Ronnie Nouwen: ‘Bij SV Charlois maak ik de cirkel rond’

16

Hij woonde in de Rotterdamse wijk oud-Charlois en begon als F-spelertje bij CVV. Inmiddels is Ronnie Nouwen 37 jaar oud en na vele omzwervingen is hij teruggekeerd op het oude nest, hoewel  CVV niet meer als zelfstandige voetbalvereniging bestaat. Het fuseerde eerst met RSM tot CVV Mercurius om later samen met DEH Musschen op te gaan in SV Charlois. Bij die de club voetbalt hij nu in het zaterdagelftal en samen met Raymon Schimmel, Ivan Giersthove en John Blom vormt hij de voetbaltechnische commissie van de jeugd. Met zijn komst naar de fusieclub aan de Oldegaarde maakt Ronnie de cirkel dus rond.

Waarom ging je bij CVV voetballen?

Ronnie: ‘Omdat ik hier in de wijk woonde, in de Portlandstraat. Ik voetbalde altijd op het Slotboompleintje even verderop. Dan wordt CVV vanzelf je club. Ik heb er tot mijn 15e gevoetbald en toen ging ik naar SBV Excelsior.’

Had Excelsior je gescout?

Ronnie: ‘Nee hoor. Een vriendje van mij ging naar de open dag van Excelsior, maar wilde niet alleen gaan. ‘Ga jij met me mee’, vroeg hij. Dat wilde ik wel. Ik wilde altijd voetballen, dus die open dag bij Excelsior kon er nog wel bij, want zo kon ik weer lekker voetballen. Op die open dag kreeg ik meteen al te horen dat ik bij Excelsior mocht komen voetballen. Ik was kennelijk opgevallen. Dat heb ik toen gedaan. Ik verjaar ik juli, dus ik was net 16 toen ik bij Excelsior terecht kwam . Er ging een wereld voor me open.  Bij CVV was ik altijd lekker aan het voetballen, deed alles op gevoel en op intuïtie en had met Jaap Roodenburg een hele goede jeugdtrainer, die ook aan tactiek aandacht besteedde, maar dat viel allemaal in het niet bij wat ik bij Excelsior meemaakte. Daar  werd veel meer aandacht besteed aan tactiek en aan hoe je de dingen moest doen. Daar legden ze ook alles uit op een bord. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Er werden patronen ingeslepen, vastigheden en ook aan de details werd heel veel aandacht besteed. De bal inspelen, laten vallen en buitenom gaan, van die dingen. Bij CVV kon ik echt wel inspelen of kaatsen, maar dacht daar verder niet bij na. Daar deed je niet eens een fatsoenlijke warming up, je rende van de kleedkamer zo het veld op. Ik had nog nooit over het voetballen nagedacht, deed alles op gevoel. Bij Excelsior was alles er juist op gericht om wel na te denken over wat je moet doen in het veld, om tijdens het spel de juiste keuzes te maken. Waarom draai je naar links als je ook ziet dat rechts meer ruimte ligt? Dat soort dingen. Hoe je je voet moest houden als je de bal aangespeeld kreeg, hoe je de bal over je voet moest laten rollen, hoe je moest open staan. Ik heb er ontzettend veel geleerd, want er liepen veel mensen rond die goed snapten hoe het spelletje gespeeld moest worden. Ik begon in de B, speelde het jaar daarna in de A en kreeg een contractje. Excelsior had in die tijd een samenwerkingsverband met Feyenoord en daar speelde ik het seizoen daarna. In de betaalde jeugd, in een elftal met Robin van Persie, Glenn Loovens, Saïd Boutahar, Danny Buijs, Civard Sprockel en meer van die jongens. Henk van Stee was mijn trainer en ook van hem heb ik ontzettend veel geleerd. Hij was altijd met me bezig en vroeg zich soms af of ik alles wel snapte. Dan haalde hij me voor het front van heel de groep naar voor, schoof met een paar poppetje op het bord vroeg aan mij hoe ik als middenvelder die spelsituatie op zou lossen. Dat voelde alsof je leraar op school je naar voor haalt en dan vraagt of je je huiswerk wel gemaakt had en dat je dan moet uitleggen hoe je een wiskundesom oplost. Daar redde ik me wel uit. Ik was streetwise genoeg om niet voor schut te gaan. Ik leerde elke dag. Trainen en voetballen bij Feyenoord was de top van Nederland en hoewel ik niet alles speelde, kon ik me er goed handhaven.’

