Redouan Omar Ouali (Exc. Maassluis): ‘Ik ben dankbaar dat ik een tijdje in het tweede heb gevoetbald’

2

We praten met elkaar op een bankje op het schoolplein van de Kardinaal Alfrink School, dicht bij zijn woning, waar hij als kind honderden uren voetballend heeft doorgebracht. En op het naastgelegen grasveldje. ‘Ik was hier altijd aan het voetballen met vriendjes en jongens uit de buurt en het ging er altijd ontzettend fanatiek aan toe’, zo blikt hij op die tijd terug. ‘Het heeft me als voetballer wel gevormd. Heb er veel vaardigheden opgedaan. Nee, nu doe ik het niet meer. Ik trap nog wel eens een balletje met vrienden of familieleden, maar nooit meer met jongens die ik minder goed ken. Het risico dat je doormidden geschopt wordt is te groot. Dat kan ik nu niet hebben’, zegt de 21-jarige Redouan Omar Ouali, die bij Excelsior Maassluis onder trainer Dogan Corneille een basisplaats heeft afgedwongen. Hoe hij dat plekje veroverd heeft, daar willen we alles van weten en Redouan gaat daar graag op in.

Je bent dus een straatvoetballer, maar trainers willen toch niet dat je dat bent? Dogan Corneille roemt je technische vaardigheden, maar heeft ook gezegd dat je het straatvoetballen achter je moet laten en in functionaliteit nog moet groeien.

Redouan: ‘Daar heeft hij helemaal gelijk in. Functionaliteit gaat voor alles. In een team moet je nooit voor jezelf voetballen, maar het straatvoetbal gaat er bij mij nooit helemaal uit. Zeker weten. Het maakt mij namelijk ook de speler die ik ben.’

Laten we bij het begin beginnen. Je hebt bij Excelsior Maassluis de gehele jeugd doorlopen. Hoe is dat al die jaren gegaan?

Redouan: ‘De allereerste training die ik deed nadat ik lid was geworden was toen ik 7 jaar oud was bij de E7. Maar de volgende training mocht ik al meedoen bij de E1 en al die jaren daarna heb ik in elke leeftijdscategorie in de selecties  gevoetbald. Zo ging ik bijvoorbeeld van de C1 meteen door naar de B1. Jaar na jaar moest ik me weer bewijzen. Elk seizoen vielen er een paar jongens af, maar ik mocht altijd blijven. Dat had niet alleen te maken met vaardigheden, maar ook met mentaliteit. Er vielen jongens af die beter konden voetballen dan ik, maar het toch niet redden. Vrienden van me, jongens die ik nu nog altijd spreek. Als we het er dan over hebben dat zij onderweg afgehaakt zijn, moeten ze bijna huilen. Want nu zien ze in dat het vooral aan henzelf lag dat ze het niet haalden. Zij hebben zelf de kans laten liggen.’

Je bedoelt dat het ook aan karakter ligt om goed te blijven presteren.

Redouan: ‘Jazeker. Wij hadden in de jeugd bijvoorbeeld een jongen die gruwelijk goed kon voetballen. En toch redde hij het niet. Hij had er niet alles voor over. Ik wel. Ik wilde dingen leren om beter worden. Ik wilde slagen en daar had ik heel veel voor over. En dan moet je er altijd vol voor gaan hoor en sommige dingen opzij zetten. Zo hadden we in de jeugd een seizoen Ron Carli als trainer. Die was ontzettend fanatiek en kon je hellemaal verrot schelden als je het niet goed deed. Daar moet je tegen kunnen, maar ik vond dat goed. Daar word je alleen maar sterker van, vind ik.’

En toen kwam de laatste stap: als A-speler naar de selectie.

Redouan: ‘Toen ik A-speler was had ik op een gegeven moment een gesprek met Jeroen Rijsdijk, de trainer van het eerste elftal toen en met Hans Jörgen Nicolaï. ‘Wij zien wel wat in jou’, vertelden ze me en ze vergeleken mij met Ahmad Mendes Moreira, die bij Excelsior Maassluis basisspeler was geworden nadat hij nagenoeg de gehele jeugdopleiding daar had doorlopen. ‘Dat kan jij ook bereiken’, vertelden ze me. Ahmed, daar keek ik als jeugdspeler enorm tegenop. Hij was mijn voorbeeld en om dan te horen dat de trainer me met hem vergeleek en voor mij de weg naar het eerste elftal ook open lag, man, ik was superblij. Van te voren al. Dat ik een gesprek met de hoofdtrainer zou hebben was al mooi. En wat hij mij vertelde maakte het nog veel mooier.

Was je er toen al?

Redouan: ‘Nee, natuurlijk niet. Want Jeroen Rijsdijk vertelde mij ook dat ik nog beter moest worden. Dat het niet alleen ging om de acties en om doelpunten maken. Dat ik niet alleen maar moest proberen om daarmee op te vallen. Ik moest functioneler worden, tactisch slimmer. Alleen acties maken als het mogelijk was, altijd in dienst van het elftal spelen. En dat was toch iets anders dan hoe ik tot dan toe altijd gevoetbald had. Als jeugdspeler wil je namelijk altijd opvallen met de dingen die je op het veld doet. Toen ik met de selectie mee mocht trainen, was dat de grootste verandering die ik meemaakte. Ik moest functioneler worden van Jeroen, hetzelfde dat Dogan Corneille trouwens nu ook nog zegt. En als buitenspeler moest ik naar binnen komen. Dat was helemaal nieuw voor me. In de jeugd had ik als linksbuiten namelijk altijd het veld breed moeten houden. De kalk van de zijlijn moest je bij wijze van spreken aan je schoenen hebben. Maar bij het eerste elftal moest je als buitenspeler naar binnen komen.’

