Leroy Brank na 11 jaar weg bij De Jodan Boys: ‘Ik ben geen A-junior die al blij is dat hij bij de selectie zit. Ik wil spelen’

8

Elf jaar lang was hij onomstreden basisspeler bij De Jodan Boys maar dit door de coronacrisis vroegtijdig beëindigde seizoen zal het laatste zijn bij de Goudse hoofdklasser. De 37-jarige Leroy Brank keert terug naar de club waar het allemaal begonnen is. Naar zondag eersteklasser Olympia waar hij als 16-jarig ventje debuteerde in het eerste elftal.

Toch wel verrassend deze keus van Leroy, want in een interview in het Algemeen Dagblad had hij eind januari dit jaar nog aangegeven er bij De Jodan Boys nog een jaartje aan vast te plakken. Hoe zit dat? Waarom gaat hij toch ergens anders voetballen? Dat zijn vragen die om een antwoord roepen en Leroy is gaarne bereid openheid van zaken te geven. ‘Wil je het politiek correcte verhaal horen, of mijn werkelijkheid?’, vraagt hij, als we aan tafel aangeschoven zijn.

Op een politiek correct antwoord zitten wij natuurlijk niet te wachten. Op bonje in de tent trouwens ook niet. Vertel je verhaal maar, dan zien we wel wat het wordt.

Leroy: ‘Hoewel ik dus al 37 jaar ben, was ik nog helemaal niet van plan om op een lager niveau te gaan voetballen en aan stoppen dacht ik al helemaal niet. Ik wilde op dit niveau blijven spelen zolang mijn lichaam dat toelaat. Mijn leeftijd is daarbij onbelangrijk; al ben ik 40 jaar oud, dan nog. Ik had er weer veel zin in toen we aan het einde van de zomervakantie met de voorbereiding begonnen. Ik had de vakantie door getraind en was er klaar voor. Met Leen van Steensel was er na 5½ jaar Dennis van den IJssel een nieuwe trainer gekomen en dan is het altijd weer kijken wat dat wordt. Dan moet je als speler je opnieuw bewijzen. Die voorbereiding begon trouwens best wel rommelig. Er was nog een aantal jongens op vakantie en zelf liep ik in de tweede oefenwedstrijd tegen een knieblessure aan. Het was weliswaar slechts een lichte overstrekking, maar dat betekende wel dat ik niet optimaal kon optrainen. Het was aanpassen. Al heel snel in de voorbereiding stond een bekerwedstrijd tegen Hoogland op het programma. Die speelde ik en in de eerste competitiewedstrijden stond ik ook in de basis.’

Hoe ging dat verder?

Leroy: ‘De resultaten in het begin van het seizoen waren prima. We wonnen de eerste twee wedstrijden tegen SC Feyenoord en Achilles’29, maar daarna werd het minder en minder. In de daaropvolgende zes wedstrijden wisten we alleen van Rijsoord te winnen. Ik speelde alles, maar zo goed ging het eigenlijk niet met de ploeg. En toen kwam de wedstrijd tegen ’s-Gravenzande. Trainer Leen van Steensel had een aantal veranderingen in de ploeg toegepast. Mo Bellahcen en Roald Heerkens speelden niet en ik werd er vroegtijdig afgehaald. Ook die wedstrijd wonnen we niet en dat resulteerde uiteindelijk tot een flinke discussie in de spelersgroep. We vonden dat het elftal niet klopte, dat we niet aan voetballen toekwamen en dat kaartten we aan bij de trainer. Leen was ook niet tevreden. Wij functioneerden niet zoals hij het voor ogen had. Daar heb ik als aanvoerder veel gesprekken over gevoerd. Met de spelers onderling, met een paar andere jongens met de trainer en ook 1 op 1 met Leen. Dat soort gesprekken heb ik trouwens altijd gevoerd met de trainers hier. Met Dennis van den IJssel en ook daarvoor al met Patrick Akerboom, diens voorganger. Ik geef input, denk mee over het technisch en tactisch aspect van het elftal en ben al die jaren uitgegaan van het teambelang. Want dat is het allerbelangrijkste.  Ik vind dat dit soort gesprekken moeten kunnen. Een open communicatie is altijd in het belang van de ploeg. Met Leen heb ik die gesprekken ook gevoerd en we kwamen samen tot de conclusie dat er iets moest veranderen.’

Wat was die verandering?

Leroy: ‘Dat ik ernaast kwam te staan.’

Door die gesprekken?

