Assistent-trainer Ruud Wiltschut, al 10 jaar de schaduw van John Kleijn: ‘Onze vrouwen noemen ons Peppi en Kokki.’

17

Na zijn actieve voetballoopbaan, die vroegtijdig eindigde vanwege een enkelbreuk, was Ruud Wiltschut jarenlang jeugdtrainer. Eerst 17 jaar bij SCO’63 en daarna nog eens 2 jaar bij Hekelingen. Daar had hij aanvankelijk de A1 onder zijn hoede en schoof toen door naar het tweede, dat hij samen deed met Richard Pattiapon. Een van de jeugdspelertjes die ze wel eens mee lieten doen was Joey, de zoon van John Kleijn, voormalig hoofdtrainer van Hekelingen, die toen bij DBGC aan de slag was. John kon de thuiswedstrijden van zijn zoon zien en vertrok daarna spoorslags naar Oude-Tonge. Veel contact met Ruud Wiltschut had hij niet. Ze spraken elkaar wel eens, maar diepgaand waren die gesprekken nooit. Dat is inmiddels heel erg veranderd, want nu spreken  ze elkaar haast elke dag en die gesprekken gaan altijd over voetbal, want Ruud is assistent-trainer bij John Kleijn. Bij DBGC, toen bij ’s-Gravendeel en nu al vier seizoenen bij DVV’09. Vorige week vierden ze samen met hun echtgenotes met een midweek in Zuid-Limburg dat hun samenwerking al 10 jaar duurt. ‘En die samenwerking is innig’, zegt Ruud. ‘Onze vrouwen noemen ons Peppi en Kokki.’

Hoe is het gekomen dat jij hulptrainer werd bij John Kleijn, terwijl hij eigenlijk nooit zo veel vertelde toen hij bij jou naar zijn zoon Joey kwam kijken?

Ruud: ‘Daar zit wel een verhaal aan vast. Ik was jarenlang jeugdtrainer geweest en toen hij kwam kijken was dat mijn eerste jaar als trainer van een tweede elftal. Maar ik vond het al snel helemaal niks. Je hebt eigenlijk nooit een vaste groep spelers. De goede voetballers van jou moeten met het eerste op stap en aanvulling was er bijna nooit. Elke keer opnieuw moest ik ’s ochtends op stel en sprong van alles regelen en veel telefoontjes plegen om genoeg spelers bij elkaar te krijgen. Dan had je van te voren alles voorbereid, je elftal samengesteld en dan stond je ’s ochtends met 7 man. Dat ging me steeds meer tegenstaan en uiteindelijk ben ik ermee gekapt. Ik had het helemaal gehad. Nog geen week later belde John Kleijn me op. Hij was hoofdtrainer bij DBGC en was daar laaiend enthousiast over. Hij vertelde dat hij vaak 25 tot 28 man op de training had en dat ze allemaal van goede wil waren. Hij had in de persoon van Helco Sala een bevlogen leider, maar hij wilde mij er graag als assistent bij hebben. Of ik dat zag zitten, vroeg hij. Ik dacht meteen dat hij sterk overdreef;  28 man op de training, haha. Dat zal wel … Een puntje was wel dat als actief voetballer nooit zulke leuke dingen had meegemaakt op Flakkee. Als speler was ik altijd bloedfanatiek en duels tegen ploegen op het eiland waren vaak op het scherpst van de snede. En soms zelfs over het randje. Veel vrienden had ik daar niet gemaakt. Ik vertelde John dat ik een paar keer zou komen kijken en dan een beslissing zou nemen. Maar John had de waarheid verteld. Aan de eerste training die ik bijwoonde deden 28 spelers mee en de tweede keer waren ze er weer allemaal. Ik was meteen om en ik zei dat ik het zou doen. Vanaf dat moment ben ik assistent-trainer bij John.’

Zonder met elkaar te overleggen wat jouw taken zouden zijn?

Ruud: ‘Daar hebben we het wel even over gehad, maar niet echt uitgebreid. John gaf aan dat hij mij bij alles zou betrekken. Ik zou zijn rechterhand worden en dat ben ik. Hij zet de grote lijnen uit, maar ik mag alles doen van hem en me overal mee bemoeien, overal over meepraten. En eigenlijk praten we niet eens zoveel, want na al die jaren hebben we allebei aan een half woord genoeg. Op die manier ben ik eigenlijk de schaduw van John geworden.’

Hebben mensen op Goeree-Overflakkee je nog wel eens herinnerd aan je verleden als speler?

Ruud: ‘Nee hoor. Vanaf het allereerste begin zijn de contacten heel hartelijk. Je hoort er helemaal bij. Clubs op Flakkee  functioneren zoals het overal zou moeten zijn. Mensen die er komen, komen er al vele jaren en hebben een hechte band met elkaar. Hele families brengen de hele dag bij de club. Vader, moeder, broertjes en zusjes; ze zijn er altijd allemaal. Eigenlijk zoals het vroeger overal was. Dat is heel erg leuk en het is prettig om daar deel van uit te maken. Wat ik wel zou willen is dat spelers soms iets meer op het randje gaan spelen. Ik vind ze vaak te lief. Ik zeg wel eens tegen onze spits dat als hij een bal uit het doel haalt als hij gescoord heeft, hij die dan aan de keeper van de tegenpartij moet geven en dan moet zeggen: ‘Hier. Nu heb je hem toch even gevoeld.’ Maar zo zitten ze hier niet in elkaar bij DVV’09 en dat moet je toch ook waarderen.’

Terug naar jouw samenwerking met John Kleijn. Hoe houd je dat zo lang vol?

Ruud: ‘Omdat John een geweldige gozer is. Door hem ben ik veranderd. Vroeger was ik wel eens een opgewonden standje, in het veld en ook daarbuiten. Maar John heeft mij rustig gekregen. Ik reageer nu bijna nergens meer op, kijk het veel meer aan en kan echt genieten als John eens wat zegt als een trainer van de tegenstander wat roept. Hij is een gentleman, gaat nooit over de schreef en heeft mij zo ver gekregen dat ik dat ook niet meer doe. De klik tussen ons is goed, we denken over het voetbal hetzelfde en voelen elkaar goed aan. Als hij ergens mee komt, heb ik dat van te voren vaak ook al bedacht en andersom is dat ook bijna altijd het geval. Dat is wel mooi, vind ik.’

Ruud Wiltschut links op de foto. Foto: Marjo Smit.

Nooit de ambitie gehad om zelf hoofdtrainer te worden?

Ruud: ‘De papieren heb ik, want ik ben in het bezit van TC3. En elk jaar zorg ik dat ik de punten haal om dat diploma geldig te laten blijven. Maar ik wil geen hoofdtrainer zijn. Allereerst omdat ik in de continu zit en daardoor wel eens trainingen en een keer of vier, vijf ook een wedstrijd op zaterdag moet missen. Ik wil mijn diensten niet schuiven, want ik wil ook een paar keer per jaar op vakantie. Als ik hoofdtrainer zou zijn en daarvoor betaald krijg, dan ben je verplicht om wel met je diensten te gaan schuiven. Want dan moet je er wel altijd zijn, vind ik. Nu is dat dus niet het geval en omdat ik geen vergoeding krijg, voel ik me daartoe ook niet verplicht. Bovendien draag je als hoofdtrainer altijd de verantwoordelijkheid en daar zit ik nu ook niet echt op te wachten. Nu fungeer ik op de achtergrond. Ik praat heel veel met spelers, weet alles van hen, kan ook goed inschatten wanneer ze niet lekker in hun vel zitten. Dan help ik ze, geef ze adviezen. Ik geef spelers een aai over de bol en soms schop ik er wel eens eentje onder zijn hol. Ik bedoel maar te zeggen dat ik probeer een goede band met de spelers te hebben en het is echt niet zo dat ik het meteen doorbrief aan John als spelers iets in vertrouwen tegen me zeggen.’

