Oude Glorie (9) Peter Houtman over zijn 4 periodes als speler bij Feyenoord: ‘Mijn eerste contractje tekende ik als rechtsback’

3

Oude Glorie is een rubriek van VoetbalRotterdam die regelmatig verschijnt. De ene keer wordt een voetballer of trainer uit lang vervlogen tijden belicht, de andere keer is er een verhaal gemaakt met een erelid, een lid van verdienste of iemand anders die zich voor zijn club verdienstelijk heeft gemaakt.

Aflevering 9 gaat over de inmiddels 63-jarige Peter Houtman, die als actief voetballer maar liefst vier periodes bij Feyenoord heeft gevoetbald. Peter is als betaald voetballer ook voor FC Groningen, Club Brugge, Sporting Lissabon, Sparta, FC Den Haag en Excelsior uitgekomen, hij heeft acht wedstrijden gespeeld in het Nederlands elftal, maar dat zijn niet de onderwerpen waarover wij met hem willen praten. Dat willen we wel doen over de keren dat hij bij Feyenoord actief was, vooral ook omdat hij als stadionspeaker nog altijd nauw betrokken is bij de club die voor altijd diep in zijn hart zit.

Vertel eens hoe je als jeugdspeler bij Feyenoord terechtkwam.

Peter: ‘Ik voetbalde vanaf mijn achtste bij Meeuwenplaat. Wij woonden destijds in Hoogvliet en die club was het dichtste bij. Ik begon daar als keeper, want dat vond ik een leuke plek in het elftal. Dat heeft trouwens niet heel lang geduurd, want niet zo lang daarna ben ik in de spits gezet. Maar heel mijn verdere carrière, ook in het betaald voetbal, heb ik af en toe op trainingen onder de lat gestaan als het zo uitwam. Als spits ging het lekker bij Meeuwenplaat. Ik scoorde de ene goal na de andere en toen ik van de C-tjes naar de B’s ging, werd ik door Feyenoord uitgenodigd. Sparta zat ook al een tijdje achter me aan, maar dat was toen minder interessant. We hebben het over begin jaren ’70. Feyenoord had zojuist de Europa Cup gewonnen en was een heel grote club. Niet onbelangrijk was dat het een club was uit Rotterdam-Zuid en dat was veel makkelijker bereikbaar dan Sparta, want ik zat in Zuid op school. Voordat ik echt lid kon worden van Feyenoord, ging daar eerst een goed gesprek aan vooraf. Er was toen namelijk nog een ballotagecommissie en je werd helemaal doorgelicht. Ik was gescout, maar pas toen ik groen licht had gekregen van de ballotagecommissie en na het spelen van een proefwedstrijd mocht ik lid worden van Feyenoord. Dat was in 1971. Ik werd ingedeeld in de B5 en mijn trainer was oud-eerste elftalspeler Piet Vrauwdeunt, die het samen met zijn broer Joop deed. Ja, ja, de B5. Ik vond dat prima. In de tijd had Feyenoord zeker tien B-elftalletjes en ik was allang blij dat ik daar mocht komen voetballen. Ik mocht voetballen bij het grote Feyenoord, de club die de Europa Cup gewonnen had! Als supporter ging ik met een oom van mij naar elke thuiswedstrijd, achter op zijn brommertje door de Maastunnel naar de Kuip. We gingen ook naar thuiswedstrijden van Sparta, maar toen al was Feyenoord voor mij de club. En nu was ik daar zelf voetballer geworden!’

Hoe verliepen die jaren in de jeugd bij Feyenoord?

Peter: ‘In het begin was het natuurlijk wennen. Alles was nieuw voor me, ik kende er niemand. Ik was een nobody en vond het best wel spannend. Ik was erg benieuwd hoe het allemaal zou uitpakken, maar de trainers stelden mij op mijn gemak en ze zagen wel wat in me. Ik was altijd erg enthousiast, deed heel goed mijn best en haalde veel plezier en voldoening uit de trainingen en de wedstrijden. Ik was in de B5 spits, maar halverwege dat seizoen werd ik elke tweede helft uit de spits gehaald en als verdediger opgesteld.  Nee, veel uitleg daarover heb ik nooit gekregen, maar achteraf hebben ze me bij Feyenoord wel verteld dat ze wilden kijken hoe ik er op reageerde. Of ik bijvoorbeeld ook niet ging mopperen over het feit dat ik ‘maar’ in de B5 speelde.’

