Ronald Ermes (TOGB): ‘Verbetering is een proces, geen gebeurtenis’

0

De afgelopen vijf jaar van zijn trainersloopbaan waren erg succesvol. Bij Excelsior Maassluis werd hij tweemaal achtereen kampioen, het eerste jaar met de Onder 19 en het tweede jaar met het tweede elftal en als hoofdtrainer van  TOGB sleepte hij het eerste jaar een periodetitel in de wacht, werd in het tweede jaar kampioen en in dit door corona vroegtijdig afgesloten seizoen stond hij bovenaan in de eerste klasse B en mocht via de achterdeur alsnog promoveren naar de hoofdklasse. Als we kennis gemaakt hebben, vragen we Ronald Ermes of hij een succestrainer is. En we zeggen er meteen bij dat we al weten wat zijn antwoord zal zijn: ‘Succes haal je niet alleen. Je doet het met z’n allen: spelers, staf en de mensen eromheen.’ Ronald moet lachen om deze voorspelling en als hij koffie heeft ingeschonken, gaan we hem eens echt aan de tand voelen.

Leg eens uit waarom het die twee jaar bij Excelsior Maassluis zo goed ging.

Ronald: ‘Als jeugdtrainer of als trainer van een tweede elftal moet je geluk hebben met de lichting spelers waarover je kan beschikken en in die twee jaar viel alles samen, want de lichting bij Excelsior Maassluis was heel goed. Na het tweede jaar maakten 7 spelers de overstap naar het eerste. Ik had dus heel veel goede spelers tot mijn beschikking. We haalden zelfs de kwartfinale van de districtsbeker en dat zou betekenen dat we ons kwalificeerden voor de echte KNVB-beker het jaar daarop, maar daar mogen geen tweede elftallen van amateurs aan meedoen. Heel jammer was dat. Maar toch, het ging echt heel goed. Natuurlijk ben je afhankelijk van de kwaliteiten van je spelers, maar je probeert er als trainer wel je eigen saus overheen te gieten. Ik was assistent bij Dogan Corneille en bij Michel Langerak geweest en heb later ook veel opgestoken van Jeroen Rijsdijk, want bij hem liep ik stage voor de UEFA-A-trainersopleiding. Van al die mannen pik je dingen op en die voeg je toe aan je eigen inzichten.’

Wat is die saus waar je het over hebt. Uit welke ingrediënten bestaan die?

Ronald: ‘Ik probeer altijd heel duidelijk te zijn en aan te geven wat kan en mag. Daarbij hanteer ik niet een heel rijtje regels, want regels heb ik niet. Ik vind dat je je altijd normaal moet gedragen en dat je goed en respectvol met elkaar om moet gaan, op het veld en ook daar buiten. Als me iets niet bevalt, dan zeg ik er iets van. Dan leg ik uit waarom ik daar iets van zeg. Die uitleg geef  ik ook als spelers niet spelen. Dan vertel ik hen waarom ze dat niet doen en wat ze eraan moeten doen om wel te spelen, waarin ze zich moeten verbeteren. Die uitleg moet, vind ik. Want als je alleen maar tegen die speler zegt dat die ander beter is, dan ben je niet duidelijk en dan weet de speler niet waar hij aan toe is. Zo ben ik in alles. Ik probeer tussen de spelers te staan, maar als het nodig is sta ik erboven. Als trainer moet je ook verrassend zijn, vind ik. Je moet meegaan met je tijd. De tactiek uitstippelen met flipovers en met magneetjes op een bord moet je niet te vaak doen. Ik gebruik veel videobeelden en niet alleen van wedstrijdsituaties. Ook motivatiedingetjes. Ja, ik denk echt dat dit werkt, dat je daarmee je spelers kunt ‘pakken’, dat het een positieve invloed heeft op het groepsproces. Dat groepsproces is heel belangrijk. Spelers moeten van elkaar weten wat ze op het veld moeten doen en kunnen elkaar ook corrigeren. Ze moeten beseffen dat je voetbalt met een team, dat je het samen moet doen en dat iedereen daarin zijn rol moet weten. Weten ze dat niet, dan blijft het los zand. Dan krijg je nooit een hecht team. Ik ben in dit alles ook kritisch op mezelf, kijk altijd in de spiegel als iets niet naar mijn zin  gaat. Heb ook zelfspot. En ik weet mijn grenzen. Donderdagavond na de training, als iedereen blijft hangen op de club, schuif ik ook aan. Als het bier wat meer in de man komt, ga ik naar huis. Als hoofdtrainer heeft het dan geen zin meer om te blijven.’

Bij Excelsior Maassluis ging het heel goed. Je had het prima naar je zin bij die club en toch vertrok je. Waarom ben je weggegaan?

Ronald: ‘Omdat ik op eigen benen wilde gaan staan. Ik wilde hoofdtrainer worden, zelf de eindverantwoordelijke zijn. De papieren om bij een tweedeklasser aan de slag te gaan had ik en ik had al een cirkeltje gezet om de namen van clubs waar ik wel zou willen werken. Want ik wil niet overal werken, alleen bij clubs met een duidelijke visie en die veel aandacht besteden aan de eigen jeugd. TOGB is zo’n club wist ik en toen daar een plek vrij kwam, heb ik een uitgebreide brief geschreven en die per mail verzonden.’

Wat gebeurde daarna?

Ronald: ‘Binnen een uur na het versturen van dat mailtje had ik Peter Stoutjesdijk aan de telefoon,  de technisch manager  van de club. Peter praat graag over voetbal en we zaten meer dan een uur aan de telefoon en na dat gesprek wist ik dat ik een hele grote kans maakte om trainer van TOGB te worden. Maar zover was het nog niet. De club bleek tussen de 35 en 40 sollicitaties te hebben ontvangen en later heeft Peter me verteld hoe het gegaan is. Hij had alle sollicitaties uitgeprint en op tafel gelegd en een paar mensen van het bestuur er drie uit laten kiezen. Daar zat mijn brief ook bij. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek en in dat gesprek met Peter en met Izaäk Havenaar, bestuurslid technische zaken, werd ik helemaal doormidden gezaagd. Ik moest alles vertellen. Mijn visie op voetbal, op het omgaan met spelers, wat ik wil en hoe ik denk dat te bereiken. Na een paar dagen werd ik gebeld: ik werd de nieuwe trainer van TOGB. Ik bleek helemaal in het profiel te passen dat de club had opgesteld, zo hebben ze me later verteld. Bij TOGB zochten ze een jonge trainer, die goed met jeugd kan werken en goed kan communiceren en na het gesprek met mij vonden ze het niet nodig andere kandidaten uit te nodigen.’

Toen was je trainer geworden van een tweedeklasser. Ik neem aan dat Izaäk Havenaar en Peter Stoutjesdijk je in dat gesprek ook hebben aangegeven dat de club hogerop wil.

Ronald: ‘Dat wilden ze inderdaad. TOGB moest uit de tweede klasse, daar zaten ze al te lang in, vonden ze. Ik kreeg twee jaar de tijd om dat voor elkaar te krijgen en kreeg dan ook een tweejarig contract. En van de club kreeg ik bovendien de mogelijkheid om het UEFA-A –diploma te halen. ‘

En toen ging je aan de slag.

Ronald: ‘De selectiegroep was al samengesteld. Als nieuwe trainer had ik daar geen invloed op en dat hoeft ook niet. Je moet het doen met de spelers die je tot je beschikking hebt en ik ben niet iemand die zes of zeven spelers meebrengt. Helemaal niet zelfs. De insteek van TOGB is dat ze eerst heel goed willen kijken wat je zelf in huis hebt, dat jonge spelers een kans moeten krijgen en die visie onderschrijf ik helemaal. Dat was ook een van de redenen dat ik een cirkeltje om de naam van TOGB had gezet toen ik besloten had om hoofdtrainer te willen worden.’

Wat heb je dat eerste seizoen veranderd?

