Oude Glorie. Dit is een rubriek van VoetbalRotterdam die twee keer per maand verschijnt. De ene keer wordt een voetballer of trainer uit lang vervlogen tijden belicht, de andere keer is er een verhaal met een erelid, een lid van verdienste of iemand anders die zich voor zijn club verdienstelijk heeft gemaakt.
Aflevering 5 gaat over de gebroeders Richard en Marcel Loonstijn, die als jonge ventjes debuteerden in het eerste elftal van CVV, de Charloisse Voetbal Vereniging, waar ze vanaf hun prille jeugd altijd al gevoetbald hadden. Ze hebben daarna altijd met elkaar in hetzelfde elftal gevoetbald, op één jaartje na. Omdat mensen nu altijd nog praten over hun voetbalkwaliteiten hebben we hen opgezocht en uitgehoord over de tijd van toen.
Waarom gingen jullie bij CVV voetballen?
Richard: ‘CVV was lekker dichtbij. We zijn er opgegroeid, brachten hele dagen door bij onze club. Het was in de tijd dat je als E-pupilletje op het hele veld moest voetballen. Wij schelen anderhalf jaar in leeftijd en hebben in de jeugd niet altijd bij elkaar gevoetbald, maar dat hebben we later wel goed gemaakt.’
Hoe kwamen jullie in het eerste elftal terecht?
Marcel: ‘Onder trainer Jan van Loon heb ik in het seizoen 1986-1987 als 16-jarig broekie mijn debuut gemaakt in het eerste elftal . CVV was een jaar daarvoor gedegradeerd uit de hoofdklasse, maar veel spelers die de hoogtijdagen hadden meegemaakt, voetbalden er nog. Ik heb het dan over toppers als Arie Damsma, Maarten Polderman en Louis Jacobs. Ik maakte mijn debuut als rechtsback en dat was eigenlijk de plek van Jerry Visser. Dat was een vedette. Hij had vroeger nog betaald voetbal gespeeld bij Hermes DVS. Als jong ventje nam ik zijn plek in en binnen de kortste keren had ik een vaste basisplaats. Jerry Visser heeft het seizoen niet afgemaakt.’
Richard: ‘Ik debuteerde halverwege dat seizoen ook in het eerste elftal. Marcel was jonger dan ik, maar speelde dus wel eerder in het eerste. Daar heb ik het nu nog moeilijk mee, haha. Mijn debuut was wel bijzonder. We moesten uit voetballen tegen Overmaas. Henry Maas speelde daar als spits en dat was een hele goede voetballer, mijn directe tegenstander omdat ik laatste man was. Ik maakte twee blunders die middag en dat betekende twee doelpunten van Henry Maas. Maar de volgende week stelde de trainer mij gewoon weer op. Dat was wel mooi.’
Vanaf die tijd hebben jullie dus jaren samen in het eerste elftal van CVV gevoetbald. Vertel daar eens wat over.
Richard: ‘In het begin rammelde het een beetje bij de club. De betalingen aan spelers werden fiks omlaag geschroefd en daardoor vertrokken veel voetballers naar elders, naar ZW bijvoorbeeld, waar toen wel dik betaald werd. Of ze stopten. We kregen bij CVV alleen puntengeld, 25 gulden per punt. Wij hebben al die jaren eigenlijk vooral met jongens samengespeeld, die net als wij, heel de jeugd bij de club hadden doorlopen.’
Marcel: ‘Er was die tijd heel weinig verloop en dat betekende dat de groep hoe langer hoe hechter werd. We kenden elkaar door en door, wisten op het veld elkaar goed te vinden en ook buiten het veld was de band hecht. Samen stappen in het weekend, samen stappen door de week.’
Richard: ‘Mijn broer werd doorgeschoven naar het middenveld, daar kon hij zijn energie goed kwijt. Bob van ’t Hof nam zijn plekje achterin over. Ik was laatste man. Dat was heerlijk voetballen hoor, want dan heb je alles voor je.’
Marcel: ‘Als middenvelder voetballen is leuk, leuker dan rechtsback. We speelden 4-4-2 en ik was de verdedigende middenvelder. Zo kon ik meters maken, gaten dichten. Ik liep overal’.
Richard: ‘Blijkbaar waren wij opgevallen, want op zeker moment kregen we een uitnodiging van Feyenoord. We mochten meedoen met het C-team, dat was eigenlijk het tweede elftal. Er speelden jonge talenten in en ook spelers van het eerste, die extra minuten moesten maken. Harold Wapenaar was keeper, dat weet ik nog. De wedstrijd was tegen MVV in Maastricht. We gingen met de bus en daar aangekomen bleek dat ze de wedstrijdkleding voor alle spelers vergeten waren. Die hadden ze in Rotterdam laten staan.’
Marcel: ‘Wij hadden alleen onze schoenen meegenomen, die we extra goed gepoetst hadden. Een tijd later kwam Rob Jacobs briesend en tierend de kleedkamer binnen en smeet de spullen op tafel. Rob was toen de hoofdtrainer van Feyenoord en zou eigenlijk helemaal niet komen, maar was in vliegende vaart naar Maastricht gereden met de wedstrijdkleding. Zijn gezicht stond niet al te vrolijk toen hij binnenkwam. Wij waren nog erg jong en zaten het allemaal met grote ogen te bekijken.’