Ze wilden dus weten uit welk hout Houtman gesneden was?

Peter: ‘Haha, zo kun je het wel zeggen, ja. Maar ik mopperde nooit. Ik vond alles best en voor trainers moet ik in die tijd een makkelijk ventje geweest zijn. Niet meer in de spits? Verdediger? Geen punt. Ik deed op elke positie goed mijn best. Na dat seizoen in de B5 dacht ik dat ik een paar elftalletjes zou opschuiven maar ik werd ingedeeld in de B1, de selectie van die leeftijdscategorie dus. En het bleef voortvarend gaan, het jaar daarop zat ik bij de A1. Dat elftal heette toen nog de regionale jeugd. Veel wedstrijden tegen goede ploegen gespeeld, mooie toernooien meegemaakt. Voor aanvang van het tweede seizoen bij de Regionale Jeugd meldde ik me voor de eerste training van de voorbereiding op Varkenoord. ‘Pepie, wat kom jij hier doen?, vroeg Fred Blankemeijer mij. Meneer Blankemeijer was voorzitter van de jeugdcommissie en hij noemde mij altijd Pepie. ‘Trainen’, antwoordde ik. ‘Maar dan moet je niet hier zijn. Jij moet daar zijn, aan de overkant’ zei hij en hij wees daarbij naar het stadion. Wat bleek? Ik was ingedeeld bij het C-team. Zo heette destijds het tweede elftal en dat trainde op een veld dat toen naast de Kuip lag.’

Dat ging wel erg snel met je.

Peter: ‘Inderdaad, maar ik vond het allang best natuurlijk. Ik speelde in het C-team mijn wedstrijdjes en we draaiden een fantastisch jaar. We werden kampioen, wonnen de beker en  op een zeker moment werd ik door trainer Theo Verlangen als rechtsback opgesteld. Want ik was snel, kwam met mijn grote stappen altijd heel veel op en gaf dan bananenvoorzetten. Omdat de club kennelijk tevreden was over mij, kreeg ik mijn eerste contractje aangeboden. Dat tekende ik dus als rechtsback! Dat was halverwege dat seizoen en vanaf dat moment mocht ik ook met de A-selectie meetrainen. Stond ik samen op het veld met grote namen als Wim van Hanegem. Wim Jansen, Wim Rijsbergen en Michel van de Korput. In partijtjes was ik ook daar rechtsback. Jørgen Kristensen, de linksbuiten van Feyenoord 1, was dan mijn directe tegenstander en die had ik vaak in mijn zak. Dat vond hij niet leuk, haha. Omdat het allemaal goed bleef gaan, kreeg ik een contractje bij Feyenoord aangeboden. Dat tekende ik als rechtsback.’

Wanneer werd je weer als spits opgesteld?

Peter: ‘Feyenoord had een veelbelovende spits, afkomstig uit het amateurvoetbal, aangetrokken, maar die voldeed niet in het C-team. Theo Verlangen vroeg aan mij of ik weer spits wilde worden en dat wilde ik wel. Daarna ben ik nooit meer van die plek afgegaan. In het C-team speelde je vaak voor een paar duizend man op de tribune en rondom het veld en dat was heel leuk. Ik scoorde aan de lopende band, maar brak nooit door bij het eerste. Ik mocht wel eens mee als reserve, maar mocht nooit meedoen. Boskov was toen trainer en die hield vast aan zijn elftal. Ik kon er in het C-team op los scoren zoveel ik wilde, maar kreeg nooit een kans. Dat was wel frustrerend.  En toen belde Theo Verlangen. Die was hoofdtrainer geworden bij FC Groningen, dat toen in de eerste divisie speelde. Hij kende mij natuurlijk nog  van Feyenoord en vroeg of ik niet bij hem in de spits wilde komen voetballen.  Ik heb toen geïnvesteerd in mezelf. Ik heb voor FC Groningen gekozen omdat ik dacht dat ik daar wel aan spelen zou toekomen. Feyenoord gaf toestemming, dat was geen punt. Maar ik moest als afsluiting van het seizoen nog wel een wedstrijd spelen met het C-team, tegen Excelsior Pernis, op dezelfde dag dat ik in Groningen mijn huurcontract daar zou tekenen. Dat was nogal wat. Gingen mijn vader en ik op zaterdagochtend heel vroeg op weg naar Groningen, ik zette mijn handtekening en we gingen snel weer terug. Naar Pernis. Daar was ik net op tijd om aan de aftrap te verschijnen, hals over kop, zonder warming-up. Ik scoorde die middag 7 keer. Dat was mijn laatste wedstrijd bij Feyenoord in mijn eerste periode.’

Dat eerste jaar bij FC Groningen ging heel goed. En toen haalde Feyenoord je terug.

Peter: ‘In de eerste divisie ging het geweldig. Uiteindelijk promoveerden we net niet en dat was toch erg teleurstellend.  Omdat ik topscorer van de eerste divisie was geworden, haalde Feyenoord me terug. Maar dat werd geen succes. Ik paste niet in het systeem, zei Peter Stephan, die het toen voor het zeggen had bij Feyenoord. Daar begreep ik niets van, maar ja, ik had niets te vertellen. Ik ging voor een half jaartje naar Club Brugge en keerde toen terug bij FC Groningen. Daar ging het weer erg goed. In het seizoen 1979-1980 werden we kampioen. Ik brak dat jaar trouwens wel mij kaak. Ik was tijdens een kopduel met mijn kin neergekomen op de schedel van Henk Veldmate, een ploegmaat van me. Henk was even buiten kennis en de verzorger snelde naar hem toe. Ik barstte van de pijn, voelde losse stukjes van mijn tanden in mijn mond, maar speelde nog even door. Ik schoot nog op de lat en viel toen uit. Bleek ik mijn kaak op twee plekken gebroken te hebben. Ik kreeg een ijzeren beugel aangemeten, zoals Jaws in de James Bond film. Zeven weken heb ik dat ding in gehad en al die periode kon ik alleen maar vloeibaar voedsel eten. Ik heb zelfs nog wedstrijden gespeeld met dat ding erin. Toen het eindelijk verwijderd werd viel mijn kaak meteen naar beneden. De spieren hadden al die weken niet gewerkt en waren slap geworden. Het heeft wel een half jaar geduurd eer het allemaal weer goed was. Maar ondertussen wel altijd door gevoetbald. De kampioenswedstrijd was bij FC Vlaardingen. Ik was eerst met de auto naar FC Groningen gegaan, stapte daar in de spelersbus. Na de wedstrijd met de bus terug naar Groningen om het kampioenschap te vieren en uiteindelijk weer terug naar huis. Ik maakte dat seizoen trouwens toch veel kilometers, want ik zat toen ook in dienst. Eerst in Nijmegen, later in Leeuwarden. Zat ik iets dichter bij Groningen om daar te kunnen trainen. Op vrijdagavond naar huis in Hoogvliet en op zondag weer terug naar Groningen voor de wedstrijd. Dat jaar heb ik meer dan 100.000 kilometer gereden.’

Na die drie mooie jaren bij FC Groningen kon Feyenoord niet om je heen en haalde je weer terug.

Peter: ‘Hans Kraay sr. was toen trainer en die zag het helemaal in mij zitten. De supporters trouwens ook. ‘Hebben we een spits die veel scoort en speelt die in Groningen’, zeiden ze. Mooi was dat als ik met Groningen tegen Feyenoord speelde ik door de Feyenoordsupporters altijd correct behandeld werd. Ik was een van hen, vonden ze en dat was natuurlijk ook zo. Ik had het enorm naar mijn zin in Groningen en het was een hele fijne tijd daar, maar mijn hart lag nog altijd bij Feyenoord. Toen ze vroegen of ik terug wilde komen, hoefde ik niet na te denken. Ik werd basisspeler, spits. Het eerste jaar ging geweldig. Ik werd topscorer van de eredivisie en eindigde als tweede op de Europese schutterslijst. Kreeg daar de zilveren schoen voor in Parijs. Ik haalde het Nederlandse elftal en andere clubs toonden belangstelling. Kees Ploegsma van PSV belde en bij het Nederlands elftal vroeg een Ajaxspeler of hij een goed woordje voor mij moest doen bij zijn club. Een spits als ik konden ze daar goed gebruiken, vond hij. Ik heb hem meteen uit de brand geholpen. ‘Doe maar geen moeite voor me’, zei ik tegen hem, want om van Feyenoord naar die andere club te gaan, nee, dat zag ik niet zitten. Ik weet wel dat Wim Jansen die stap ooit gezet heeft en dat Eddie Pieters Graafland dat ook heeft gedaan, maar zelf wilde ik dat niet. Ik bleef bij Feyenoord, hoewel ik bij andere clubs misschien wel meer had kunnen verdienen. Het derde jaar na mijn terugkeer ging het minder goed met me, vooral omdat ik er steeds meer verdedigende taken bij kreeg. Zo moest ik bijvoorbeeld tegen Roda JC Dick Nanninga afdekken, want Michel van de Korput, verdedigend toch een kanjer, had zijn handen meer dan vol aan Nanninga. Dat was een geweldige kopper en die moest ik dus afstoppen. Ik moest steeds mee terug en dat ging ten koste van mijn aanvallende kwaliteiten. Maar ik werd er wel op afgerekend, bij Feyenoord vonden ze dat ik te weinig scoorde. Ik stond op slechts 5 doelpunten. En Ab Fafié, toen de trainer, kwam vertellen dat er geen plaats meer was voor me. Ik moest maar ergens anders gaan voetballen. Dat werd eerst weer 2 jaar FC Groningen en ook daar zit wel een mooi verhaal aan vast. Ik had daar altijd een huis aangehouden, maar dat had ik net verkocht, vooral omdat ik nog een tweejarig contract had bij Feyenoord. Moest ik in Groningen in een huurhuis gaan zitten, haha. Na twee seizoenen Groningen vertrok ik naar Sporting Lissabon. De trainer daar was al heel lang bezig om mij binnen te halen, maar toen ik uiteindelijk getekend had, werd hij nog geen twee weken daarna ontslagen. In een jaar tijd maakte ik daar vier trainers mee. Ik had het er snel gezien. Ik wilde weg en kwam uiteindelijk weer bij Feyenoord terecht. Alweer. En dat terwijl ik voor drie jaar bij FC Utrecht had kunnen tekenen en daar meer kon verdienen. Maar Feyenoord was mijn club.’

Zo begon je aan je vierde periode bij Feyenoord, de club die je een paar jaar daarvoor niet goed genoeg meer vond.

Peter: ‘Maar nu was het totaal anders. Hans Kraay sr. was technisch directeur en die kende mij natuurlijk heel goed. Hij wilde me er dolgraag bij hebben. Maar dat ging niet zo makkelijk, want Sporting Lissabon deed heel moeilijk. Ze wilden mij niet vrijgeven, wilden de daarvoor noodzakelijke papieren niet tekenen. Uiteindelijk zijn Kraay en ik midden in de week op en neer naar Lissabon gevlogen om alles af te handelen. Dat was in november en tot die tijd had ik geen wedstrijd gespeeld bij Feyenoord, want dat mocht niet zonder toestemming van Sporting.  Bij die club is het trouwens allemaal niet zo goed afgehandeld. Ik heb nog geld van hen tegoed, maar dat krijg ik natuurlijk nooit meer. Laat maar zo, vond ik. Ik was terug bij mijn club en zag het weer helemaal zitten.’

Hoe verliep je laatste periode bij Feyenoord?

Peter:  ‘Het was in het seizoen 1988-1989 en het zou bij dat ene jaar blijven. Nadat ik eindelik spelgerechtigd was, speelde ik weer, maar dat ging niet goed. Rob Jacobs was trainer en die had ik ook bij FC Groningen als trainer meegemaakt. Maar hij zette mij op een gegeven moment op de bank. Tegen Sparta mocht ik vlak voor tijd invallen en ik scoorde de winnende. ‘We gaan heel de week trainen zodat jij de volgende keer weer vanaf het begin meedoet’, vertelde hij. Dat gebeurde. Heel de week stond in het teken om mij weer in de ploeg te passen. Maar toen zaterdag de opstelling bekend gemaakt werd, stond ik er niet bij. Dat was wel iets bijzonders, dat vonden mijn ploeggenoten ook. Maar ik speelde die wedstrijd dus niet. Rob deed er toen vrij vaag over, maar later hebben we dat wel uitgepraat.  Na dat ene jaar ben ik weer vertrokken en heb nog bij Sparta , FC Den Haag en Excelsior gevoetbald. Tot mijn 36e en toen vond ik me te oud worden. Daarna heb ik nog een jaartje bij Barendrecht gevoetbald.  Maar ik was nog topfit en nu heb ik toch wel spijt dat ik niet langer was doorgegaan in het betaald voetbal.

Misschien had er dan wel een vijfde periode bij Feyenoord ingezeten.

Peter: ‘Haha.’

3 Comments
  1. Marciano Hagen zegt

    Peter Hagen

  2. Egbert EC Egberts zegt

    Leuke serie….

  3. Rick Degener zegt

    Sympathieke gozer!

Laat een antwoord achter