Het ging allemaal wel heel snel met je. Een paar jaar daarvoor speelde je nog onbevangen bij CVV en nu speelde je in de Shell-competitie, op het hoogste jeugdniveau van Nederland.

Ronnie: ‘Het ging inderdaad heel snel en ik ben steeds wijzer geworden. Veel jongens waarmee ik samen voetbalde zaten al veel langer bij Feyenoord in de jeugdopleiding en waren al lang en breed gewend aan wat ze elke dag meemaakten. Ik niet. Ik was er pas op latere leeftijd bijgekomen en veel dingen waren nieuw voor me. Bij Excelsior gingen we met de spelersbus naar Fortuna Sittard. Dat we tegen die club spelen vond ik al mooi, dat we met de bus gingen was voor mij helemaal bijzonder. En bij Feyenoord speelde ik internationale toernooien, zat ik ineens in Abu Dhabi. Met mijn school werd dan geregeld dat ik meekon. Joh, ik wist niet wat ik meemaakte. Mijn atheneumopleiding heb ik toen wel afgemaakt, maar dat jaar bij Feyenoord niet. Ik ging terug naar Excelsior, want daar speelde ik wel alles. Mario Been was toen mijn trainer en die stak heel veel energie in me, was altijd met me bezig. Heel veel praten ook en zo. Ik was 19 en werd  in het seizoen daarna bij Excelsior bij de selectie ingedeeld en tekende een contract voor 5 jaar. Adrie Koster was toen trainer. Ik maakte dat seizoen mijn debuut in de nacompetitie en speelde later vaker mee, ook toen Henk van Stee trainer was. Maar pas een paar jaar later, toen John Metgod trainer was, had ik een basisplaats.’

Het ging dus lekker met je.

Ronnie: ‘Voetballend wel, maar privé niet. Mijn moeder, die alles voor me betekende en heel veel dingen voor me deed, viel weg en ik kwam op eigen benen te staan. Dan was je heel de dag bezig geweest op de club, je had je zwaar ingespannen op de trainingen en dan kwam je afgedraaid en totaal versleten thuis. Geen puf meer om te koken. Dan pakte ik een zak chips, een glas siroop en lag ik de rest van de avond thuis op de bank. En de volgende dag weer alles hetzelfde. Wist ik veel, toen. Ik moest alles zelf ondervinden, niemand die me daarbij hielp, niemand waarop ik kon terugvallen. Gelukkig kreeg ik bij Excelsior wel tips van ervaren jongens als John Feskens en Chima Onyeike en ook van Adrie Poldervaart, die daar toen fysio was. Ik was heel leergierig, luisterde altijd goed naar hen, sloeg al hun informatie op. Zij vertelden me dingen waar ik veel steun aan had en dat betrof niet alleen het voetballen. Het ging ook over het leven, over hoe je je lichaam moest verzorgen, hoe je moest letten op je voeding. Ik kwam door Chima ook terecht bij zijn zaakwaarnemer, want die had ik niet. Niet dat ik daar nou zo veel aan had, want ik had al een vijfjarig contract getekend. Bij die besprekingen was mijn moeder bij me en die maakte zich zorgen dat ik teveel ging verdienen en dat het ten koste zou gaan van haar uitkering. Simon Kelder, de directeur van Excelsior, moet zich in de handen gewreven hebben  met die buitenkans, vermoed ik. Maar het ergste moest nog komen. Onder John Metgod had ik 9 keer achter elkaar een basisplaats toen ik in een wedstrijdje tussendoor met het tweede elftal tegen FC Utrecht mijn kruisband inscheurde. Ik was er drie maanden uit en dacht dat het toen goed zat. Maar in de allereerste training die ik met de groep deed, scheurde ik alles finaal af. Ik werd geopereerd en begon aan mijn revalidatie. Gelukkig verliep die heel voorspoedig. Na iets meer dan vijf maanden trainde ik alweer met een aangepast schema op de club. Bij Excelsior waren ze heel voorzichtig met me, maar ze wisten niet dat ik al weer elke dag op de pleintjes hier in de buurt aan het voetballen was. Dat heb ik altijd gedaan, heel mijn loopbaan. Nee, dat wisten ze bij Excelsior niet, maar voetballen, dat was mijn lust en mijn leven. Ik had trouwens wel de pech dat ik mijn kruisbanden scheurde in het vierde jaar van mijn contract en pas halverwege het seizoen daarna pas weer aansloot bij de selectie. