Voorzitter Sharon van Zadelhoff (Feyenoord Futsal): ‘Wij kruipen uit het gat’

0

Ze voetbalde met een aantal meiden bij Zwart Wit’28. Op het veld. Toen die club vanwege financieel malheur ophield te bestaan verhuisden ze naar BVV Barendrecht. Maar voetballen in weer en wind, dat was toch wel koud, vooral in de wintermaanden. Om dan altijd maar buiten te trainen en te voetballen in barre omstandigheden; dat ging meer en meer tegenstaan. Een van de meiden had toen een lumineus idee. ‘Waarom gaan we niet lekker met z’n allen in de zaal voetballen’, opperde ze. Die opmerking viel meteen bij iedereen in goede aarde en het groepje voetballende meiden zocht en vond onderdak bij DOTO, in Pernis, waar ze met open armen ontvangen werden. DOTO fuseerde later met Excelsior Pernis tot vv Pernis, maar dat veranderde aan het zaalvoetbal niks. Ook bij de nieuwe vereniging waren de voetballende dames op hun plek en kregen ze alle medewerking zich verder te ontwikkelen. Sharon van Zadelhoff kijkt er met veel plezier op terug. In Pernis ontwikkelde de groep zaalvoetballende dames zich tot een nauwelijks te verslaan geheel, maar groeide ook een beetje uit haar voegen. Op haar initiatief gingen ze weer op zoek naar een nieuwe locatie en die vonden ze bij TPP in Rotterdam, de zaalvoetbalvereniging die onlangs omgedoopt is tot Feyenoord Futsal . Daar is Sharon nu coach van het succesvolle damesteam en tevens voorzitter van de gehele vereniging. Over vooral dat laatste willen we alles weten en Sharon is gaarne bereid antwoorden op onze vragen te geven als we vragen om een onderhoud. ‘Kom maar langs, ik heb geen geheimen’, zegt ze.

Om te beginnen: waarom weg uit Pernis? Je zegt zelf dat het daar zo leuk was.

Sharon: ‘Bij Pernis was het ook leuk. We regelden als zaalvoetbalploeg alles zelf, maar kregen vanuit de club enorm veel medewerking. Maar het was toch behelpen. We speelden in de dames-eredivisie en dan heb je naast het veld aan alle kanten uitloopstroken nodig, zo schrijft de KNVB voor. Een hal die aan die afmetingen voldoet was er niet in Pernis. Wij speelden onze thuiswedstrijden daarom in de Margriethal in Schiedam. Zaalvoetbal kost heel veel. Voor zaalhuur, trainingen, vervoer, scheidsrechters, kleding en andere noodzakelijke dingen zit je zo op 15.000 euro per jaar voor dames 1. Voor heren 1 zelfs driemaal zoveel. Wij hielden zelf onze broek op, financieel. Dat geld hadden we dus altijd wel, maar Pernis is klein en de vereniging was een echte dorpsclub. Niks mis mee, maar omdat we door wilden groeien zochten we een grotere markt, een groter gebied, waarin het zoeken naar sponsors wat makkelijker zou zijn. Ik wilde daarom graag naar Rotterdam, in eerste instantie als zelfstandige zaalvoetbalvereniging voor vrouwen, maar toen opperde de KNVB eens met TPP te gaan praten. ‘Die kunnen namelijk wel ondersteuning gebruiken’, zeiden ze erbij.’

En dat heb je gedaan. Hoe waren die gesprekken met TPP? Werden jullie met open armen ontvangen?

Sharon: ‘TPP flirtte al een paar jaartjes met ons. Ze wilden dolgraag dat wij ons bij hen aansloten. Bij TPP speelden alleen mannen. het eerste team kwam uit in de eredivisie, maar had het de laatste jaren prestatief niet zo goed gedaan. Eigenlijk vanaf het vertrek van coach Max Tsjaden, die bondcoach werd, zat de klad er een beetje in. In de gesprekken gaf het toenmalige bestuur ook aan dat ze het financieel niet makkelijk hadden. ‘We zitten financieel op het randje’, gaven ze aan en nadat wij besloten hadden de overstap te maken, waren ze daar heel content mee. Op die manier kregen ze er in een klap een eredivisieploeg en een ploeg die uitkomt in de hoofdklasse bij en ook nog een team dat in de eerste klasse speelt. Samen meer dan 35 nieuwe leden. Allemaal dames. Heel welkom waren we dus, we kwamen precies op het goede moment.’

En vanaf toen ging het crescendo met de vereniging.

Sharon: ‘Nee, helemaal niet. Integendeel zelfs. TPP zat opgezadeld met een dikke schuld en was op sterven na dood. Er vielen heel veel lijken uit de kast, het leek wel een crematorium. De club was niet eerlijk geweest toen ze hun situatie schetsten. TPP stond er aanzienlijk slechter voor dan dat ze aangegeven hadden.’

Voelde je je bekocht?

Sharon: ‘Ik ga altijd uit van het positieve van de mens. Kan me dus niet voorstellen dat de toenmalige bestuursleden expres een vals beeld hadden geschetst. Ik houd het er maar op dat ze ook hun hoop op betere tijden in hun eigen oordeel hadden meegenomen in hun voorlichting. Hoe dan ook, wij als nieuwkomers kwamen niet bepaald in een gespreid bedje terecht en dat was een enorme tegenvaller.’