Ronald: ‘Ik heb eerst gekeken wat er ontbrak in het team. Ik had de ploeg een aantal keer zien spelen en er was te weinig diepgang in het elftal. Verder kom je uit op de gebruikelijke dingen: met z’n allen hoog druk zetten, dominant zijn, diep spelen gaat voor breed, van elkaar weten wat je moet doen  en meer van zulke dingen. In dat eerste jaar als trainer bij een nieuwe club moet je kijken of dat allemaal kan met de spelers die je tot je beschikking hebt. We begonnen voortvarend aan de competitie, haalden 10 punten uit de eerste 4 wedstrijden, maar daarna kwam de klad er een beetje in. We verloren over de hele competitie maar 3 keer, maar we speelden heel vaak gelijk, te vaak. Wel haalden we de derde periode omdat we lange tijd ongeslagen bleven en dat is de opmaat geweest voor de daaropvolgende jaren.’

Leg dat eens uit.

Ronald: ‘Verbetering is een proces, geen gebeurtenis. Aan het einde van dat eerste jaar vielen jongens af. Er waren er ook een paar die op zaterdag gingen voetballen. We hebben niemand weggestuurd, zo’n club is TOGB niet. Er bleven er uiteindelijk 12 over, want veel jongens zagen in dat hun kans op speeltijd minder zou worden De selectie werd dus aanzienlijk ververst, vooral met jongeren uit de Onder 19. Voor de specifieke kwaliteiten die we toen nog zochten en nog niet in huis hadden, hebben we een paar spelers gehaald. Nee, ze verdienen hier niet veel geld. Spelers krijgen puntengeld, verder niets. Ook geen reiskosten. Toen hadden we dus een grotendeels nieuwe selectie en ik maakte de spelers duidelijk dat ik niet keek naar leeftijd, ook niet naar het aantal jaren dat je al bij TOGB speelt, maar alleen naar wat ze laten zien op de trainingen in de wedstrijden. Dat was het enige wat telt. En dan moet je wel komen trainen. Ik heb er alle begrip voor dat je een keertje niet kan komen, maar als dat 3 of 4 keer in korte tijd gebeurt, moet een speler ook begrip hebben dat ik hem zondag niet opstel. We begonnen met veel ambitie en met frisse moed aan het seizoen en verloren de allereerste bekerwedstrijd tegen Berkel met 7-0…’

Dat hakte er wel in, vermoeden we.

Ronald: ‘Berkel is een club 200 meter verderop en zo’n nederlaag ligt natuurlijk erg gevoelig hier in het dorp. De dinsdag erop werd ik door Izaäk en Peter uitgenodigd voor een gesprek. Toen ik daar toch een beetje ongerust naar toe ging, werd ik meteen gerustgesteld. ‘Vooral door blijven gaan met waar je mee bezig bent, want we geloven in je aanpak’, zeiden ze en daarmee spraken ze dus alle vertrouwen uit in wat ik aan het doen was. Heel mooi was dat, dan voel je je echt gesteund. De volgende bekerwedstrijd was tegen Neptunus Schiebroek. We verloren met 5-1… En toen stond de eerste competitiewedstrijd op het programma, uit bij OLIVEO in Pijnacker. Bij rust was het nog 0-0 en het zag er niet uit wat we aan het doen waren. Lopend vanuit de dug-out naar de kleedkamer dacht ik dat als ik nu ontplof, als ik nu de diepte in ga, ik er nog meer druk op zou leggen bij de spelers. In de rust vertelde ik dat ze rustig moesten blijven, de combinatie moesten zoeken, moesten blijven voetballen en vooral het plezier moesten zoeken. Allemaal dooddoeners, dat weet ik ook wel, maar als ik boos was geworden had het na die grote bekernederlagen ook niet gewerkt. Uiteindelijk wonnen we die middag met 5-0 en vanaf dat moment zaten we in de lift.’

Je werd uiteindelijk kampioen en promoveerde naar de eerste klasse. Wat was het doel dat nieuwe seizoen?

