In 2018 verliet hij tweede divisionist Barendrecht om bij tweedeklasser Nieuwenhoorn te gaan voetballen. Voor de buitenwacht een verrassende keuze van de toen 27-jarige Melvin Winterberg. Over het waarom van die overstap en hoe hem dat bevallen is, daar willen we alles van weten. En daar wil Melvin graag aan meewerken.
Om bij het begin te beginnen: waarom ging je bij Barendrecht weg?
Melvin: ‘Ik hoefde helemaal niet weg bij Barendrecht. Ik had er daar vier seizoenen op zitten, speelde best wel veel toen Adrie Poldervaart er trainer was en als het aan de club lag, was daar nog een vijfde seizoen aan vastgeplakt. Ze wilden graag verder met me en als ik gebleven was, had ik vorig seizoen ook vaak gespeeld, denk ik. Maar ik wilde het niet. Ik woon in Hellevoetsluis, heb een fulltime baan en dan is het lastig om drie keer in de week te trainen en om op dat niveau te blijven voetballen. Ik heb het vier jaar volgehouden bij Barendrecht, maar toen studeerde ik nog en liep stage tien minuten verwijderd van De Bongerd, de accommodatie van Barendrecht. Toen ging dat nog allemaal goed. Het paste allemaal, maar het was wat tijd betreft toen toch ook al een belasting. Ik ging ’s morgens vroeg de deur uit en was pas tegen elf uur ’s avonds thuis. En toen ik ging werken, werd het nog moeilijker. Ik wilde dichter bij huis gaan voetballen, een keertje minder trainen in de week en daarom ben ik terug gegaan naar Nieuwenhoorn, de club waar ik als F-pupilletje begonnen ben met voetballen. Een goede keus was dat en ik sta daar nog altijd achter. Na een werkdag is het nu wel eens lekker om een avondje thuis te zijn.’
Dat is nogal wat, de tweede divisie inruilen voor de tweede klasse.
Melvin: ‘Inderdaad. Maar ik had er goed over nagedacht. Het was een bewuste keuze en dan moet je ook accepteren dat het niveau minder is dan wat je de jaren daarvoor gewend was. ’
Hoe ging je daarmee om?
Melvin: ‘Hoewel ik me er op ingesteld had, was het toch wennen in het begin. En nu soms nog steeds. In de tweede klasse is het voetbal minder, zeker in de afdeling Zuid, waar we met Nieuwenhoorn ingedeeld zijn. De velden alleen al, vooral in deze periode van het jaar. Die velden zijn verschrikkelijk. Ze zijn ongelijk, het gras is lang, er staan veel pollen op. Geef mij maar een kunstgrasveld. En de ploegen uit Zuid klappen er vol op. Hun inzet is geen 100 maar 150 procent en er wordt gestreden voor elke centimeter. Daar heb ik trouwens helemaal geen moeite mee. Ik kan het wel in perspectief zien. Daarom kan ik het wel waarderen dat ze er alles aan doen om niet te verliezen en dat ze tegen ons niet willen voetballen. Dat ze zich helemaal aanpassen en gokken op een uitval. Daar kan ik wel mee leven. Dan moeten wij maar laten zien dat we beter zijn. Dat doen we ook, hoewel het de laatste weken ietsjes minder gaat. Toch zou ik graag meer weerstand willen hebben, tegen betere ploegen willen spelen. Daarom moeten we promoveren naar de eerste klasse. Spelen tegen ploegen als Brielle en SHO. Voetballen tegen clubs uit de omgeving is leuker, ook voor de mensen eromheen. En als we weer in Zuid ingedeeld worden, moeten we meteen maar bovenin meedraaien in de eerste klasse. Die druk wil ik mezelf wel opleggen.’
Als je van Barendrecht naar Nieuwenhoorn gaat wordt er van jou ook veel gevraagd. Dat je heel belangrijk bent voor de ploeg en zo. Hoe ga je daar mee om?
Melvin: ‘Ik ben geen speler die vijf man passeert en zo wedstrijden beslist. Zo’n voetballer ben ik nooit geweest. Ik ben iemand die goed speelt als het elftal goed draait. Inderdaad heb ik bij Nieuwenhoorn wel de rol om te zorgen dat het goed draait, maar dat is toch makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker vorig seizoen, toen ik nog in de spits stond. Op die plek ben je het eindstation. Je bent afhankelijk van de ballen die je krijgt en als je ze niet krijgt, of als je verkeerd aangespeeld wordt, kun je niet zo veel. Daarom is het goed dat ik dit seizoen op het middenveld speel omdat we voorin met Dimitri Gomes nu wel een spits hebben. Vorig seizoen was Dimitri nog flankspeler, nu is hij spits. Daardoor kan ik nu op het middenveld voetballen en daar ben je veel vaker aan de bal. Om de bal te hebben, om die reden ben ik op voetbal gegaan. Ik wil er niet achteraan lopen als ik de bal niet heb, want daar heb ik een hekel aan. Als middenvelder heb je de bal veel vaker dan als spits. Op die positie kun je het tempo bepalen, het spel sturen en dat is toch leuker om te doen. Maar het blijft altijd aanpassen. Je kunt beter bij Barendrecht een één-tweetje aangaan dan bij Nieuwenhoorn. Hier zijn er altijd verbeterpunten. Die waren er bij Barendrecht ook, maar op dit niveau zijn dat er meer. Ik ben best wel veeleisend. Dan staan we bij rust met 5-0 voor en winnen we uiteindelijk met 6-1, maar dan ben ik toch niet helemaal tevreden. En dan zal ik er altijd iets van zeggen. Dan zeg ik na afloop in de kleedkamer dat we met 10-0 hadden moeten winnen. Sommige spelers zitten mij dan vreemd aan te kijken. ‘We hebben met 6-1 gewonnen, wat zeur je nou’, zeggen ze dan. Maar zo zit ik in elkaar. Ik wil het maximale. Ik weet het ook wel: als we binnen een kwartier met 2-0 voorstaan, zijn de drie punten al binnen. Met zo’n gunstige tussenstand wordt er makkelijker over gedacht. Dan wordt er al snel een stapje minder gezet. Ik wist het van te voren, maar ik blijf dat moeilijk vinden. Ik denk dan: we zijn er nu toch, maak er dan iets van, haal er alles uit. Daarom moeten we echt promoveren.’
Je blijft dus kritisch. Ben je dat ook over je zelf?
Melvin: ‘Ja, zeker. Ik zal beter moeten accepteren dat op dit niveau niet alles lukt. En ik moet minder kaarten pakken. Dit seizoen heb ik er drie en dat is goedbeschouwd niet erg veel, maar twee van die drie kaarten had ik niet moeten pakken. Tegen Yerseke werd ik afgefloten voor buitenspel toen ik alleen op de keeper afging. Ik had toen moeten stoppen, maar was al zo dichtbij de doelman dat ik het balletje door zijn benen speelde. Een gele kaart omdat ik te lang doorging, vond de scheidsrechter. En tegen Bruse Boys pakte ik een kaart uit frustratie. Die wedstrijd stonden we achter, het liep niet zoals ik wilde en uiteindelijk verloren we ook. Die kaart had ik ook niet moeten pakken. Ron van den Berg, de trainer, zegt daar ook altijd iets van. ‘Let nou op. Met die kaarten haal je jezelf uit het spel en dat is helemaal niet nodig’, zegt hij dan en daar heeft hij natuurlijk gelijk in.’