Leroy: ‘Nee, niet door die gesprekken. Die waren open en ik kon zeggen wat ik wilde zeggen. Dat het in het elftal niet stond in de organisatie bijvoorbeeld. Maar over mijn rol in het elftal was Leen niet tevreden. ‘Je oogt niet fit’, zei hij me. Hij had me er in een paar wedstrijden al eens vroegtijdig afgehaald en daar was ik niet altijd even blij mee. Maar het is aan de trainer om die keuzes te maken. Dan moet ik er maar voor zorgen dat hij me 90 minuten nodig heeft. Toen hij mij zei dat ik niet fit oogde, zei ik dat er dan maar één conclusie was: ‘Dan moet je mij niet opstellen.’ Dat gaf weer een discussie, want  Leen vond dat ik te belangrijk was voor het elftal om helemaal niet meer mee te doen. Dat werd wel een puntje. Na die verloren wedstrijd tegen ‘s-Gravenzande zouden we door de week een bekerwedstrijd spelen tegen Noordwijk en ’s zaterdags voor de competitie tegen DHSC. ‘Jij speelt dinsdag , maar zaterdag speelt Kevin de Vries’, zo kondigde Leen aan. ‘Dan moet je me dinsdag ook niet laten spelen, want dan kan Kevin alvast wennen aan die plek en aan het elftal’, antwoordde ik. Zo gebeurde. Tegen Noordwijk speelde ik niet. Tegen DHSC, toen koploper, ook niet. En die wedstrijden werden alle twee gewonnen en de vijf, zes wedstrijden daarna gingen ook goed. We wonnen niet alles, maar wel veel. Ik stond nooit meer in de basis, speelde hooguit een kwartiertje als invaller.’

Wat doet dat met je?
Leroy: ‘Ik had zoiets nog nooit meegemaakt in al die jaren dat ik voetbal. Laat me duidelijk zijn: het is aan de trainer hoe hij zijn ploeg samenstelt. Als hij het niet in mij ziet zitten, dan moet ik er maar voor zorgen dat hij niet om me heen kan. Zo simpel is het. Daarom bleef ik me op de trainingen altijd voor meer dan 100 procent inzetten, zat op zondag zelfs vaak in de sportschool. Want als er door blessures of schorsingen een plekje in het elftal vrij zou komen, dan moest ik er natuurlijk wel staan. Maar de resultaten bleven goed en veranderingen in het elftal waren niet nodig. Er was geen enkele reden om mij weer in te passen. Leen van Steensel had dus gelijk: De Jodan Boys kon het ook zonder Leroy Brank. Moeilijk was dat wel natuurlijk voor me, maar dan telt het niet wat ik voel. Ik denk altijd aan het teambelang en voel me echt niet te groot om op de bank te gaan zitten.’

Maar het schuurde toch.

Leroy: ‘Ja. Ik kan er mee leven dat ik niet speel, maar neem dan de tijd om mij dat goed uit te leggen. Niet alleen de technische en tactische aspecten zijn belangrijk in het goed laten functioneren van een team, ook het menselijk aspect is een belangrijk onderdeel. En dat is in dit geval toch een beetje ondergesneeuwd, vind ik. In de relatie met Leen zijn er in de loop van de tijd toch wat haarscheurtjes ontstaan. Hij had ook aan kunnen geven dat hij mijn rol in de ploeg anders ziet, dat hij mij niet meer nodig heeft en dat het ‘t beste is dat we afscheid van elkaar gaan nemen en het samen netjes afsluiten. Zo is het jammer genoeg niet gegaan. Maar ik wil nog een keer benadrukken dat de trainer beslist, niet ik. En als je wint, heb je als trainer altijd gelijk. Hoewel ik in eerste instantie aangegeven heb dat ik wilde blijven knokken voor een basisplaats en dat het heel goed mogelijk was dat ik er bij De Jodan Boys nog een twaalfde jaar aan vast zou plakken, heb ik op een gegeven moment toch de knoop doorgehakt. Omdat ik inzag dat er niet veel verandering in mijn situatie zou optreden. Ik ben geen A-junior die blij is dat hij bij de selectie zit. Ik wil spelen, maar daar zou ik volgend seizoen weinig aan toekomen, zo dacht ik. Daarom heb ik besloten terug te keren bij Olympia, mijn eerste club.’

Daar waren ze bij De Jodan Boys niet zo blij mee, neem ik aan.

Leroy:  ‘Nadat ik aangegeven had bij Olympia te gaan voetballen, heeft De Jodan Boys alle mogelijke moeite gedaan om  mij voor de club te behouden. Samen met de club hebben we gekeken welke rol ik het beste kon gaan vertolken. Hoofd jeugdopleidingen leek ons het beste en uiteindelijk zijn we dat overeengekomen.’

Bedankt voor je openhartigheid. Tot slot willen we nog een foto van je maken. Kan dat bij de auto van de club, waarmee je rijdt? Mag je die volgend seizoen trouwens nog blijven gebruiken?

Leroy lachend: ‘Daarover zijn we nog in gesprek.’

 

8 Comments
  1. Erwin van der Goes zegt

    Wat heerlijk een speler die gewoon eerlijk is,geen modder gooit,niet natrapt niks…Ken hem verder niet maar na dit interview neem ik mijn petje af voor hem.

  2. Michael Sip zegt

    Goed interview, daar kunnen een paar stemmingmakers van het AD een voorbeeld aan nemen.

  3. Sander Jansen zegt

    Topper!!

  4. Oss Ess zegt

    Mooi stuk !

  5. Joost van Apeldoorn zegt

    Top speler en fantastisch om al die jaren als tegenstander gehad te hebben! Succes bij Olympia topper!

  6. Brian Botta zegt

    Stephan Debouillé

  7. Majid Majidoo zegt

    Succes Leroy bij Olympia.

  8. Mohammed Pato zegt

    Bouhha Bou Badr Mlih

Laat een antwoord achter