Kees Breen, zijn trainer is lyrisch over hem. ‘Mees Groenendijk is een van de betere voetballers in mijn team’, zegt de trainer van Flakkee. ‘Hij heeft een goed schot, veel inzicht en is bloedfanatiek. Dat kost hem wel eens een kaart en naar medespelers is hij tijdens wedstrijden niet altijd even vriendelijk, maar hij is een gouwe gozer voor de ploeg.’ Wij confronteren de 23-jarige Mees met die woorden en willen van hem weten hoe hij zichzelf ziet als voetballer. Daar wil hij graag aan meewerken.
Klopt het een beetje wat je trainer over je zegt?
Mees: ‘Ik ben inderdaad heel fanatiek. Dat ben ik heel mij leven al, want ik kan absoluut niet tegen mijn verlies. Ik wil er daarom alles aan doen om te winnen en wil dat mijn medespelers dat ook doen. Daar zeg ik dus in het veld wel eens wat van en dat valt dan niet bij iedereen in goede aarde, maar na de wedstrijd is het meteen over. Voetballen is mijn hobby en ook van mijn ploeggenoten en wij verdienen er geen geld mee, dus het moet wel leuk blijven. Ik ben de laatste jaren misschien wel iets milder geworden in mijn commentaar, maar dat fanatisme, die drang om te winnen, dat zal altijd wel blijven.’
En hoe zit het dan met de kaarten die je krijgt?
Mees: ‘Vroeger kreeg ik vooral kaarten omdat ik commentaar op de leiding had. Als ik dacht dat ons onrecht aangedaan werd door een beslissing van de scheidsrechter, dan leverde ik altijd commentaar. Met nogal eens een gele kaart tot gevolg. Daar ben ik goed over na gaan denken en de laatste tijd probeer ik niet meer uit mijn slof te schieten als de scheidsrechter in mijn ogen fout zit. Daarin ben ik toch wel meer volwassen geworden, vind ik. Het scheelt in ieder geval kaarten, haha. In de wedstrijden die we dit afgebroken seizoen gespeeld hebben in het begin van de competitie heb ik wel een kaart gekregen, maar die was na een stevige overtreding. Want ik laat me niet zomaar voorbij lopen door een tegenstander. Daar komt dat fanatisme dus weer om de hoek kijken.’
Het is dus zaak je fanatisme een beetje te kanaliseren. Wat is de invloed van je trainer daarop?
Mees: ‘Kees Breen is een goede trainer, waarmee je ook goed kunt praten. Volgend seizoen ben ik aanvoerder, dat heeft hij me nog niet zolang geleden verteld. Misschien wil hij op die manier wel dat ik minder commentaar lever op scheidsrechters. Ik denk dat ik als aanvoerder misschien nu wel iets kan zeggen tegen scheidsrechters zonder meteen een gele kaart te krijgen, haha.’
Wat voor voetballer ben je?
Mees: ‘Ik speel op nummer 10. Op die positie kan ik belangrijk zijn voor het elftal en dat vind ik heel leuk. Want op die plek ben ik lekker veel aan de bal en kan dan ook het tempo van de wedstrijd bepalen. Vanaf mijn positie op het middenveld kan ik met een pass een mannetje in de diepte aanspelen. Ik kan met beide benen uit de voeten, hoewel ik met rechts toch wel iets meer kan dan met links. Maar met links gaat het ook wel. Met links heb ik genoeg doelpunten gemaakt en met de kop ook. Toen ik klein was stond ik altijd een balletje te trappen tegen de muur van de brandweerkazerne hier op het dorp. Vooral met links, omdat ik dat been sterker wilde maken. Ook de voetbalschool waar ik als kind door de week altijd naar toe ging heeft aan die ontwikkeling meegeholpen. Van jongs af aan heb ik allerlei oefeningen gedaan om beter te worden, niet alleen voor mijn linkerbeen, maar ook om betere balaannames te krijgen en ballen uit de lucht te plukken en ook om mijn sprongkracht te vergroten. Tegenwoordig maak ik soms doelpunten met kopballen bij verdedigers die veel groter zijn dan ik. Al die oefeningen van vroeger hebben dus wel geholpen.’
