Gabriël Flipse, een van de kurken waarop FC Pretoria drijft: ‘Niet voetballen moet niet veel langer gaan duren’

0

Op een spiegel boven de gang naar de toiletten staat dat FC Pretoria van 20-04-1920 is. Dat zit aardig in de buurt, maar is toch niet helemaal juist. De club is opgericht op 8 april 1920 en in het weekend van 11 en 12 april zou bij dat eeuwfeest uitgebreid stilgestaan worden. Een receptie, een reünie en een dag met voetbalactiviteiten, zo was de opzet. Maar de festiviteiten gingen niet door, het coronavirus gooide roet in het eten. Wat dit voor de club betekent, wat ze nu gaan doen en hoe FC Pretoria er voor staat in deze maanden waarin het voetballen onmogelijk is, daarover praten we met Gabriël Flipse. Want als er iemand is die veel over de club kan vertellen, is hij het wel. Sinds 1967 is hij namelijk penningmeester en nadat hij met de VUT gegaan was, is hij bijna dagelijks op de club te vinden om allerlei klusjes te verrichten, samen met Koos Berkhof, nog zo’n kurk waar de vereniging op drijft. Bezigheidstherapie, noemen ze dat.

Geen jubileumactiviteiten, wat betekent dat voor de club?

Gabriël: ‘We waren van plan op zaterdag een receptie te houden en ’s avond een groot feest te organiseren. En de zondag zou bol staan van voetbalactiviteiten. Zo zouden we onder meer voetballen tegen Egelantier Boys, die bij ons op het sportcomplex hun thuiswedstrijden spelen. Het gaat allemaal niet door. Het plan is nu om het in september te gaan doen, maar we moeten maar zien of het dan wel kan. Afwachten dus.’

Hoe zit dat trouwens met die spiegel met daarop de foute oprichtingsdatum?

Gabriël: ‘Die datum op de spiegel klopt niet, nee. Maar we doen daar niet moeilijk over. Het was een cadeau en je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. Het scheelt een paar dagen, zo’n probleem is dat niet.’

Vertel eens iets over het ontstaan van de vereniging. De naam FC Pretoria is toch nog geen 100 jaar oud?

Gabriël: ‘Nee. In 1920 is FSV opgericht, de Feijenoordse Sport Vereniging. Dat was in de Afrikaanderbuurt. Op 8 april 1931 is RVV Celeritas opgericht, maar omdat er al een club was met die naam, moest er van de KNVB een andere naam komen. Dat werd Pretoria. Een ander Celeritas uit Rotterdam werd later Feyenoord, maar dat terzijde. Pretoria en FSV fuseerden in 1938 en  dat werd FSV Pretoria, dat als oprichtingsdatum 8 april 1920 aanhield. In 1986 volgde er nog een fusie, met FC Rotterdam ditmaal en sindsdien heet de club FC Pretoria. Sinds de jaren ’50 zaten we aan de Oldegaarde, maar toen in 2000 het Zuiderpark heringericht werd, moesten we verhuizen. Sindsdien zitten we aan de Schulpweg. Dat is de clubgeschiedenis in een notendop.’

Hoe ben jij bij de club terechtgekomen?

Gabriël: ‘Ik was als kind lid van Feyenoord, maar kwam heel vaak bij Arie Stolk. Die had vlakbij mijn ouderlijk huis een groot pakhuis, van waaruit hij de leesmap distribueerde. Daar hielp ik wel eens een handje mee. Arie was lid van Pretoria en die haalde mij over om ook bij zijn club te komen voetballen. In ben in 1961 lid geworden en ben dat nu nog altijd.’

Wat is jouw persoonlijke hoogtepunt geweest in al die jaren?

Gabriël: ‘Ontegenzeglijk het kampioenschap als speler van het eerste elftal. Dat was in 1967. We werden kampioen van de hoogste klasse van de RVB, wonnen het kampioenschap van Rotterdam en promoveerden naar de vierde klasse van de KNVB. We ontvingen een gouden plak. Geweldig was dat.’

Als penningmeester heb je goed zicht op de financiële staat van de vereniging. Nu er al maanden niet gevoetbald wordt en dat nog een hele poos gaat duren, moet dat een behoorlijke impact hebben.

Gabriël: ‘Inderdaad. We hebben al maanden geen kantine-inkomsten. Er komt niks binnen. Er is geen aardigheid aan op deze manier. In het begin van de coronacrisis kregen we een brief van het Sportbedrijf. Voorlopig worden de betalingen voor de veldhuur opgeschort, stond erin. Een tijdje later vertelde de wethouder dat er wel degelijk betaald moet gaan worden, met terugwerkende kracht zelfs. Daarna hebben we niets meer gehoord. Onlangs heeft de regering verklaard dat clubs ontzien moeten gaan worden. Betaald hebben we nog niet, we wachten wel af waar het allemaal op uit draait. Daar komt nog wel bij dat de rekeningen van het GEB, van de verzekeringen en dergelijke instanties blijven binnenkomen en die moeten wel betaald worden. We hebben nog wel een beetje vet op de botten, voor ons is het nu nog niet zo’n probleem, maar het moet allemaal niet veel langer gaan duren. ‘Tot september blijven sportkantines dicht’, verklaarde premier Rutte vorige week. Dat gaat dus een probleem worden en niet alleen bij ons, vermoed ik.’

Hoe zie jij de nabije toekomst van FC Pretoria in?

Gabriël: ‘Het mooie was dat voor de coronacrisis losbarstte het bestuur van FC Pretoria samen met dat van Egelantier Boys hierover een gesprek zou hebben met de wethouder en de gemeente. FC Pretoria is huurder van de twee velden hier aan de Schulpweg, Egelantier Boys is de onderhuurder. Dat is officieel erkend door de gemeente en hierover zijn goede afspraken gemaakt. Beide clubs moesten samen bij de gemeente aangeven hoe zij de toekomst inzien en als we samen met een goed plan zouden komen, dan zou er op het hoofdveld  kunstgras komen. Dat was al toegezegd en het geld daarvoor was bij wijze van spreken al opzij gezet. De besturen van zowel FC Pretoria als van Egelantier Boys hebben hierover veelvuldig overlegd en hadden samen een goed plan opgesteld, maar de afspraak met de gemeente is niet doorgegaan. Vanwege de coronacrisis. Daarna hebben we niets meer gehoord van de gemeente. We zitten met smart te wachten op een nieuwe uitnodiging.’

Gaan jullie fuseren?
Gabriël: ‘Wellicht in de toekomst wel, maar wij denken dat we met goede afspraken beide als zelfstandige club kunnen blijven functioneren. Wij op zondag, Egelantier Boys op zaterdag. En we denken dat we als aparte verenigingen heus toekomst hebben, zeker als er in de Wielewaal, de wijk achter de Schulpweg, nieuwbouw komt. Met een kunstgrasveld heb je dan echt wel aantrekkingskracht. Deze week hebben we weer overleg gehad met Egelantier Boys, want we willen natuurlijk wel met een goed verhaal komen als we weer uitgenodigd worden.’

Laat een antwoord achter