Oude Glorie (8): Henk van Leeuwen (erelid Kethel Spaland): ‘Bij DHS voeren we met een bootje naar de kantine’

0

Oude Glorie is een rubriek van VoetbalRotterdam die regelmatig verschijnt. De ene keer wordt een voetballer of trainer uit lang vervlogen tijden belicht, de andere keer is er een verhaal met een erelid, een lid van verdienste of iemand anders die zich voor zijn club verdienstelijk heeft gemaakt.

Aflevering 8 gaat over de 75-jarige Henk van Leeuwen, erelid van Kethel Spaland en sinds oktober vorig jaar ook lid van verdienste van de KNVB. Zeven dagen per week is hij op de voetbal, door de week van half 10 tot een uurtje of 3 en op zaterdag en zondag hele dagen.  Al vele, vele jaren is hij in de weer, ook toen Kethel Spaland nog niet bestond en hij actief was bij DHS, Doorzetten Hinderen Schieten, dat toen  gehuisvest was aan de Schiedamseweg.

DHS was niet je eerste voetbalclub. Dat was Excelsior ’20. Vertel eens hoe dat zat.

Henk: ‘Als kind zat ik op een katholieke lagere school. De onderwijzers waren allemaal broeders en het ging er daar best wel streng aan toe. Toen ik op 8-jarige leeftijd wilde gaan voetballen, mocht dat van school alleen bij Excelsior ’20, want dat was de enige katholieke club in de buurt. Zo kon ik ook meedoen aan schoolvoetbaltoernooien. Het was uitgesloten dat ik ergens anders kon gaan voetballen. Dat beslisten de broeders van school; mijn ouders hadden daar weinig over te zeggen. Zo ging dat in die dagen. Een jaar of vier later, toen ik eenmaal op de technische school in de Baljuwstraat in Rotterdam zat, waar er geen broeders meer waren, zei de vriend van mijn oudere zus dat ik maar bij zijn club moest komen voetballen. Dat was DHS. Dat heb ik toen maar gedaan en die club ben ik daarna altijd trouw gebleven, eerst als voetballer en later als vrijwilliger.’

Even over je voetballoopbaan. Heb je als speler het eerste elftal gehaald?

Henk: ‘Nee, nee. DHS speelde destijds aardig hoog, eerste klasse zelfs. Rob Jacobs was hier toen trainer. Ik heb wel twee wedstrijden in het tweede elftal gevoetbald, waarvan de eerste heel bijzonder was. Ik speelde in lagere elftallen, als verdediger, en toen ik eindelijk de kans kreeg om me te bewijzen begon ik de wedstrijd met de gedachte van ‘Mij voorbij? Alleen over mijn lijk.’ Ik was veel te fanatiek, veel te wild. Binnen een half uur had ik twee forse overtredingen gemaakt en na die tweede werd ik door de scheidsrechter uit het veld gestuurd. Daarna ben ik maar in het derde en het vierde elftal blijven voetballen.’

Waarom ben je bij DHS met vrijwilligerswerk begonnen?
Henk: ‘Ik werkte eerst in de bouw, als vloerenlegger. Zware fysieke arbeid was dat, waarbij ik heel vaak op mijn knieën zat te werken. Heel inspannend allemaal. Toen ik 29 jaar was ben ik van baan veranderd. Ik ging bij de RET werken, als buschauffeur met continudiensten. De eerste dag vergeet ik noot. Ik was niet moe, want ik had heel de dag op mijn kont gezeten. Dat was dus ook werk! Het leek wel vakantie. Waarom ben ik hier niet eerder mee begonnen, vroeg ik me af. Ik ben 30 jaar buschauffeur geweest en met mijn 60e mocht ik met de VUT. Maar vanaf het moment dat ik op de bus zat, ben ik bij DHS vrijwilligerswerk gaan doen, want met mijn avond- en nachtdiensten had ik overdag toch veel vrije tijd over.’

Wat voor werk ging je doen als vrijwilliger?
Henk: ‘Ik ging meehelpen bij de werkploeg, die toen nog uit een flink aantal mensen bestond. Kantine en kleedkamers schoonmaken, het terrein onderhouden en meer van dat soort werk. Ik ben het altijd blijven doen, en nu bij Kethel Spaland, meer dan 45 jaar later, doe ik dat werk nog steeds. Bij Kethel Spaland doe ik onder meer alle inkoop, van punaises tot aan doelnetten en ook alle spullen voor de kantine. Ik ben nog altijd lid van de werkploeg, regel het onderhoud en ben eigenlijk altijd wel bezig. En merk toch ook wel dat ik niet meer de jongste ben. Maar als mensen dan tegen me zeggen dat ik maar een beetje rustiger aan moet gaan doen, dan kan ik daar niet zo goed tegen. Bij Kethel Spaland mijn ding doen is mijn lust en mijn leven. Toen ik op 60-jarige leeftijd op woensdag met de VUT ging, ben ik op donderdag hier met ‘mijn nieuwe baan in vaste dienst’ begonnen, zeg maar.’

Nog even terug naar DHS. Wat is je van die tijd altijd bijgebleven?

Henk: ‘Het voetbalterrein van DHS lag aan de Schiedamseweg op veengrond, wat later opgespoten is. De velden lagen daar op het laagste punt van heel Schiedam en wij waren dus feitelijk de overloop van de omliggende buurt. Als het geregend had, was het bij ons altijd extra nat. Drie keer is de boel zelfs helemaal overstroomd. Dan voeren wij als leden van de werkploeg met een opblaasblaar rubberbootje achter het doel en voor de tribune langs naar de kantine. De brandweer had een hele dag nodig om al het water weg te pompen, want dat ene kleine pompje dat de club toen had was verre van toereikend. In de nieuwe wijk die nu gebouwd is waar wij vroeger zaten staan nu heel veel pompen om het grondwater op peil te houden. Gelukkig had je vroeger nog niet zoveel zware regenbuien als nu, want anders had  de boel wel vaker onder water gestaan. Het grasveld van DHS was trouwens het beste veld van heel Schiedam, revolutionair ook. Onder het gras en de aarde lag namelijk overal tempex en dat zag er samen geweldig uit. Maar na fikse regenbuien hebben we het wel eens meegemaakt dat het veld door die tempexplaten eronder omhoog kwam, zoals je nu wel eens ziet bij kunstgrasvelden na een hoosbui. Maar wij hadden echt gras! Om dat helemaal bol te zien staan was heel apart. Gelukkig was die bult de volgende dag weer verdwenen.’

Meer dan 45 jaar vrijwilligerswerk bij de club, dan  heb je in al die jaren aardig wat fusies meegemaakt.

Henk: ‘Dat klopt. DHS fuseerde in 1994 met Olympus en ging ODC heten, Olympus DHS Combinatie. Vanaf dat moment ben ik ook bestuurslid algemene zaken geworden, eigenlijk niet meer dan logisch, want ik zat toch al heel veel op de club en deed dat werk toch al. In 1999 kwam Ursus er ook bij en vanaf dat moment ging de club SC Spaland heten. Al die jaren waren wij een  zondagclub, maar op hetzelfde terrein zat ook een zaterdagvereniging: VVK. Dat was passen en meten met kleedkamers, toiletten en velden, want onze jeugd speelde ook op zaterdag. Er was één kantine, in twee gedeeltes gescheiden met een schuifwand. Zaten wij aan de ene kant en VVK aan de andere kant. Toen de A4 doorgetrokken werd en er een grote tunnel moest komen had architect Riek Bakker geopperd dat het misschien wel mogelijk was om een sportcomplex op het dak van die tunnelbuis aan te leggen. Samen met voorzitter Berry Antonissen van VVK zat ik als bestuurslid van Spaland altijd bij vergaderingen van de klankbordgroep van de gemeente Schiedam en toen het idee daar ter sprake kwam en ze vroegen weke club het zag zitten om daar naar toe te verhuizen, heb ik mijn vinger opgestoken. Berry Antonissen van VVK zag het ook wel zitten en zo is eigenlijk Kethel Spaland ontstaan, want als voorbode op onze toekomstige verhuizing zijn de twee clubs gefuseerd. Voordat het complex er daadwerkelijk kwam heb ik samen met toenmalig VVK-voorzitter Pim Koning tientallen keren vergaderd op het gemeentehuis. Ontelbare uren zijn daar in gaan zitten. En daarnaast was ik overdag ook nog vaak gewoon op de club, als dat met mijn werk uit kwam.’