Wanneer maakte je je debuut in het eerste elftal?
Mees: ‘Toen ik 16 jaar was, zat ik soms op de bank bij het eerste en mocht ik af en toe meedoen. Adrie Melaard was toen de trainer. Een jaar later was ik basisspeler geworden. Vreemd genoeg eerst als rechtsback. Op die plek had ik nog nooit gevoetbald, in de jeugd was ik altijd middenvelder. Maar daar heb ik nooit over geklaagd, want ik was maar al te blij dat ik met het eerste mee mocht doen. Na een wedstrijd of vier, vijf in het eerste elftal werd ik doorgeschoven naar het middenveld en daar speel ik nu nog altijd.’
Je bent nu 23 jaar oud. Dan ben je trouwens wel een jonge aanvoerder.
Mees: ‘Met mijn 23 jaar ben ik een van de ouderen in de selectie. Marijn Redert is een paar jaar ouder en Gerben van den Nieuwendijk zit rond de 30, alle andere spelers zijn jonger dan ik.’
Waarom zijn er niet meer oudere spelers bij Flakkee in de selectie?
Mees: ‘Na het seizoen 2019-2020 is een flinke groep jongens gestopt met het voetballen in het eerste elftal. Zij zijn in een lager elftal gaan voetballen. Ze waren nog geen 30 jaar oud en konden dus nog jaren in het eerste blijven voetballen. Maar dat wilden ze niet meer. Ik heb nog geprobeerd hen om te praten, maar hun besluit stond vast. Ze voetballen nu in het derde elftal en dat is heel jammer, want veel van die gasten zouden nu nog altijd een versterking zijn voor het eerste.’
Hadden ze gelijk om lager te gaan voetballen?
Mees: ‘Een beetje wel, ja. Ook ik vind dat het bestuur wel iets meer kan doen voor de selectie. Nee, ze hoeven ons niet te betalen of zo, maar ik zou graag zien dat we met goede ballen trainen en dat de attributen die we tijdens trainingen gebruiken heel zijn en niet kapot. Daar schort het soms wel een beetje aan. En ik zou ook graag zien dat het bestuur af en toe zegt dat we goed gevoetbald hebben, of hard gewerkt. Daar zijn voetballers gevoelig voor. Dat zijn een paar punten die toch wel beter kunnen.’
Daar ligt dus nu een mooie rol voor jou. Als aanvoerder kun je dat nu kenbaar maken bij het bestuur en zo proberen daarin iets te veranderen.
Mees: ‘Misschien wel, misschien niet. Ik wil daar eerst eens uitgebreid met de trainer over praten en kijken of ik in het elftal een paar jongens kan vinden, die daaraan mee willen werken.’
Terug naar jezelf. Als je echt zo goed bent als je trainer zegt, waarom voetbal je dan nog bij vierdeklasser Flakkee en niet bij een club die op een hoger niveau speelt?
Mees: ‘Dat heeft met mijn werk te maken. Ik werk bij Shell in de continu en ben dus niet altijd bij trainingen en moet soms ook wel eens een wedstrijd laten schieten door mijn werk. Hier bij Flakkee wordt dat geaccepteerd en speel ik alles als ik er ben. Dat is bij andere clubs nog maar de vraag of dat ook kan. Ik heb een paar telefoontjes gekregen van clubs die in mij geïnteresseerd waren en ik ben ook bij een club wezen praten, maar ik denk dat ik beter bij Flakkee kan blijven voetballen. Dan speel samen met jongens die ik allemaal goed ken. Bovendien is Flakkee echt mijn club, van heel onze familie. Mijn opa heeft hier jarenlang in het eerste gevoetbald en is later voorzitter geworden, mijn vader was jeugdvoorzitter en was altijd leider en trainer van het elftal waarin ik speelde, mijn moeder stond regelmatig achter de bar in de kantine en mijn zus heeft ook bij Flakkee gevoetbald. Flakkee is dus mijn club, Ik kwam hier al toen ik bij wijze van spreken nog in de kinderwagen lag. Daarom blijf ik hier voetballen.’