Wat heb je toen gedaan?
Sharon: ‘Als een echte Rotterdammer de schouders er onder gezet en hard gewerkt. Ik zit al meer dan 15 jaar in het zaalvoetbalwereldje en ook omdat ik zelfstandig ondernemer ben is mijn netwerk heel groot. Ik bood meteen een helpende hand aan het zittende bestuur om het financiële gat te dichten. Maar ook organisatorisch zat het met de vereniging niet goed. De zittende bestuursleden deden hun best binnen hun mogelijkheden, maar regeerden vooral vanuit de hoop ‘we komen er wel’.  Maar zo makkelijk was het niet. Als het op deze manier doorgaat, bestaan we volgend jaar niet meer, dacht ik toen. Dan kun je wel aan de zijlijn gaan staan roepen, maar als er echt iets moet veranderen, moet je zelf iets doen, vond ik. Ik heb toen mensen gemobiliseerd om samen met hen als nieuwe bestuurskandidaten te komen. Uiteindelijk zijn we vorig jaar september gekozen en vanaf dat moment ben ik voorzitter. ‘

We zijn nu ruim een jaar verder. Hoe staat de vereniging er nu voor?

Sharon: ‘Onze start was niet makkelijk, want de club bleek aanzienlijk meer schuld te hebben dan we op dat moment wisten. Met alle schuldeisers hebben we betalingsregelingen opgesteld en in de maanden nadat we aangetreden waren hebben we daarin nooit verzaakt. Elke maand is betaald. Het financiële gat is nog altijd niet gedicht, maar we zijn op de goede weg. We kruipen uit het gat en financieel kunnen we de dingen doen, die we willen doen. Maar er wordt nu niet meer geld uitgegeven dan dat er binnenkomt. Vet op de botten hebben we nog niet, maar als we op deze manier doorgaan, is ons voortbestaan verzekerd. Dit jaar kunnen we schuldenvrij doorkomen en dat is mooi, want de club bloeit helemaal op. Vorig seizoen werd beëindigd met 8 herenteams en 4 damesteams, het komende seizoen gaan we in met 15 herenteams, 5 damesteams en 2 jeugdteams. Veel mensen denken dat die groei alleen maar te maken heeft omdat we sinds kort Feyenoord Futsal heten en er in een Feyenoordtenue gespeeld wordt, maar dat is slechts ten dele waar. Veel van onze leden zijn Feyenoordsupporter, maar een deel ook niet. Feyenoord boeit hen niet, zij komen hier vooral voetballen omdat het bij ons zo gezellig en leuk is.’

Waarom heeft TPP de naam veranderd in Feyenoord Futsal?

Sharon: ‘Afgelopen seizoen kwam de herenselectie van TPP al uit als Feyenoord Futsal en onder die naam gaat vanaf eind juli heel de vereniging verder. Met deze naam krijgen we meer uitstraling en zijn daardoor aantrekkelijker voor mogelijke sponsoren. En voor nieuwe leden. Wij denken echt dat we zo  nog groter kunnen groeien.’

Tot slot: hoe wil jij als voorzitter functioneren? Hoe blijf je op de hoogte van wat er in de vereniging speelt?

Sharon: ‘Op de hoogte blijven van wat er speelt is heel belangrijk, niet alleen voor ons als bestuur en voor mij als voorzitter, maar ook voor het vertrouwen van de leden in het bestuur en in mij. De club moet je beschouwen als een piramide. Wij zijn dan wel het bestuur, maar we maken echt niet de dienst alleen uit. We luisteren ook heel goed naar onze leden. Elk team bij ons heeft een contactpersoon en die hebben allemaal het 06-nummer van mij. Kunnen me altijd bellen als ze ergens mee zitten, kunnen altijd feedback geven. We hebben veelvuldig contact en zo weten we allemaal van elkaar wat er gebeurt en moet gaan gebeuren. Dat gebeurt trouwens allemaal op vrijwillige basis, niemand krijgt hier een vergoeding. Ook de spelers niet. Wij zijn Rotterdam. We stropen allemaal onze mouwen op en zetten onze schouders eronder. Mooi is dat we naar verre uitwedstrijden naar onder meer Leek, Vlissingen, Roermond voor de mannen en naar Zwolle, Drachten en Groningen voor de vrouwen grote bussen tot onze beschikking hebben. Die betalen we zelf! Maar als het een keer zo is, dat er nog een onvoorziene rekening uit de kast valt en dat we daardoor een weekend een bus niet zouden kunnen betalen, dan zeggen we dat tegen de spelers dat ze voor een keertje met hun eigen auto de reis moeten ondernemen. Ik ga er niet van uit dat dit noodzakelijk is dit jaar, want financieel hebben we de zaken op de rit staan, maar ik zeg nooit ‘nooit’. Er is nog veel werk te verzetten hier, maar we zijn op de goede weg. Er zit weer leven in de brouwerij.’

Laat een antwoord achter