Wat vindt je vrouw ervan dat je niet alleen met haar getrouwd bent, maar ook met de voetbalclub?

Henk: ‘ik ben 53 jaar gelukkig getrouwd en mijn vrouw vindt het prima dat ik zoveel op de club ben. Andere hobby’s heb ik toch niet. Ik ben 7 dagen per week bij Kethel Spaland, alleen de vrijdagmiddagen houd ik altijd vrij. Want dan wil mijn vrouw naar een tuincentrum, plantjes uitzoeken. Dat is haar hobby. Ik ga dan altijd met haar mee, daar offer ik me graag voor op, haha’.

Je bent eerst lid van verdienste geworden en later ook nog benoemd tot erelid. En oktober vorig jaar ook nog eens tot lid van verdienste van de KNVB geworden. Wat vind je daarvan?

Henk: ‘Het is heel mooi en het streelt je allemaal natuurlijk, maar eigenlijk hoeft dat van mij niet. Ze hoeven niet elke dag te zeggen dat ik zo veel dingen goed doe. Laat mij maar m’n ding doen. Het was wel apart hoe het gegaan is. Als bestuurslid ben je normaal gesproken natuurlijk op de hoogte wie er benoemd gaat worden. Maar dat ik het was, dat wist ik helemaal niet. Twee keer ben ik eigenlijk goed genekt, haha. Ik was bij een receptie als bestuurslid aanwezig, stond paraat met een bos bloemen in mijn hand voor Rob van den Berg, toen die benoemd werd tot lid van verdienste. Toen dat gebeurd was, moest ik naar voor komen. Werd ik tot mijn grote verrassing benoemd als erelid. Vorig jaar in oktober herhaalden ze dat kunstje en weer wist ik van niks. Vanuit het bestuur hadden ze aan mij gevraagd of ik bloemen wilde ophalen die ze besteld hadden voor de jubilarissen. Wist ik veel dat er ook voor mij een bos bij zat. Want na de benoeming van alweer Rob van den Berg, nu tot erelid, moest ik wederom naar voor komen. Werd ik gehuldigd als lid van verdienste van de KNVB. Ik had dat helemaal niet zien aankomen.’

En dan staat er op het nieuwe complex hier ook nog eens een straatnaambordje met je naam er op.

Henk: ‘Een hele eer vind ik dat. Daar zit trouwens nog wel een mooi verhaal aan vast. Dat bordje stond eerst op een andere plek, een paar centimeter buiten het voetbalcomplex. Goedbeschouwd op de openbare weg dus. Het was onthuld door burgemeester Lammers bij de officiële opening van het nieuwe complex in 2016. Maar kort daarna kregen we bericht van de straatnamencommissie van de gemeente dat het bordje daar niet mocht staan. Toen hebben we het maar verplaatst’.

Tot slot: ben je blij met het nieuwe complex waar Kethel Spaland nu alweer vier jaar zit?

Henk: ‘Jazeker. Het is hier geweldig en ik heb het hier prima naar mijn zin. Alles is mooi en we hebben geen last meer van overstromingen, hoewel vorige week er bij de cv-installatie iets mis ging en er 1500 liter water wegstroomde, dwars door de plafonds heen. Dat hoef je nu niet meer zelf op te lossen. Wij zijn huurder en dit soort dingen moeten we alleen maar melden en dan wordt het opgelost. Dat scheelt een boel werk, maar is soms ook wel eens frustrerend. Want de grond hier is op sommige plekken aardig verzakt. Als het aan mij ligt, los ik dat zelf op. Daar zou niet veel tijd overheen gaan. Dan verhoog ik het zodat het er weer strak uitziet. Ik heb een stukje gedaan, maar moest dat maar niet doen vanwege  verzekeringstechnische redenen, vond men. Maar dan duurt het wel erg lang eer het opgelost is en daar kan ik niet zo goed tegen. Ik hoop dat het binnenkort in orde komt. Maar die ergernis weegt niet op tegen de rest, hoor. Het is hier verder allemaal top.’

 

Laat een antwoord achter