Peter Wubben na 8 seizoenen weg bij Spijkenisse: ‘Nu tijd om thuis samen leuke dingen te doen ’

2

Na acht seizoenen komt er een einde aan het dienstverband van Peter Wubben als trainer van Spijkenisse. Een andere club heeft hij niet en dat gaat er voorlopig niet van komen ook. Hij houdt de boot af, want zoals hij het zelf verwoordt: ‘Na meer dan 20 jaar als trainer te hebben geleefd, wil ik nu veel tijd vrijmaken voor mijn gezin. Het is goed zo. Voorlopig doe ik niets en als er een club komt, dan zien we wel of dat iets wordt.’ Wij kijken met Peter terug op zijn acht jaar bij Spijkenisse en daar maakt hij graag tijd voor vrij.

Allereerst: hoe is het met je?
Peter: ‘Naar omstandigheden goed. Niemand ziek in de familie gelukkig. Wat mijn werk betreft, daar ben ik elke dag in de ochtenduren aanwezig en de rest van de dag werk ik van huis uit. Alles wat voetbal betreft is in één klap weggevallen, maar het is zoals het is. Voor de rest gaat het allemaal verder en natuurlijk hoop ik wel dat het coronavirus snel onder de knie is. Maar eens te meer blijkt weer eens dat niet de mens, maar de natuur de baas is.’

Op deze manier is er wel een bizar einde gekomen aan je acht jaar bij Spijkenisse.

Peter: ‘Ook dat is zoals het is. Persoonlijk heb ik daar trouwens niet zo veel moeite mee.  Als ik van baan zou veranderen zou ik in staat zijn om op maandag te zeggen ‘bedankt en tot ziens’ om de volgende dag aan mijn nieuwe job te beginnen.’

Sta jij er zo koel in?

Peter: ‘Nee, helemaal niet. Natuurlijk had ik graag op een andere manier afscheid willen nemen, maar ik denk niet dat ik voorlopig nog op de club kan komen. Nu in ieder geval niet. Dat gaat er dus niet van komen.

Hoe kijk jij terug op je periode bij Spijkenisse?

Peter: ‘Laat ik bij het begin beginnen. Ik kwam bij Spijkenisse toen de club nog in de eerste klasse speelde en toen ik aangesteld werd als trainer was het eerste doel aantrekkelijk, aanvallend voetbal te gaan spelen.  Dat was mijn doel en ook dat van de club en vanuit de technische commissie werd in de persoon van Aren Buvens dat doel ook gedragen. Dat betekent dat je daarbij vooral aan de lange termijn moet denken. Want als je als ploeg veel pressie op de helft van de tegenstander wil zetten, als je bij balverlies zo snel mogelijk weer in balbezit wil komen om dan met zijn allen weer ten aanval te trekken, dan moet je dat allemaal samen doen. Dat moet je als ploeg onder de knie proberen te krijgen en om dat te verwezenlijken is  een proces met vallen en opstaan. Ik bedoel hier mee te zeggen dat je daarbij dan wel altijd de lange termijn in het oog moet houden, want in het begin kan het wat resultaten betreft best wel eens tegenvallen.  Maar ik ben ervan overtuigd dat als je het lang genoeg volhoudt, het op die lange termijn een grote kans van slagen heeft. Als je gelooft in de opbrengst op lange termijn dan moet je niet onrustig worden als het in het begin tegen zit, dan moet je blijven geloven in de gestelde doelen. En zo dacht Aren Buvens er ook over. Dan heb je het over beleid, visie, rust en geduld om iets op te bouwen en dan is het als trainer goed werken, hoor. Wat dat betreft was Spijkenisse trouwens al een stabiele club, want ook Adrie Poldervaart, mijn voorganger als trainer, heeft hier 7 jaar gewerkt.’

Terug naar dat proces waar je het over had, ik neem aan dat je daar regelmatig gesprekken over hebt gevoerd.

Peter: ‘Jazeker. Door de week op de trainingsavonden en op wedstrijddagen  altijd informeel met Aren en om de twee maanden uitgebreid. Waar staan we? Wat gaat goed? Wat moet beter? Dat soort dingen. In die gesprekken schoven vaak ook andere mensen van de technische commissie aan, Arjen Broeders en Imke van Dommelen. In dat eerste jaar haalden wij de nacompetitie, waarin we uitgeschakeld werden door Achilles Veen. Maar ondanks die uitschakeling keken we wel tevreden terug op dat seizoen. We speelden aanvallend en aantrekkelijk voetbal. ‘Als we met dat soort voetbal nacompetitie hebben bereikt, dan moesten we het tweede jaar vol voor promotie gaan, vonden we. Dat tweede jaar werden we kampioen en promoveerden naar de hoofdklasse. In die hoofdklasse wilden we onze speelstijl niet verloochenen. We wilden dynamisch blijven voetballen zoals we dat al twee jaar gedaan hadden, ook op dat hogere niveau tegen betere tegenstanders. Het eerste half jaar in de hoofdklasse liep wat resultaten betreft niet geweldig, maar we pakten de draad daarna wel goed op. Met onze speelstijl dwongen we een paar jaar later promotie af naar de derde divisie.’