Geef daar eens een voorbeeld van.

Ruud; ‘Ik weet bijvoorbeeld dat er soms afgemeld wordt voor een training omdat er gewerkt moet worden. Maar dan hebben ze helemaal niet gewerkt, merk ik later. Dan praat ik daarover met ze, vertel dat ze het voortaan toch anders aan moeten pakken. Of ze vertellen dat ze de avond van te voren hebben zitten te drinken en nog niet fit zijn. Als speler zakte ik de avond voor een wedstrijd ook wel eens door, maar daar was de volgende dag niets meer van te merken. Ik ben vroeger bij PFC ’s ochtends wel eens wakker geworden in de dug-out. Ik was na het stappen meteen naar de club gegaan om in ieder geval op tijd aanwezig te zijn. Dan kreeg ik een bak koffie en een paar broodjes van Jannie Vuik en het was goed zo. Nu melden ze zich af, of ze zijn niet vooruit te branden. Daar kan ik met mijn pet niet bij en dat vertel ik ze dan ook. Maar ik geef dit soort dingen niet door aan John. Hij hoeft namelijk niet alles te weten, haha.’

Je vertelde daarnet dat jij niet betaald wordt. Krijg jij echt geen geld van de clubs waar je assistent bent?

Ruud: ‘Nee en dat hoeft ook niet. Ik doe het omdat ik het leuk vind en ik doe het omdat ik graag met John samenwerk. Van hem krijg ik wel eens een trainingspak en soms neemt hij me mee uit eten, maar verder hoef ik niks. Ik vind het best zo. Ik heb het prima naar mijn zin en onze samenwerking is perfect. Samen de jongens beter maken, altijd praten we over hoe we het gaan aanpakken en het vervolgens bij de trainingen en tijdens de wedstrijden uitvoeren. Heerlijk. Op deze manier kan ik dat nog wel een tijdje volhouden.’

En als John ooit vertrekt naar een andere club, dan ga jij met hem mee?

Ruud: ‘Dat is wel de bedoeling, ja. En als hij stopt, dan stop ik ook.’

Ruud Wiltschut (rechts) en John Kleijn. Foto: Marjo Smit.
17 Comments
  1. Michel Huijser zegt

    Ruudje Wiltschut, ouwe bonkige topspits

  2. Rene Rapmund zegt

    HELD ….

  3. Ricardo Mason Thiago Bloem zegt

    Top duo!

  4. Ester Kleijn zegt

    Topper❤️

  5. jan lecker zegt

    Mooi verhaal , succes beiden in de toekomst, mis onze confrontaties wel hoor haha

  6. Patrick Van Dam zegt

    Mooi leuk stuk

  7. Jeffrey Nathalia zegt

    Toppers!!!!❤

  8. Rob Vuik zegt

    Een geweldige vent!

  9. Philip Lieshout zegt

    Een Topper

  10. Gerrit Melaard zegt

    Super koppel met kennis en gezelligheid prachtige mix gaat jullie goed mannen op naar nog vele gezonde en mooie jaren

  11. Erik Pollemans zegt

    Gouden Pik heeft die Ruud Wiltschut Uuh bedoel gouden Gozert die ruud !!! En John Kleijn uiteraard ook top trainers

  12. Peter Naaktgeboren zegt

    Met ruud gevoetbald bij Blankenburg geweldig persoon , geweldig club gebonden persoon ook , dan ook nog een zoete olie menger , mooi stukje tekst.

  13. Alex Lodder zegt

    Jullie zouden beiden alleen een pilsie moeten leren drinken

  14. Danielle van Es zegt

    Top team jullie⚽️⚽️⚽️

  15. Peter Hoek zegt

    Mooi stukje weer Jan. Ruud was inderdaad een stevige spits en bovenal een goeie gozer. Vandaar dat t ook zo klikt met John, idem dito. Een mooi duo. Succes mannen.

  16. Roy Schellen zegt

    Meer buurman en buurman

  17. Danny Pelizzon zegt

    Top trainers!

Laat een antwoord achter