Rob Gieben (Taurus): ,,Een studentenclub is geen carnavalsvereniging”

0

Plots is hij weer terug als trainer in de regio Haaglanden. Rob Gieben. Hij is ook nog Hoofd Jeugdopleiding bij ASC in Oegstgeest, maar start komend seizoen ook als hoofdtrainer van de studenten van zondag derdeklasser Taurus.

Taurus is ingedeeld in de zondag derde klasse B, met veelal ook voor Gieben onbekende clubs uit de Rotterdamse en Dordtse regio. ,,Ik had voorkeur voor de derde klasse A in verband met de herkenbaarheid met betrekking tot de Haagse, Delftse en Leidse clubs. Maar goed, de Rotterdamse poule heeft ook zo zijn charme”, aldus Gieben.

Leuker

,,Maar het is natuurlijk leuk als je stadsderby’s kunt spelen”, gaat Gieben verder. ,,Maar voor een Delftse ploeg als Taurus zijn er al niet veel stadsderby’s te spelen. Full Speed speelt nu, net als Concordia en Wippolder, in de tweede klasse, dus alleen de derby tegen DHL had nog gekund.”

Verhoudingen

Het is voor de nieuwbakken trainer van Taurus moeilijk in te schatten hoe de verhoudingen liggen. ,,Moeilijk te zeggen, daarvoor ontbreekt bij mij op dit moment de kennis van de tegenstanders. De komende weken ga ik me meer verdiepen in de diverse clubs. Ons eerste doel is, dat wij ervoor moeten zorgen, dat wat we zelf in de hand hebben, in dit geval de voorbereiding, optimaal geregeld is. Over een klassering en meedoen om de prijzen kan ik niets zinnigs zeggen. Simpelweg omdat de onderlinge krachtsverhoudingen mij onbekend zijn.”

Voor- en nadelen

Bij een studentenclub ben je als trainer vaak afhankelijk van de kwaliteit van de instroom van studenten én of ze in het weekend beschikbaar zijn. Gieben nuanceert dat: ,,Elke club heeft zo zijn voor- en nadelen. Bij een niet-studentenclub ben je afhankelijk van doorstroom van jeugdspelers en het al dan niet blijven en/of het al dan niet komen van nieuwe spelers. Zo heb je diverse niet-studentenclubs met een enorme clubbinding en een jaarlijkse doorstroom van goed opgeleide jeugdspelers. Maar er zijn ook clubs, waar het elk jaar een komen en gaan van spelers is met als gevolg dat je elk seizoen weer vanaf nul kunt gaan opbouwen.”

Verloop

Gieben verder: ,,Studenten studeren in de regel vier á vijf jaar aan de TU-Delft, trek daar twee jaar stage vanaf en je kunt zeggen, dat je dus enkele jaren met dezelfde jongens kunt werken. Wat de beschikbaarheid in het weekend betreft, komt het uiteindelijk neer op de intrinsieke motivatie en participatie binnen hetgeen we samen aan het doen zijn. In het weekend ga ik er vanuit, dat een ieder beschikbaar is, maar dat lijkt me niet meer dan logisch en dat hebben we recentelijk ook met elkaar afgesproken. Immers, de jongens moeten bewust zijn van het feit dat we natuurlijk geen carnavalsvereniging zijn, er minimaal 26 wedstrijden gespeeld moeten worden en aan het spelen in de selectie een verwachtingspatroon is gekoppeld. Als we hierin met z’n allen de juiste balans weten te vinden, zijn we op de goede weg.”

Laat een antwoord achter