Is het niet een beetje vreemd dat je in de jeugd zo niet moest spelen als linksbuiten?
Redouan: ‘ik keek daar ook van op. Ik heb het er wel eens met Dogan over gehad. Dat die dingen nog beter op elkaar afgestemd moeten worden. Het mooie aan Dogan is dat hij meteen snapt waar je het dan over hebt en je weet dat hij dat intern echt wel gaat aankaarten.’

Je maakte je debuut onder Jeroen Rijsdijk. Beschrijf die dag eens.

Redouan: ‘Ik was 19 jaar. Het was in een uitwedstrijd tegen HHC Harderberg en dat was de allereerste keer dat ik met de selectie mee mocht. Het was heel lang rijden met de bus en toen we daar aankwamen, inspecteerden we meteen het veld. Dat was een drama! Ik speel het liefst op kunstgras, want dan hobbelt de bal niet, komt altijd strak op je af. Bij HHC was het veld hobbelig. Er was ook veel publiek, heel spannend allemaal. Ik hoopte maar dat ik op zulk slecht gras niet mijn debuut moest gaan maken. Maar dat gebeurde dus wel. De eerste helft zat ik op de bank en het ging niet goed. We kregen een doelpunt tegen, er werd slecht gevoetbald, de kopjes gingen al naar beneden en bij Jeroen kwam de stoom al uit zijn oren. Toen het rustsignaal klonk wilde ik naar de kleedkamer om thee te gaan drinken, maar Jeroen zei dat ik warm moest lopen. In de tweede helft mocht ik meedoen en het was alsof ik in een warm bad terechtkwam. Allereerst liep het toen veel beter met de ploeg. Ik denk dat de jongens in de rust ongelooflijk op hun donder hadden gekregen. En alle spelers hielpen mij. Ik werd door iedereen gecoacht. ‘Een metertje naar links’. ‘Een stapje terug’. ‘Gaan nu’. Dat soort dingen. Dat maakt het wel makkelijk voor je. Ik hoefde alleen maar te luisteren en de dingen uit te voeren. Je wordt met open armen ontvangen en je voelt je dan snel thuis. Je hoort er meteen bij. We kregen een corner en die mocht ik nemen. Ik gaf hem loeihard voor en de bal verdween tot mijn eigen verrassing in het doel: 1-1. Alle spelers kwamen juichend op me af, maar ik was nog steeds stomverbaasd. ‘Wie maakte die goal eigenlijk’, vroeg ik. Niels Redert zei dat de bal er via zijn kont ingevlogen was. Dat was wel lachen.’

Hoe ging het met je na die wedstrijd?
Redouan: ‘Van Jeroen Rijsdijk mocht ik vaker meedoen, maar toen hij naar Sparta vertrokken was en  opgevolgd werd door Dogan Corneille, zag die het niet meteen in me zitten. Ik moest terug naar het tweede en toen ook nog eens Marouane Afaker als nieuwe buitenspeler voor het eerste werd aangetrokken, zag ik de bui al hangen.’

Er zijn voetballers die op zulke momenten naar een andere club vertrekken.

Redouan: ‘Maar zo zit ik niet in elkaar. Als de trainer het niet in mij ziet zitten, dan moet ik er maar voor zorgen dat hij dat wel gaat doen, vond ik. Ik ging nog beter mijn best doen, nog harder werken. Eigenlijk was ik best wel dankbaar dat ik toen in het tweede moest gaan spelen. Om de dingen nog beter onder de knie te krijgen, om nog beter te worden. En als je het daar goed doet, komt er altijd een moment dat je een kans krijgt. Op de training van donderdag wordt altijd een partij gespeeld tussen de beoogde basisploeg tegen de reserves, die op de manier van de komende tegenstander moeten voetballen. Jong Sparta was een keer de aanstaande tegenstander en ik moest die donderdag als reserve in de rol spelen van Ayoub Boukhari, die bij Jong Sparta linksbuiten is. Het ging goed die training. Alles lukte. Ik kon door niemand afgestopt worden en de reserves wonnen die avond van het eerste en dat kwam niet vaak voor. Maar tegen Jong Sparta voetbalde ik niet. De eerste keer dat ik wel mocht meedoen, was uit bij AFC. Na weer een lange busreis, alweer op slecht gras en na weer een slechte eerste helft. We wonnen die wedstrijd niet, maar daarna mocht ik wel steeds vaker meedoen. Gek genoeg niet meer als linksbuiten maar als nummer 10. Heerlijk. We zaten de laatste tijd best wel in een flow, ik had een basisplaats, maar de coronacrisis gooide wel roet in het eten. Nu moet ik zorgen dat ik fit blijf en als er straks weer gevoetbald mag worden, moet ik meteen klaar staan. Ik kan niet wachten tot het zover is. Gelukkig zijn we weer met de trainingen begonnen.’

Laatste vraag: is Excelsior Maassluis je eindpunt?
Redouan: ‘Ik zal er alles aan doen om nog een stap te maken. Ik wil hogerop. Van een zaalvoetbalclub uit de eredivisie heb ik een aanbod gekregen om ben hen te komen voetballen, maar dat schuif ik nog op de lange baan. Ik wil dolgraag naar het betaald voetbal. Of ik dat ga halen weet ik niet, maar met godswil gaat dat misschien wel lukken. Wat ik wel weet is dat ik als ik hier mocht vertrekken altijd bij Excelsior Maassluis zal terugkeren. Want die club ligt voor altijd diep in mijn hart.’

2 Comments
  1. Salla Salla zegt

    Succes!⚽️⚽️⚽️

  2. Gert-Jan Bunt zegt

    Mooi interview Redouan Omar Ouali !

Laat een antwoord achter