Richard: ‘We wonnen met 5-2 van MVV en we hadden best lekker gespeeld. Ik had kramp tot in mijn tenen, want het niveau was veel hoger dan dat we gewend waren. Het tempo ook. We moesten echt een paar tandjes bijzetten, maar we speelden de wedstrijd uit en Rob Jacobs, die er nu toch was, had ons bezig gezien en had een paar lovende woorden voor ons over. Maar na de wedstrijd kregen we geen feedback, van niemand niet. En een paar weken later kregen we een afwijzingsbrief van Feyenoord. ‘Net niet goed genoeg voor het betaalde voetbal, maar we blijven jullie volgen’, stond er in, ondertekend door Hans Kraaij sr. In Rotterdam moeten honderden voetballers zijn met een afwijzing voor het betaalde voetbal.’
Marcel: ‘Ik had voor en na die wedstrijd tegen MVV nog meegetraind op Varkenoord, maar ook dat is niets geworden. Hadden ze me maar twee maanden de tijd gegeven om me te bewijzen, dan was het misschien wel iets geworden. Later zagen we Ferry de Haan als speler van Feyenoord wedstrijden winnen en die hadden we op de training een paar keer gepoort. Ik ben later ook bij Excelsior geweest. Een contract zat er daar niet in, maar ze wilden het nog wel een tijdje met me aanzien. Maar dat wilde ik niet. Nou, dan bleef ik toch lekker bij CVV voetballen. Wat misschien ook wel meespeelde in de uiteindelijke afwijzing van Feyenoord was een berichtje in het Rotterdams Nieuwsblad. Die krant had destijds een wekelijkse rubriek met ditjes en datjes uit het amateurvoetbal. ‘Wist u dat’ heette die rubriek en daar stonden altijd leuke dingen in. Die week hadden ze het over ons. Dat ging ongeveer als volgt: Wist u dat de gebroeders Loonstijn van CVV een oefenwedstrijd bij Feyenoord hebben gespeeld? Wist u dat die proeve van bekwaamheid goed is verlopen. En wist u dat hun polsbewegingen ook heel goed zijn?
Richard: ‘Die polsbewegingen van ons waren ook gesmeerd, maar toen dat berichtje in de krant verscheen, konden we niet lachen. Nu wel hoor. Ze hadden gewoon gelijk. Maar ach, we bleven lekker bij CVV en daar hadden we het goed. We hadden een vriendenploeg en het voetbal zag er ook leuk uit. We hadden een nieuwe trainer: Cees Lagendijk. Die kwam uit het leger en ik zie hem nog staan op de eerste training met zijn kousen hoog opgetrokken. Als een sergeant-majoor ging hij te keer, maar al spoedig bleek dat Cees een wereldvent was. Een goede trainer ook, die de poppetjes allemaal in de juiste richting had staan. Hij was de eerste trainer die zei dat ik als laatste man in moest schuiven. Mooi was dat Marcel altijd de ruimte bewaakte die ik achterliet bij het inschuiven, want het omschakelen was niet mijn sterkste punt. Op die manier heb ik trouwens wel veel gescoord. Op een gegeven moment was ik als laatste man zelfs clubtopscorer. Maar daar zaten ook penalty’s bij, hoor. En vrije trappen. Ik weet nog goed dat ik een keer een vrije trap net buiten de zestien nam. Die schoot ik in het doel. Doelpunt. Ik draaide me juichend om en wat bleek? Alle ploegmaten stonden al op eigen helft, klaar voor de aftrap die zou volgen. Ze wisten al dat ik ging scoren.’
Marcel: ‘Een mooie anekdote uit de CVV-tijd was ook de wedstrijd tegen Nieuwenhoorn. Die hadden goede voetballers en ook Eef van Splunder natuurlijk. Nieuwenhoorn stond bovenaan, wij stonden tweede. Cees Lagendijk was onze trainer en die wedstrijd tegen Nieuwenhoorn zouden wij wel eens wat laten zien. We zouden er opklappen, het zou een eyeopener worden. Richard was geschorst die wedstrijd en Bob van ’t Hof zou de bewaking van Eef van Splunder voor zijn rekening nemen. We hebben Bob vooraf daar heel de week over op lopen naaien. ‘Eef van Splunder, Eef van Splunder’ zeiden we telkens weer tegen hem. Toen de wedstrijd eenmaal begonnen was had Eef binnen tien minuten al twee keer gescoord. Het werd uiteindelijk 2-7 met vier doelpunten van Van Splunder. Over die wedstrijd hebben we het nu nog wel eens, haha.’
Jullie hebben trouwens niet heel je leven bij CVV gevoetbald. Waarom niet?
Marcel: ‘Ik werd in 1995 benaderd door Barendrecht. Of ik daar kwam voetballen, vroegen ze. Daar zit trouwens wel een mooi verhaal aan vast. Een paar jaar eerder had ik ook een telefoontje gekregen. Een man belde, namens Barendrecht, zei hij. Of ik ergens in een restaurant langs wilde komen, want de club wilde met me praten. Barendrecht! Dat was een hoofdklasser! Ik naar dat restaurant en daar zaten Cees Lagendijk, mijn trainer bij CVV en ook Kees van As, de verzorger. Die hadden mij flink in de maling genomen en lachten zich een bult toen ik binnenkwam. Toen een paar jaar later Barendrecht belde, geloofde ik het eerst niet. Maar ik ben uiteindelijk toch gaan praten. Ik wilde de uitdaging wel aan. Ik heb er één jaar gevoetbald, op zaterdag. Dat kwam eigenlijk niet goed uit, omdat ik op zaterdag ook vaak moest werken. Je kunt op je werk wel schuiven, maar niet elke week. Bovendien had ik dat jaar ook last van blessuretjes. Maar als ik fit was, speelde ik. Toch ben ik na dat seizoen daar weggegaan. Naar Zwijndrecht, waar mijn broer voetbalde en ook Cees Lagendijk trainer was. En omdat ik dan weer met Richard in de zaal kon voetballen bij CVV Sprint op hoog niveau, want dat mocht niet bij Barendrecht. Dat vertrek bij Barendrecht viel trouwens niet helemaal in goede aarde daar. Vooral de toenmalige voorzitter Simon Kelder was er niet zo blij mee.’
Richard: ‘Dat seizoen dat Marcel bij Barendrecht zat, speelde ik bij vv Zwijndrecht. Ik ben met Cees Lagendijk meegegaan, want na zes, zeven seizoenen bij CVV was hij naar die club vertrokken. Hij wilde eigenlijk helemaal geen spelers meenemen naar zijn nieuwe club, maar ik ben toch naar Zwijndrecht gegaan. Eigenlijk was Cees daarvoor wel de hoofdreden, hij was als trainer de rode draad voor ons. En ik wilde ook wel eens ergens anders voetballen, kijken hoe dat was. ‘
Marcel: ‘Na dat jaar Barendrecht speelden we dus weer samen, bij Zwijndrecht ditmaal. Maar dat duurde niet lang, want tegen de winter liep ik een zware knieblessure op. Maandenlang revalideren en uiteindelijk toch een operatie. Door Rien Heijboer. Uiteindelijk is het weer helemaal goed gekomen, maar in de allereerste wedstrijd die ik weer voetbalde, scheurde ik opnieuw alles af. Toen was het over en uit. Nu voetbal ik bij DRL, bij de veteranen. Mijn knie speelt nog wel eens op. Dan zit hij ineens op slot. Dan moet ik even gaan zitten en hem weer goed draaien en dan gaat het weer.’
Richard: ‘Ik had bij Zwijndrecht een super jaar achter de rug. Het was een hele fijne spelersgroep, met veel jongens uit de eigen jeugd daar. Ook daar waren ze vlak voor mijn komst met betalingen gestopt en van dat elftal waren er maar drie spelers overgebleven. De rest was vertrokken. Maar we hebben een geweldig jaar gedraaid. Heel leuk. Ik ben er twee jaar gebleven en toen naar DEH gegaan. Bert Kamp was toen trainer. Bert was een goede vent, maar ik kreeg steeds minder zin in het voetballen. Niet veel later ben ik gestopt. Trainen, wedstrijden spelen; ik had het wel gezien. Eigenlijk was alleen de derde helft nog leuk. Ik heb jaren niks gedaan, ging later in een vriendenelftal voetballen bij CVV-Mercurius en werd toen assistent-trainer bij het eerste elftal van die club, waar de gebroeders Feenstra als jonge pikkies voetbalden. Nadat ze een paar keer gevraagd hadden of ik weer ging voetballen, heb ik uiteindelijk ja gezegd. Achter in de dertig was ik. Ik was spits, lekker veel gescoord. Op een zaterdag moesten we tegen Herkingen’55. Ron van Neck was onze trainer. ‘Als ik drie keer gescoord heb, haal je me er dan uit?’, vroeg ik hem. Dat was goed. Binnen een kwartier had ik er drie gemaakt, na goede acties van Michel Feenstra die drie keer de bal panklaar legde voor me. ‘Mag ik er uit?’riep ik naar de bank, maar Ron van Neck reageerde niet. Hij liet me staan. Kort na de rust scoorde ik nog een keer en toen ben ik meteen het veld uitgelopen. We zijn dat jaar kampioen geworden.’
SERIE OUDE GLORIE
Eerder deze week verscheen in verband met het coronavirus voorlopig de laatste column van Jan. Wil je er toch nog blijven lezen? Bestel dan voor 13.90 (inclusief verzendkosten) het boekje waarin Jan Schoonen 82 eerder verschenen columns gebundeld heeft. Vul onderstaande gegevens in en klik op verzenden.
[wpforms id=”229826″]









Mooi stuk mannen!
Mooie tijd
Mooi stukkie mannen 🙂
Leuk deze mannen weer “eens tegen te komen”.