Oude Glorie (13). Leen Verkerke maakte als grensrechter de opkomst en neergang van NTVV mee. ‘Bij Stellendam had ik geen vrienden’

0

Een jaar of twee, drie geleden is hij door zijn voetbalclub NTVV benoemd als lid van verdienste omdat hij als vrijwilliger al vele jaren samen met Piet Noteboom het groen onderhoudt op De Kopernis, het sportpark van NTVV. Maar het is niet daarom dat Leen Verkerke ditmaal de Oude Glorie is, hoezeer we ook waarderen dat er mensen zijn zoals hij die vele uurtjes in hun club steken. Nee, we duiken met Leen terug in het verleden omdat hij lange tijd grensrechter was bij het eerste elftal van NTVV, dat in de periode dat hij met een vlag langs de lijn rende een opmars maakte van de vierde naar de eerste klasse en daarna weer de omgekeerde weg bewandelde. ‘Tot zelfs helemaal terug naar de vijfde klasse, want die was er toen ook nog’, vult Leen aan, die de vlag nu niet meer hanteert. Voor aanvang van de bekerwedstrijd van zijn club tegen Piershil nemen we uitgebreid de tijd om terug te blikken.

Je bent een echter NTVV’er, toch?

Leen: ‘Jazeker. Ik ben lid van NTVV vanaf 1964. Altijd hier gevoetbald en nooit naar een andere club gegaan. Alleen voor uitwedstrijden. Ik heb wel een paar keer in het eerste elftal gevoetbald, maar dat mag geen naam hebben. Ik zat in dienst, moest naar Duitsland en was dan vaak zes weken weg. Van trainen kwam toen natuurlijk niet veel, ja ’s avonds aan de bar. Meestal voetbalde ik in het tweede elftal, of in het derde. Daar staat me trouwens nog wel iets van bij. In een thuiswedstrijd tegen FC Maluku ben ik ooit eens door een tegenstander met een mes achterna gezeten. Het was mijn directe tegenstander na rust, want in de tweede helft was hij ingevallen. Ik was een harde, maar faire voetballer. Ik kletste er wel altijd in, maar nooit om iemand bewust te blesseren. Maar ze moesten van goeden huize komen om mij te passeren. Tijdens een duel met hem ging ik er hard in en hij moest geblesseerd het veld af. Hij naar de kleedkamer en even later kwam hij terug met een groot mes in zijn handen. Hij liep op mij af. Ik heb nog nooit zo hard gerend als toen: het hoofdveld af, het tweede veld over en hij achter me aan. Gelukkig konden andere mensen hem tot bedaren brengen en is er verder niets ergs gebeurd. Wat bleek? Die kerel was een jaar geblesseerd geweest en speelde tegen ons na zijn herstel weer zijn allereerste wedstrijd. En zou na die schop van mij misschien wel gedacht hebben dat hij er weer lange tijd uit lag. Er kwam politie bij, maar later heb ik er nooit meer iets van gehoord. Ook van FC Maluku niet.’

Was jij zo’n harde voetballer?

Leen: ‘Ik keek niet zo nauw. Raakte wel eens iemand, maar deed dat niet om iemand expres te blesseren. Vroeger mocht er trouwens veel meer, toen was het spel veel ruwer dan nu. Er werd ook veel meer van elkaar geaccepteerd. Het was geven en nemen. Ik ging daar in mee en mekkerde ook niet als iemand mij eens raakte. Tegenwoordig heb je de Neymars en zo, die rollen zelfs over het veld als ze niet geraakt zijn. Veel voetballers van tegenwoordig zijn watjes. Als het hard heeft geregend en er op de velden niet getraind kan worden, dan wordt er nu niet getraind. Wij renden vroeger dan naar de Buitendijk en moesten die twee, drie keer oprennen. Die mentaliteit is er nu niet meer. Ze melden zich af om niks, als ze moeten gaan winkelen of zo. Daar kan ik slecht tegen. Ik was vroeger verdediger en kreeg van de trainer altijd maar één opdracht: de tegenstander uitschakelen. Er altijd kort opzitten, hem geen moment enige ruimte geven, altijd bij hem in de buurt blijven en als hij ging pissen, dan moest je mee. Zo’n voetballer was ik.’

Hoe komt het dat je bij NTVV bent gaan vlaggen?

Leen: ‘Ik speelde destijds in het vierde elftal toen Kees Bruggeman, de toenmalige voorzitter vroeg of ik bij het eerste wilde vlaggen. Het zou voor één keertje zijn want de vaste vlagger was verhinderd. Ach, voor een keertje wilde ik het wel doen, dacht ik. Maar bij die ene keer zou het niet blijven. Ik heb meer dan 10 jaar gevlagd en heb meegemaakt dat NTVV van de vierde klasse opklom naar de eerste klasse en toen als eens speer weer terugzakte naar de vijfde klasse.’

Heb jij als vlagger veel punten gepakt voor je club?

Leen: ‘Natuurlijk vlag je wel eens in het voordeel van je eigen club, maar na afloop kreeg ik altijd complimenten van de scheidsrechter. Als vlagger was ik namelijk heel erg fanatiek. Ik liep altijd mee, was altijd op de goede hoogte. Tegenwoordig zie je wel eens grensrechters die de boel van een afstand staan te bekijken, maar ik stond er altijd bovenop. Ja, als ik bij het voetbal sta te kijken, let ik altijd op de grensrechters. Ik vond vlaggen heel leuk. Van scheidsrechters heb ik nooit het verwijt gekregen dat ik het verkeerd had gedaan. Supporters van tegenstanders dachten daar trouwens wel anders over. Als ik alle ziektes moet hebben die ze me toen toegewenst hadden, dan zou ik 1000 jaar ziek zijn geweest.’

Wat staat je uit die tijd nog het meest bij?

Leen: ‘Dat het langs de velden toen veel drukker was dan nu. Vroeger waren hele gezinnen op de voetbal, toen gingen vader en moeder de hele dag mee met hun kinderen. Tegenwoordig gaan ze naar de camping en moeten de kinderen mee. Bij Rozenburg vlaggen vond ik altijd bijzonder leuk. Ze voetballen op een enorm mooi complex, er was daar altijd een berg publiek. Geweldig. Op de weg terug naar Nieuwe Tonge na een uitwedstrijd bij Rozenburg maakte ik trouwens nog iets mee. Net voorbij de dam bij Stellendam brak de kabel onder het gaspedaal van de bus waarmee ik reed. Een bus van mijn werk. Mobieltjes waren er toen nog niet, maar ik moest thuis wel laten weten wat er gebeurd was en ook iemand zien te vinden die me naar huis kon slepen. Ik ben naar voetbalvereniging Stellendam gelopen, waar de kantine nog stampvol zat. Die club was twee weken eerder tegenstander van ons geweest en ze hadden verloren. Die mensen in de kantine kenden mij natuurlijk als vlagger van NTVV. Ze hadden me twee weken eerder nog uitgescholden. Bij Stellendam had ik niet bepaald veel vrienden gemaakt. Ik meteen door naar de bestuurskamer, waar ze me geholpen hebben. Ik mocht bellen en net zo lang op de club blijven totdat ze me kwamen wegslepen. Dat was pas tegen tien uur ’s avonds en al die tijd ben ik de bestuurskamer niet uit geweest.’

Kreeg jij als grensrechter betaald?

Leen: ‘Eerst niet. Maar toen ik zag dat spelers door sponsors af en toe een envelop met geld toegestoken werd, zei ik eens uit een geintje: ‘En ik dan?’  Toen ze antwoordden dat ik geen speler was, zei ik dat ze dan maar op zoek moesten naar een andere grensrechter. Daar meende ik niks van, want ik vond vlaggen veel te leuk om er mee te stoppen. Maar vanaf toen kreeg ik ook wat centjes.’

Waarom ben je uiteindelijk gestopt als clubgrensrechter?

Leen: ‘Dat NTVV na de eerste klasse terugzakte naar de vijfde klasse had daar weinig mee te maken. Ik had het heel veel jaartjes gedaan en vond het mooi geweest, vooral omdat ik me begon te ergeren aan de mentaliteit van spelers. Bij ons en bij de tegenstander. Ik was veel te fanatiek, ben dat al die jaren geweest trouwens. Om mijn conditie op peil te houden, trainde ik met de selectie mee. Aan partijtjes en zo deed ik niet mee, maar als er gelopen of gesprint moest worden, was ik van de partij. Fanatiek ben ik altijd gebleven en ik zag dat spelers dat steeds minder werden. Als ze bijvoorbeeld dachten dat ze een bal niet binnen konden houden, namen ze niet eens de moeite om dat toch te proberen. Het is mooi geweest, vond ik en toen leverde ik mijn vlag in. Daarna heb ik nooit meer gevlagd.’

Laat een antwoord achter