Wedstrijden worden er voorlopig niet gespeeld maar gelukkig wordt er bij veel clubs nog wel getraind. Gelukkig voor mij dan toch, want zo kan ik nog columns blijven schrijven over dingen die me opvallen. Sommige trainers zijn er niet zo gelukkig mee. ‘Het is helemaal niks’, vindt Sander Fakkel, trainer van eersteklasser SHO. ‘Ik voel me vooral politieagent omdat ik constant in de weer ben om iedereen de hele avond op anderhalve meter afstand te houden. Mogelijk moeten we het nog vele weken doen op deze minder leuke manier. Maar we gaan er wel mee door, omdat de spelers hebben aangegeven bezig te willen blijven. En in de buitenlucht in de weer zijn is nog altijd beter dan binnen zitten. Maar het blijft allemaal wel bezigheidstherapie, zo zonder wedstrijden.’
Vorige week donderdagavond waren de SHO-spelers er bijna allemaal, dus wat dat betreft stonden ze wel achter hun keuze om door te blijven trainen. Dinsdagavond waren ze vooral conditioneel bezig geweest, voor de donderdagtraining had Sander een parcours opgezet, waarbij op elk onderdeel verschillende spelvormen aan bod kwamen: passen, dribbelen, sprinten, afronden op kleine en grote doeltjes en meer van dat soort dingen. Sander had er een heuse competitie voor opgezet, want in tweetallen moest op al die onderdelen tegen elkaar gestreden worden. Daar zou een ranglijst van bijgehouden worden en dat vier weken achter elkaar, waarbij elke week andere spelvormen aan bod komen.
Geen enkele voetballer wil verliezen, dus gestreden werd er volop en natuurlijk werd er soms gesmokkeld en gesjoemeld. Peter Konings streed samen met Joost Both tegen Dennis Groosjohan en Robin Winkels om de overwinning op het onderdeel scoren van afstand in een klein doeltje na eerst gedribbeld te hebben langs hoedjes en de bal 10 keer te hebben hooggehouden. Onderweg lukte het Peter een keertje niet de bal 10 keer hoog te houden. Hij deed het hooguit 6 keer. Toen stuitte de bal op de grond en schoot hij snel op het doeltje, dat een meter of 20 verderop stond. Hij scoorde en laat dat doelpunt nou net de winnende zijn. Dennis en Robin waren het ontgaan. Ze waren te veel bezig om zelf te scoren. Maar toen verzorger Rob Bosch vanaf de tribune riep dat het niet allemaal eerlijk was, waren de rapen gaar, al helemaal toen ze doorkregen dat juist keeper Peter Konings de winnende treffer had gescoord. Het gemopper van Robin en vooral van Dennis was niet van de lucht. Geweldig, die strijd om een paar puntjes meer of minder. Peter deed wijselijk alsof zijn neus bloedde en Joost stookte het vuurtje nog verder op door te zeggen Robin en Dennis er helemaal niets van konden en dat het vanzelfsprekend was dat ze dit onderdeel hadden verloren.
Dat Peter die bal niet 10 keer hooghield onderweg neem ik hem trouwens niet kwalijk. Hij is keeper en keepers hebben andere kwaliteiten. Die moeten ballen tegenhouden en dat kan Peter als de beste. Ik heb hem in wedstrijden vaak genoeg zekere doelpunten zien voorkomen. Eerder op de avond hadden Dennis en Robin ook al gemopperd op Peter, toen er op een groot doel afgewerkt moest worden met steeds iemand anders onder de lat. Bijna alle ballen vlogen er in bij iedereen, maar de keren dat Peter als keeper te fungeren, passeerden Dennis en Robin hem slechts zelden. Toen Peter alweer een bal uit zijn doel ranselde, klaagde Dennis dat het niet eerlijk was om deze oefening te moeten doen tegen een keeper. Hij vergat erbij te zeggen dat Peter haast alle ballen over of naast poeierde wanneer hij aan de beurt was om op doel te knallen.
Het was leuk om Peter in deze oefenvormen aan het werk te zien. Bovendien zag ik hem nu sprintjes trekken en hard lopen en kwam er zo achter dat hij een hele mooie loop heeft. Een soepele, verende tred, alsof hij dat uren achter elkaar kan volhouden. Zo zie je een keeper nooit aan het werk. Doelmannen leggen in wedstrijden namelijk niet zo veel meters af. Mooi dat deze ‘coronatraining’ aan het licht heeft gebracht dat Peter Konings, de keeper van SHO, heel stijlvol kan hardlopen. Maar ik zie hem toch honderd keer liever in een wedstrijd bezig.







