Bethslot Woldeamanuel (Rozenburg): ‘Ik ben geen topper in het juiste moment kiezen’

0

Bij zijn trainer Peter Marcel Nauta kan hij wel een potje breken. Bethslot Woldeamanuel, de 19-jarige rechtsbuiten is nu bij Rozenburg twee jaar lid van de selectie en hij heeft het afgelopen seizoen al veel meer gespeeld dan een seizoen eerder. ‘Hij heeft tot aan de corona-stop ongeveer 80 procent van de wedstrijden meegedaan en daarin heeft hij zich heel goed ontwikkeld’, zegt Peter Marcel. ‘Hij was al niet makkelijk van de bal te krijgen, aangezien hij die altijd heel kort onder hem houdt zodat tegenstanders daar niet makkelijk bij kunnen komen en omdat hij vaak gespeeld heeft, is hij hierin nog meer bedreven geworden. Ook op andere gebieden heeft Bethslot stappen gemaakt. Zijn handelingssnelheid is toegenomen en hij heeft oplossingen in huis die je niet verwacht als tegenstander. Hij is frivool en dus ook onvoorspelbaar. Ik houd wel van zulke voetballers. Hij krijgt van mij dan ook de vrijheid om zijn ding te doen.’

Heel lovende woorden allemaal. Als we de Rozenburgtrainer vragen om een verbeterpunt moet hij even nadenken. ‘Dat zou dan zijn scorend vermogen moeten zijn’, zegt hij dan. ‘Maar dat wil ik niet als een donkere wolk boven hem hangen, want ik denk dat hij naarmate hij meer speelt ook hierin stappen zal maken. Bethslot is een talent, nog volop in ontwikkeling. Aan hem gaan we nog veel plezier beleven bij Rozenburg. Als wij over twee jaartjes nog altijd over hem kunnen beschikken, dan mogen we onze handjes dichtknijpen.’

Wat denk je over deze woorden van je trainer?
Bethslot: ‘Hoewel hij er in zijn verhaal niet de nadruk op legt, heeft hij volkomen gelijk dat ik meer moet scoren. Dit seizoen heb ik er in de competitie drie gemaakt en dat hadden er minstens tien moeten zijn. Ik mis te veel kansen en als aanvaller knaagt dat toch wel aan je.’

Is dat altijd zo geweest dat je zo weinig scoorde?

Bethslot: ‘Nee, in de jeugd scoorde ik als spits aan de lopende band. Maar in het eerste elftal stokt het doelpunten maken een beetje. Het gaat niet meer zo makkelijk.’

Hoe komt dat?

Bethslot: ‘Ik ben nog niet koel genoeg voor de goal. Soms moet ik gewoon ook meer durven. Gewoon schieten als het moment daar is. Maar de trainer heeft het ook over ervaring en dat het allemaal wel komt. Ik hoop het. Ik denk dat het zo wel is. Naarmate je meer wedstrijden speelt, krijg je meer ervaring en dan kan je wellicht op de juiste momenten wel toeslaan. Het gaat er gewoon om het juiste moment vinden. Maar ik ben nog jong, die ervaring ben ik nu aan het krijgen. Ik debuteerde onder Mark van Os toen ik 17 jaar oud was. Toen Mark opgevolgd werd door Peter Marcel Nauta heb ik wel een persoonlijk gesprek aangevraagd met de nieuwe trainer. Ik had de A-jeugd overgeslagen en zat nog maar net bij de selectie. Of hij mij daarbij hield, wilde ik weten. Ik moest me maar bewijzen op de training, antwoordde hij. Na twee weken vertelde hij dat ik bij de selectie kon blijven. Dat was wel mooi.’

 We moeten van dat scoren trouwens geen halszaak maken, want ondanks het feit dat je te weinig doelpunten maakt, ben je wel belangrijk voor het team.

Bethslot: ‘Dat probeer ik wel te zijn. Van de trainer moet ik acties maken, mijn ding doen. Ik moet natuurlijk mijn verdedigende taken niet verwaarlozen, mee terugzakken als je back opkomt bijvoorbeeld, maar ook daarin kan je leren het juiste moment te kiezen. Wanneer ga ik mee terug? Wanneer doe ik dat niet? Wanneer maak ik een actie? Wanneer speel ik simpel? Je bent daar constant mee bezig en het is heerlijk om daarover na te denken en daar met je medespelers en met je trainer over te praten.’

Leg dat eens uit.

Bethslot: ‘Tijdens wedstrijden is er veel onderling contact. Met Nick de Bil, met Bryan van der Laan, met Floris van den Heuvel onder meer. Dan praten we over hoe we moeten staan, wie de opkomende backs voor hun rekening nemen, wanneer we onderling van positie wisselen. Het zijn allemaal dingen waar je als jonge voetballer van leert. Ook middenvelder Patrick Struijk is hierin heel belangrijk voor mij. Die is me constant aan het aansturen en coachen tijdens wedstrijden en tijdens de trainingen doet hij dat ook. En daarnaast app-en we elkaar ook regelmatig over welke posities we moeten innemen. De trainer zegt dat we dat in het veld onderling op moeten lossen, maar laat ons eigenlijk vrij hoe we dat doen. Als het maar gebeurt. Ik ben geen topper in het juiste moment kiezen, maar door al deze dingen en ook door het meer wedstrijden voetballen, kan ik me hierin wel verder ontwikkelen.’

Dan moeten jullie trouwens wel een hechte groep hebben, die ook bij tegenslagen elkaar op een positieve manier aan blijft sturen.

Bethslot: ‘We hebben een leuk elftal. Ik vermaak me wel met de voetballers waarmee ik samen speel, want slechte voetballers hebben we niet. En iedereen is positief naar elkaar toe, ook als de resultaten wat minder zijn. We begonnen dit seizoen in de tweede klasse voortvarend, haalden in het begin heel veel punten. Stonden zelfs een tijdje bovenaan. En toen brak er een mindere periode aan, waarin we veel wedstrijden verloren. Maar dat is nooit ten koste gegaan van de sfeer. Ook toen we niet wonnen bleven we positief naar elkaar toe. En we trainden dat de vonken er af vlogen. Ongelooflijk was dat. Het waren toen misschien wel de beste trainingen van heel het seizoen. Ze waren fel, scherp en goed. Alles lukte, maar op zaterdag tijdens de wedstrijd lukte het dan weer niet. Dat was wel frustrerend.’

Volgend seizoen nieuwe kansen in de tweede klasse. Rozenburg hoort gewoon thuis op dat niveau, toch?

Bethslot: ‘Gezien de spelers die we hebben, vind ik dat wel, ja. Mooi is trouwens ook dat er een aantal jonge jongens aansluit komend seizoen. Dat verhoogt alleen maar de onderlinge concurrentiestrijd en maakt je nog scherper. Van mij mag het seizoen snel beginnen.’

Laat een antwoord achter