Nafluiten (98): Diagonaaltje

0

Af en toe ruim ik thuis wat belangrijke papieren op, die – naar mijn mening – tot een bepaald moment bewaard moeten blijven. En elke keer als ik dat doe dan verbaas ik me erover wat voor documenten, brieven, flyers, kennisgevingen, afschriften enzovoorts ik zoal heb opgespaard.

Vaak kan ik de aanleiding daarvan nog wel herleiden. Financiële of werk gerelateerde zaken zijn gewoon handig om niet weg te gooien. Soms moet je ergens belastingaangifte van doen, of heb je het nodig om je ergens voor te kunnen verantwoorden. Maar ik was tot voor kort zelfs nog in het bezit van allerlei bankpapieren van mijn kinderen. En dat terwijl zij alle drie al enige tijd op zichzelf wonen. Dat geldt ook voor allerlei verzekeringspapieren, schoolstukken en nota’s. Heb dus ijverig gesaneerd in de administratie en boekhouding. Heb uiteraard wel getuigschriften, certificaten en diploma’s bewaard. Voor het geval dat.

Kwam ook allerlei rapporten van door mij gefloten basketbal- en voetbalwedstrijden tegen. Deze gooi ik uiteraard ook niet weg. Het is ook best wel grappig om terug te lezen hoe je eigen prestaties destijds waren. Door de ogen van die vele rapporteurs althans. Ervan uitgaand dat zij er echt wel verstand van hebben gehad. De meeste waren goed tot heel goed. Vond er slechts één tussen met een ruime voldoende. Kan natuurlijk er zomaar één uitkiezen waarin ik de hemel in werd geprezen, maar laat ik dan over de laagste beoordeling die ik ooit heb gehad maar eens uitweiden.

Met potlood stond een 7,1 in de zijlijn van het KNVB rapport van de hand van ‘good old’ Piet Krul. Even vooraf: Piet was zelf een oud-amateurtopscheidsrechter. Deed ook wat in het betaald voetbal, als grensrechter. En hij was ook enige tijd mijn mentor. Ergens in de jaren tachtig. Piet was zo’n arbiter, die veel met het mondje oploste. Verwachtte dat jij dat als leidsman ook zou doen.

Ik floot een interregionale jeugdwedstrijd van de A1 van Unitas Gorinchem (de plaats waar ik inmiddels alweer ruim twee jaar woon) tegen de A1 van VV Altena. Een streekderby dus, de enige uit die competitie. Piet en ik waren Leerdammers, maar we waren allebei op eigen gelegenheid naar het sportpark van Unitas gereisd. Piet met de auto, net als mijn onafhankelijke assistenten, en ik op de fiets. Het was heen en terug maar 32 kilometers. En goed om te laten zien dat ik er wat voor over had, toch? Ik vertelde toen maar niet dat ik in die tijd nog eindexamenscholier was op de Oude Hoven in de Bliekenstad. Om een soort van belangenverstrengeling te vermijden.

Het ging na afloop van de match bij Piet maar over één ding. Ik loste alles prima op met het mondje, hoefde geen officiële waarschuwingen uit te delen, had alle trucjes van zowel de voetballers als hun begeleiders door, liet zoveel als het maar even kon doorspelen en floot ook resoluut af als er dingen niet door de beugel konden. Had het gevoel een wereldwedstrijd te hebben gefloten. Maar Piet dacht daar anders over. Het ging hem vooral over het feit, dat ik de diagonaal niet liep zoals deze gelopen moest worden. En ondanks het feit dat de wedstrijd zonder wanklank was gespeeld, en beide teams tevreden waren met de 4-4 eindstand en mijn leiding, gaf Piet aan dat de diagonaal meerdere malen niet door mij werd aangehouden. En hij liet weten dat dat op dit niveau of hoger mij zwaar aangerekend zou worden.

Twee weken later had ik mijn rapport in de bus (door de toenmalige scheidsrechterscommissie verstuurd per post, zoals dat in die tijd nog ging). Ik citeer: ,,Deze jonge scheidsrechter weet drommels goed wat de regels en richtlijnen van de KNVB zijn. En past deze normaal ook heel goed toe. Daarom fluit hij ook op dit hoge niveau bij de jeugd. Maar wat ik niet begrijp, dat is dat hij – terwijl hij vrijwel alles op de juiste manier beoordeelde, de wedstrijd uitstekend in de hand hield en na afloop ook terecht daar de complimenten van alle betrokkenen over kreeg – meerdere malen afweek van de ideale looplijn. Het diagonaaltje is er niet voor niets. Liet toe dat zijn assistenten de achterlijn pakten bij vrije trappen in of nabij de zestien en nam een positie in in of nabij de zestien bij corners. Had op de achterlijn moeten staan. Stond bij vrije trappen naast de muur, zo’n anderhalve meter ervandaan. Heb geprobeerd hem na afloop te vragen naar zijn motivatie, en hij gaf aan dicht op het spel en de spelers te willen blijven staan om hen het gevoel te geven dat hij goed op de situatie lette, en daarom het nut er niet van inzag om altijd in de diagonaal door te lopen. Zo kon hij meer letten op het duw- en trekwerk in het strafschopgebied, bijvoorbeeld. Maar zo zijn de regels en richtlijnen niet. Als hij iets minder eigenzinnig in het veld zijn posities zou kiezen dan komt deze jonge vent er wel.” Die Piet.

Inmiddels zijn de regels en richtlijnen wel wat veranderd. Dit lezend zullen veel collega’s het met mij eens zijn dat mijn manier van het leiden van wedstrijden en beoordelen van situaties zoals dat toen ging nu niet meer kunnen. En dat wat ik toen deed nu leidend is. Wellicht zou de 7,1 van toen nu een 8,1 zijn. Of meer. Maar dat doet er nu even niet toe. Ik denk dat Piet vandaag de dag niet zou hebben getekend met zijn naam Krul. Maar met een mooie, sierlijke krul.

Egbert Egberts floot veertig jaar wekelijks wedstrijden in het amateurvoetbal. Blies ook een aantal jaren op hoog niveau basketbal. Is na een blessure die driekwart jaar tijd in beslag heeft genomen weer terug op de voetbalvelden. Schrijft over zijn persoonlijke ervaringen in het verleden, over mooie personen en over actuele gebeurtenissen in het amateurvoetbal en daarbuiten. Reacties? Mail naar info@voetbalrotterdam.nl.

Laat een antwoord achter