Hij werkt als jeugdtrainer van Sparta vijf dagen in de week op Nieuw Terbregge en heeft daar de Onder 15 onder zijn hoede. Maar daarover willen we het niet met hem hebben. Ook niet dat hij als betaald voetballer drie jaar bij Sparta doorbracht en toen naar Haarlem verkaste, waar hij gescout werd door Chelsea en vervolgens bij die Londense topclub neerstreek. En we willen ook niet met hem praten over de avonturen die hij beleefde als speler van onder meer Falkirk, Wuustwezel en Brasschaat, clubs waar hij later speelde. Wellicht zijn dat belevenissen die aan bod kunnen komen in het kader van Oude Glorie, een rubriek bij VoetbalRotterdam waarbij we met spelers, trainers en bestuursleden terugkijken op de dingen die ze vroeger meegemaakt hebben. Maar dat is eventueel voor later.
Nu willen we de bijna 40-jarige Fouzi Mesaoudi spreken omdat hij sinds een dik jaar trainer is van de zondagselectie van FC IJsselmonde. Waarom is hij daar als trainer aan de slag gegaan? Wat trof hij daar aan? En wat zijn de doelstellingen van de club en van hemzelf? Daar willen wel alles van weten. Tussen de bedrijven door trekt hij er op Nieuw Terbregge een uurtje voor uit om antwoord te geven op onze vragen en Fouzi blijkt een fijne gesprekspartner te zijn.
Je hebt jaren in het betaald voetbal achter de rug en bent na het beëindigen van je carrière kennelijk niet in een zwart gat gevallen. Wilde je altijd al trainer worden?
Fouzi: ‘Nee, nooit. Toen ik nog voetballer was, lag ik regelmatig overhoop met mijn trainers, dus ik heb er nooit bij stilgestaan dat trainer zijn wel iets voor mij zou zijn. Dat ik uiteindelijk wel trainer ben geworden komt door een goede vriend van me. Die zei dat ik mijn ervaringen die ik in het betaald voetbal had opgedaan moest benutten. Door trainer te worden, zei hij. Ik had daar nog nooit over nagedacht. Ik had een opleiding in Sport & Bewegen afgerond, met een specialisatie in fitness, ik had nog wat andere dingen gedaan, maar die opmerking van die vriend van me zette me wel aan het denken. Trainer worden? Waarom niet? Ik besloot een clubje te zoeken, want ik wilde wel eens uitproberen of ik het leuk vond.’
Wat was je eerste club?
Fouzi: ‘Dat was bij SVSSS uit Udenhout, waar ik in 2014 trainer werd van het tweede elftal. Ik woonde toen nog in België en Udenhout was lekker dichtbij. Trainerspapieren had ik niet eens, die heb ik later dat jaar gehaald. Als ex-profvoetballer bood de KNVB mij de mogelijkheid om UEFA-C en UEFA-B gecombineerd in één jaar te doen, maar dat zag ik niet zitten. ‘Laat mij maar gewoon met UEFA-C beginnen’, liet ik de voetbalbond weten. Na zes weken had ik daar al spijt van en ik wilde het alsnog combineren. Ik nam opnieuw contact op met Marco Bout, hoofd opleidingen bij de KNVB, maar toen was mijn kans verkeken. Het kon niet meer, omdat alles al begonnen was, zei hij. Ik heb dat jaar eerst UEFA-C gehaald en een jaar later UEFA-B, want inmiddels was ik er wel achter gekomen dat trainer zijn heel erg leuk is.’
Waarom is dat leuk?
Fouzi: ‘Omdat je met allemaal verschillende jongens werkt aan een harmonieus geheel. Daar kun je heel veel gevoel in leggen, door oprecht geïnteresseerd te zijn in je spelers. Het gaat er namelijk niet alleen om waartoe ze voetballend in staat zijn, want ik ben ervan overtuigd dat spelers meer kunnen brengen als ze lekker in hun vel zitten. En daar kun je als trainer ook voor zorgen. Je slijpt als trainer natuurlijk bij elke training aan de voetbalcapaciteiten van je spelers, maar je praat met hen die avonden ook over andere zaken dan voetbal. Over hun werk, over hun thuissituatie en meer van dat soort dingen. Dat kweekt vertrouwen en dat is heel belangrijk in het proces. Dus dat gevoel erin leggen en ook het aanbrengen van harmonie, dat is de basis voor mij om trainer te zijn. Ik kwam er al heel snel achter dat je door je als trainer zo op te stellen een snaar kunt raken bij voetballers en dat gaf me veel plezier en voldoening. Daarom wilde ik verder in het trainersvak.’
Wanneer stond je voor het eerst als trainer op eigen benen?
Fouzi: ‘Dat was een jaar later. Ik werd trainer van FC Barça, een vijfdeklasser uit Breda waar heel veel Marokkaanse jongens voetbalden en waar ik twee seizoenen trainer ben geweest. Met mijn spelers daar heb ik niet alleen getraind maar ook enorm veel gesprekken gevoerd. In die tijd was FC Barça nog een rustige club met een dominee als zeer bevlogen voorzitter. Later is de club minder positief in het nieuws gekomen en door de KNVB uit de competitie gehaald.’
Maar toen was jij daar allang weg.