Dat verblijf in de derde divisie bleef beperkt tot 1 seizoen. Lag dat aan jullie aanvallende speelstijl?

Peter: ‘Nee. Als je analyseert hoe het gegaan is, kun je ondanks die degradatie toch tevreden zijn over ons spel. Iedereen wijst naar de verdediging en de gaten die daarin vielen, maar daar lag het niet aan. Aanvallend speelden we uitstekend, maar we scoorden te weinig goals uit de enorme hoeveelheid kansen die we creëerden. En als je ziet waardoor je de doelpunten  tegen kreeg, kon je ook vaststellen dat dat te maken had met individuele fouten. Een te korte terugspeelbal, je persoonlijke tegenstander niet kort genoeg dekken bij corners en vrije trappen; dat soort dingen. Dat betekende dat het niveau niet goed genoeg was en dat je je selectie daarop moest aanpassen. We moesten voorin een koude kikker hebben, die de kansen wel benut en achterin moesten we ervaren jongens hebben, die het klappen van de zweep kenden. Maar we wilden wel blijven voetballen zoals we deden. We hebben van veel tegenstanders complimenten gekregen over onze speelstijl, maar met die complimenten koop je niets. Voetbaltactisch konden we op dat niveau goed mee, maar het moest gewoon beter. Daarom hebben we onze selectie aangepast. En of we het jaar daarna nog altijd in de derde divisie zouden voetballen, of dat we zouden degraderen naar de hoofdklasse, dat maakte in de samenstelling van die selectie niet uit. We keken wat we al in huis hadden en wat er bij moest komen en daarbij gingen we uit van hoe we wilden voetballen. Daar hebben we de spelers bijgezocht en niet andersom.’

Het werd degradatie naar de hoofdklasse en dat jaar zou een rampjaar worden.

Peter: ‘Dat kwam vooral doordat een paar spelers een eigen koers wilden varen. Als je niet met zijn allen iets doet, als je er niet allemaal achter staat, dan werkt het  niet. En dat zie je dan terug in de sfeer in de kleedkamer, op het veld tijdens trainingen en wedstrijden, je ziet het ook aan de resultaten. Ik kreeg het dat jaar niet aan de praat en dat spelers als Eric Polet, Daan Bourgonje en Ruperto Dorothea, allemaal jongens die heel belangrijk zijn voor het team en voor de speelwijze, het hele jaar door blessures afwezig waren, heeft ook niet erg geholpen. Op het laatste nippertje wisten we ons na winst met strafschoppen op Go-Ahead Kampen  in de hoofdklasse te handhaven’

Waarom ben je toen niet gestopt als trainer?

Peter: ‘Omdat ik de club niet in de steek wilde laten. Aren Buvens had in november aangekondigd dat hij na 22 jaar wilde stoppen, de voorzitter zou afscheid gaan nemen, dan moest ik blijven, vond ik. Vooral ook omdat veel spelers vonden dat ik moest blijven. Het doel bleef hetzelfde. We bleven inzetten op aanvallend spel, maar we zouden het na dat jaar toch anders gaan doen. Meer met eigen jongens, jonge gasten van de club die klaargestoomd moeten worden voor het grote werk.’

En dat ging dit seizoen in het begin niet goed wat resultaten betreft.

Peter: ‘Nee en de buitenwacht had daar best wel moeite mee. Je bent met een jonge ploeg wel kwetsbaar, maar wij bleven kijken naar de lange termijn. We hadden ingecalculeerd dat het tegen zou zitten, maar dat we zo weinig punten zouden halen in het begin, dat hadden we niet gedacht. Maar we hebben volhard en klommen geleidelijk aan omhoog op de ranglijst. Van de laatste 8 wedstrijden, wonnen we er 7. Alleen tegen SC Feyenoord waren we kansloos, maar je ziet dat de jonge jongens het goed oppakken, want heel mooi was dat we na die kansloze wedstrijd tegen Feyenoord de volgende twee partijen weer wel wonnen.’

En toen was het in verband met het coronavirus plotseling  over en sluiten.

Peter: ‘En toen was het inderdaad plots klaar. Het is dan wel jammer dat je die sprint niet af kon maken. Ik had wel eens willen zien waar we geëindigd waren.’

Tot slot, waarom neem je nu wel afscheid van de club? Bij Spijkenisse bloeit er toch iets moois en als trainer kan je dat toch verder uitbouwen?

Peter: ‘Ik ben vooral gestopt omdat even meer rust in mijn leven te krijgen. Ik wil na zoveel jaren een adempauze inlassen. Een mooie baan in het onderwijs is goed met het trainerschap te combineren, maar even wat meer tijd voor andere dingen is zeer welkom.’

2 Comments
  1. Rene Rapmund zegt

    Het ga je goed Peter, ik vond het een zeer leerzame periode waarin we hebben samengewerkt. Wie weet tot ziens/horens.

  2. Gerard de Vries zegt

    Wat voor jou Johan de Zwart

Laat een antwoord achter