Ronald: ‘Ik had het de spelers ook gevraagd middels een mini-enquête. We mikten in de eerste klasse op de vijfde plek. Dat klinkt ambitieus, maar waarom zou je dat niet uitstralen? Je kunt ook zeggen dat je niet wil degraderen, maar dat zegt helemaal niks. Want er is geen enkele trainer die als doel stelt dat hij wel wil degraderen. Nee, die vijfde plek was reëel, vond ik. Die ambitie heb ik neergelegd bij Peter en bij Izaäk en ook altijd weer uitgesproken richting spelers. Ik had uitgerekend aan de hand van de uitslagen in de eerste klasse de voorbije 10 seizoen hoeveel punten we nodig zouden hebben om vijfde te kunnen worden. Dat waren er 40 en dat was toch wel de rode draad van het seizoen. Elke bespreking kwam namelijk terug hoeveel punten we nog nodig hadden.’

In de eerste klasse stond je bovenaan toen de competitie stilgelegd werd vanwege de corona. Er zouden geen kampioenen aangewezen worden en promoveren was niet mogelijk, liet de KNVB  weten. Had je er nog rekening mee gehouden dat je alsnog zou promoveren naar de hoofdklasse?

Ronald: ‘Een beetje wel. Ik wist dat er plekken vrij zouden komen door het terugtrekken van Lienden en ADO Den Haag . Het was alleen afwachten op welke gronden clubs alsnog zouden promoveren. Als dat op doelgemiddelde zou zijn, dan zou TOGB  daar wellicht niet bij zitten. Maar toen de KNVB een virtuele ranglijst aanlegde op basis van het gemiddeld aantal behaalde punten, zaten we er wel bij. Ik zit niet in de groeps-app van de spelers, maar toen de KNVB gebeld had dat we alsnog naar de hoofdklasse promoveerden, heb ik me in die groeps-app laten zetten en dat meteen aan de spelers verteld. Dat zorgde voor een explosie aan enthousiaste reacties en daarna heb ik me weer uit de groep verwijderd. Het is jammer dat we geen feest hebben kunnen vieren met de groep en met de supporters, maar in de hoofdklasse wacht ons een mooi avontuur.’

Wat is het doel? Weer vijfde worden?

Ronald: ‘Ik kan wel zeggen dat we ons veilig moeten spelen, maar spreekt daar ambitie uit? Nee toch? We moeten hongerig blijven. ‘Stay hungry’, zeg ik altijd tegen de spelers. Het zal moeilijker zijn dan de afgelopen jaren. We spelen tegen grote clubs, instituten zoals OJC Rosmalen. Heel mooi allemaal en ik ben nieuwsgierig hoe we ermee omgaan als we onverhoopt drie keer achter elkaar verliezen. Of als we thuis verliezen, want dat is onder mij nog niet gebeurd. Met Bas Mourits en Jim Havenaar hebben we twee ervaren jongens erbij die het klappen van de zweep kennen, twee jongens ook met een TOGB-verleden. We trainen al een tijdje met de nieuwe groep en Bas is een voorbeeld voor de jonge jongens, iemand waar zij zich aan kunnen optrekken. Als er gesprint moet worden tot aan de lijn, dan sprint Bas tot aan de lijn en houdt niet al een paar stappen daarvoor in. Dat zien de anderen ook en zij moeten daarin wel meegaan. Ons doel is dat we ons ding moeten blijven doen, vooral als team moeten blijven voetballen. Want als je dat niet doet word je in de hoofdklasse afgeslacht. ‘

We zullen zien wat het gaat worden. We zijn van plan jou en je ploeg dit jaar te gaan volgen zoals we dat afgelopen seizoen met Simonshaven gedaan hebben. Dat betekent dat we op het einde van het seizoen nog eens met je om de tafel willen zitten en rond de winterstop laten we iemand anders van TOGB aan het woord.

Ronald: ‘Leuk. Daar wil ik zeker aan meewerken.’

Laat een antwoord achter