. Het grote voordeel daarvan is dat het lekker in de buurt is, want ik woon in Ooltgensplaat en omdat ik dit jaar de trainersopleiding UEFA-B ga volgen, kan ik bij ploegen in de buurt mijn licht opsteken. Met het aanbod van Herkingen viel alles eigenlijk op zijn plaats. Ik heb bij Stavenisse gezegd dat ik trainer werd van Herkingen en daar waren ze niet zo blij mee. Ik had toch al gezegd dat ik zou blijven, zo reageerden ze. Maar ik gaf aan dat aan mijn voorwaarde niet voldaan was en dat ik daarom elders een sportieve uitdaging ging zoeken. Nee, de band met Stavenisse is niet verbroken. Ik heb aangegeven in de toekomst graag nog eens terug te keren als trainer. Nu ben ik weliswaar trainer van Herkingen, maar in de voorbereiding hebben we er nog een oefenwedstrijd tegen gespeeld.’
Hoe goed kende je de spelers van Herkingen toen je met je eerste training begon? Als trainer van OFB ben je die ploeg in het verleden tegen gekomen, maar ik neem aan dat er in de jaren dat jij bij WIK en Stavenisse hebt gewerkt er bij Herkingen jongens bijgekomen zijn, die jij niet kent.
Wouter: ‘Dat is zo. Met WIK’57 heb ik een keertje tegen Herkingen gevoetbald, maar dat is alweer een tijdje geleden. Veel spelers kende ik niet, vooral de jongere gasten niet. Op 7 augustus hebben we voor de eerste keer getraind bij Herkingen en die ga ja als trainer geheel onbevangen in. Daarvoor was er trouwens al wel een kennismakingsbijeenkomst geweest en daarin had ik een praatje gehouden. Ik heb toen verteld hoe ik ertegenaan kijk, wat ik verwacht van de spelers en op welke manier ik dingen wil gaan bereiken.’
Licht die punten eens toe. Hoe kijk je er tegenaan? Wat verwacht je van je spelers? En hoe wil je dingen gaan bereiken?
Wouter: ‘Om met het eerste punt te beginnen: ik wil dat de spelersgroep een positieve ontwikkeling gaat doormaken, dat ze beter worden en met een herkenbare speelstijl gaan voetballen. En ik wil ook jeugd gaan inpassen, want ik wist al wel dat er bij Herkingen veel goede jonge spelers zijn. Die wil ik een kans gaan geven.’
Wat verwacht je van je spelers?
Wouter: ‘Professionaliteit. Daarmee bedoel ik dat ze op komen draven bij de trainingen en dat ze op die avonden trainingsarbeid leveren. Ik wil inzet, strijd, maar ook plezier en daarin is het teamgevoel belangrijk. Jongens moeten iets voor elkaar over hebben in het veld.’
En hoe denk je dat soort dingen te gaan bereiken?
Wouter: ‘Samen met mijn elftalleider Adriaan Almekinders praten we met een stuk of 20 spelers, allemaal jongens die in aanmerking komen voor het eerste elftal. Mooi is dat het voeren van zulke gesprekjes ook een opdracht is in de trainingsopleiding die ik ga volgen, dus zo snijdt het mes aan twee kanten.’
Had je die gesprekken ook gevoerd als het geen opdracht van de trainingscursus was?
Wouter: ‘Jawel. Bij WIK en Stavenisse heb ik ook al met spelers gesproken, maar niet met zoveel jongens zoals nu bij Herkingen.’
Wat wordt er in die gesprekjes besproken?
Wouter: ‘Jordi Smit, de trainer van DBGC, heeft me een paar vraagjes doorgespeeld. Ik wil van mijn spelers onder meer weten wat hun favoriete positie is, dus op welke plek ze het liefst willen voetballen. Ik wil weten in welke formatie ze willen voetballen, hoe ze willen voetballen. Is dat inzakken en loeren op de counter? Of is dat hoog druk zetten en vol op de aanval spelen? Ik wil ook weten wat hun kwaliteiten en hun verbeterpunten zijn, welke ambitie ze als voetballer hebben en wat ze daarvoor over hebben. De antwoorden van de spelers neem ik allemaal mee.’
En dan bepaal jij vervolgens hoe er gespeeld gaat worden…
Wouter: ‘Nee, hoor. Ik ga voetballen op de manier zoals de spelers dat graag willen. Ik pas de speelwijze aan op de sterke punten van de spelers. Zij bepalen hoe we spelen. En ik probeer ze in de oefenwedstrijden en in de bekerwedstrijden uit op de posities waarop ze aangegeven hebben het liefst te spelen. Elke speler zal zijn plekje moeten verdienen en uiteindelijk selecteren ze zichzelf door op trainingen en in wedstrijden te laten zien wat ze in hun mars hebben. En ik ga ze daar natuurlijk wel op afrekenen en dingen wellicht anders doen als het niet loopt. Dat ga ik niet doen als het voortvarend gaat, want dan is het prima allemaal. Maar als het niet loopt zoals we graag willen met z’n allen, dan kan ik spelers erop wijzen wat we afgesproken hebben en op hetgeen ze zelf aangegeven hadden. Je kan natuurlijk wel van alles willen als voetballer, maar dan moet je er ook werk van maken.‘
Wat voor eerste indruk heb je van je spelersgroep?
Wouter: ‘Dat er veel jongens zijn die goed kunnen voetballen, vooral de jonkies die er de laatste jaren bijgekomen zijn en de spelers die vanuit de jeugd overgekomen zijn. En ik weet ook dat alle spelers graag strijd willen leveren. Strijd, dat kwam bij elke speler terug als antwoord op de vraag waarin ze sterk in zijn. Ik heb heel veel mogelijkheden. Zo stik ik bijvoorbeeld van de aanvallers en middenvelders. Misschien ga ik defensief wel aanpassingen doen door een paar middenvelders naar achteren te halen, zodat in die linie ook meer voetbal komt. Ik hoop dat we in het linker rijtje kunnen eindigen. En dat we meedoen om een periodetitel. Gezien de breedte van de selectie en de kwaliteiten van de spelers heb ik er vertrouwen in. We zullen wel zien hoe het loopt.’