Fouzi: ‘Inderdaad, ja. Ik verhuisde naar deze contreien en werd trainer van FC Zoetermeer, een zondag derdeklasser. Later heb ik nog HMSH getraind, een zondag tweedeklasser, maar daar ben ik vroegtijdig afgehaakt. Ik zag er geen perspectief en zat als trainer niet op één lijn met het bestuur. Inmiddels was ik als jeugdtrainer aan de slag gegaan bij Sparta en in dat jaar heb ik ook mijn UEFA-A gehaald, want ik wilde absoluut verder als trainer.’
Hoe ben je bij FC IJsselmonde terechtgekomen?
Fouzi: ‘Dat is eigenlijk gekomen door een opmerking van Ali Boussabon. Die streek als voetballer vorig jaar neer bij IJsselmonde en had daar gezegd dat hij nog wel een goede trainer wist, want hij hoorde dat de club op zoek was naar een nieuwe trainer Ik had Ali als voetballer meegemaakt bij Zoetermeer en ook bij HMSH en toen ik bij die club als trainer afhaakte, ging hij daar ook weg. Door die opmerking van Ali ging het balletje rollen. Ik werd uitgenodigd en had een geweldig goed gesprek met Ton van Assendelft en Marcel Amens die bij de club de technische zaken voor hun rekening nemen. Dat gesprek was een paar maanden voor het einde van het vorige seizoen en we waren er meteen uit. Ik zou de nieuwe trainer van FC IJsselmonde worden, maar van twee kanten hielden we nog een slag om de arm. Ik zou het seizoen afmaken en dan zouden we kijken of we met elkaar verder gingen.’
Wat trof je aan bij FC IJsselmonde?
Fouzi: ‘Het was toen best wel onrustig op de club. Er was gerommel met het tweede elftal, een flink aantal spelers was afgehaakt of zou dat gaan doen. Rustig in de tent was het hier niet, nee. Ik ben aan de slag gegaan en met alles en iedereen gesproken. Normen en waarden staan op de eerste plaats bij FC IJsselmonde, dat hadden Ton en Marcel mij in ons gesprek al meteen duidelijk gemaakt en daar kan ik me absoluut in vinden. Ook ik vind dat heel erg belangrijk. Spelers die een paar keer over de schreef gaan en dat bleven doen, daar hebben we afscheid van genomen. Ik ben vanaf de eerste dag op mijn manier te werk gegaan. Vaak liet ik de trainingen door mijn assistent doen, zodat ik spelers apart kon nemen om met hen overal over te praten. Dat doe ik nu nog regelmatig. Elke speler krijgt die aandacht, allemaal. Zo komt dat gevoel en die harmonie dus steeds weer om de hoek kijken. We hebben heel de zomervakantie doorgetraind en zijn vol goede moed aan het nieuwe seizoen begonnen.’
En toen legde corona alles weer stil.
Fouzi: ‘Dat was enorm jammer, maar het is niet anders. We hebben altijd doorgetraind en het voordeel van corona was dat voetballen even op het tweede plan stond en je daardoor veel ruimte had om gesprekken te voeren. Die heb ik dus vaak gevoerd. Ik zie dat echt als een proces, je werkt samen naar iets toen. Alweer die harmonie en dat gevoel. Langzamerhand zie je dan dat er iets groeit, dat de onderlinge samenhang toeneemt. FC IJsselmonde was altijd een voetbalvereniging waar elk jaar veel voetballers vertrokken en er iedere keer weer veel nieuwe spelers bijkwamen. Maar dat tij hebben we weten te keren. Ruim 95 procent van de huidige selectie zal komend seizoen nog bij FC IJsselmonde voetballen. Dat is in deze voetballoze periode de mooiste prijs die we hebben weten te winnen. En er komen nog een paar jongens bij die echt versterkingen zijn, dus we kunnen vooruit.’
Dus jij blijft trainer bij FC IJsselmonde.
Fouzi: ‘We gaan weer een jaar met elkaar verder en ik heb er enorm veel zin in, niet alleen om weer met de spelers aan de slag te gaan, maar ook in de verdere samenwerking met betrokken clubmensen zoals Ton van Asendelft, Marcel Amens en Frans Zeulevoet. De club wil graag dat we een gezonde tweedeklasser worden, maar stiekem wil ik wel meer. We moeten een begrip worden in de regio, een club waar jongens graag komen voetballen en dat daar dan lang blijven doen.’
Er wordt gefluisterd dat FC IJsselmonde op termijn misschien wel het zondagvoetbal vaarwel gaat zeggen. Hoe sta jij daar als trainer in?
Fouzi: ‘Daarover wordt op de club intern wel gesproken, ja. Maar het is nu in ieder geval nog niet aan de orde. In de nabije toekomst misschien wel en als je dan horizontaal mag overstappen van de KNVB, hoef je niet opnieuw in de vierde klasse te beginnen. Als je dan op zondag een goede tweedeklasser bent, dan zou het mogelijk moeten zijn om op dat niveau op zaterdag ook leuk mee te draaien. Om dat voor elkaar te krijgen, daar wil ik wel werk van maken, zo ambitieus ben ik wel.’
Een slotvraag: werk je als trainer in het bezit van een UEFA-A licentie eigenlijk niet onder je niveau?
Fouzi: ’IJsselmonde is een tweedeklasser en met het elftal wil ik echt wel hogerop zoals ik zojuist al uitlegde. Maar mijn ambities liggen vooral bij het betaald voetbal. Ik wil werken bij een BVO. Ik ben van plan komend seizoen bij de KNVB de opleiding UEFA-Pro gaan volgen, zodat ik in ieder geval alle benodigde papieren heb. Wie weet wat er dan op mijn pad komt.’








Mooi stuk. Gedreven trainer