Cor Waalboer nog tot eind seizoen trainer van WCR: ‘Daarna even niks meer.’

0

Eind januari meldde deze site dat WCR en trainer Cor Waalboer aan het einde van dit seizoen afscheid van elkaar gaan nemen. In goed onderling overleg hebben beide partijen daartoe besloten, zo stond er vermeld. Van Cor Waalboer willen we weten hoe zo’n besluit tot stand is gekomen en hoe hij daar mee omgaat en daar werkt hij graag aan mee.

Het bestuur en de technische commissie van WCR zijn je erg dankbaar voor de geleverde inspanningen, stond er ook in dat stuk. Waarom zijn ze dan niet met je verder gegaan?

Cor: ‘Omdat ik zelf aangegeven heb om niet verder te willen.’

Waarom niet?

Cor: ‘Ik word binnenkort 59 jaar oud en sta al ongeveer 50 jaar op het voetbalveld. Eerst als speler natuurlijk, de laatste jaren als trainer. Dinsdag, donderdag en zaterdag ben ik in de weer en de rest van de dagen ben ik er ook mee bezig. Als trainer ben je nooit klaar. Je zit altijd te denken aan opstellingen, aan hoe je de dingen gaat aanpakken. Overdag werk ik en omdat ik op de andere avonden in de week ook verplichtingen heb, ben ik vrijdag best wel versleten. Op de bank zit ik dan, de benen languit. Heerlijk ontspannen, maar in je hoofd ben je dan weer wel bezig met de wedstrijden van zaterdag. Van die sleur, van die druk wil ik eigenlijk wel af. Daarom heb ik het bestuur op de eerste trainingsavond na de winterstop gezegd niet verder te willen als trainer van WCR.’

Waren ze verrast?

Cor: ‘Mijn assistent Mladen Maksimovic, verzorger Thijs van der Keur en Richard van der Werff, de trainer van het tweede elftal, waren dat wel. Het bestuur wellicht ook, maar ze hebben niet geprobeerd me op andere gedachten te brengen. Dat was trouwens toch niet gelukt, want mijn besluit stond vast. ik had alles op een rijtje gezet en was tot de conclusie gekomen dat ik af wilde van al die verplichtingen.’

Wanneer is dat gevoel bij je gaan leven?

Cor: ‘In het begin van het seizoen waren de verwachtingen bij WCR hooggespannen. De zaterdag en de zondag waren samengevoegd en in de selectie zitten vijf jongens die vorig seizoen op zondag nog in de derde klasse speelden. Van buitenaf zijn er ook een paarspelers bijgekomen. Aan de bar in de kantine hier zeiden de mensen tegen me dat ik de beschikking had over een hele goede selectie. Ze waren hier gewend op zaterdag rond de negende, tiende plaats te eindigen in de vierde klasse en dat zou nu wel anders worden, dachten ze. Ze zeiden tegen me dat we dit seizoen na 10 wedstrijden 30 punten zouden hebben, na 15 wedstrijden 45 punten en een paar weken daarna zouden we kampioen zijn. Ook op straat in het dorp zei iedereen dat tegen me. Maar al die mensen vergaten erbij te zeggen dat je als trainer er eerst één geheel van moet maken. Daar gaan wel een paar weken overheen eer het zover is.’

Had het bestuur en de technische commissie je die druk ook opgelegd?

Cor: ‘Helemaal niet. Zij hebben nooit iets geëist en dat is prima. Maar de verwachtingen van de mensen op de club en op straat waren hoog gespannen. En als de resultaten in het begin van de competitie dan tegenvallen, wordt het soms toch ongemakkelijk. Als je veel wint, komt dat door de goede spelers. Als je niet wint, ligt het aan de trainer. Het is zo nooit uitgesproken door die mensen, maar dat gevoel bekroop me toch wel een beetje. Niet dat ik daarvoor op de loop ga, hoor. Ik ben altijd dezelfde persoon gebleven die ik altijd al was. Ik weet echt wel hoe het er in de voetballerij aan toe gaat. Als je niet wint hebben voetballers ook eerder last van pijntjes, willen ze wel eens een training overslaan.’

Maar de laatste maanden gaat het lekker, toch?

Cor: ‘Ja. Na dat stroeve begin is het goed gaan draaien. Voor de winterstop hebben we zes wedstrijden op rij gewonnen en na de winterstop zijn we ook aardig bezig: acht punten uit vier wedstrijden. Diezelfde mensen die eerst zaten te mopperen, slaan me nu waarderend op de schouder. Als ik de kantine binnen kom na alweer een overwinning staat het bier al klaar voor me, haha. En van lichte pijntjes heeft nu geen enkele speler geen last meer. Ze knokken allemaal om op zaterdag te mogen spelen. Zo werkt het natuurlijk.’

Winnen of niet winnen; je hebt er als trainer altijd mee te maken. Speelde dat stroeve begin van de competitie mee in het besluit om niet verder te gaan?

Cor: ‘Een beetje misschien wel. Maar ik was er toch al aan toe om terug te treden. Ik word al een dagje ouder en steeds vaker bekroop me het gevoel dat ik af wilde van de dagelijkse sleur van trainer zijn. Ik wil ook wel eens een avondje thuis zijn. Er hebben al clubs gebeld met de vraag eens te komen praten, maar ik hou alles af. Ik wil gewoon een tijdje geen trainer meer zijn.’

Wat ga je straks doen als je geen trainer meer bent?
Cor: ‘Mijn vrouw zegt dat ik wel iets moet gaan doen, want anders ga ik in een diep dal belanden, zo denkt ze. Ik ga natuurlijk echt wel iets doen, want ik ken mezelf goed genoeg/ Ik moet wel iets te doen hebben. Ik zal naar de sportschool gaan, zal vaker gaan wandelen of fietsen en misschien ga ik wel bij de veteranen voetballen. Ik zie wel. Maar trainer ben ik volgend seizoen niet meer.’

Laat een antwoord achter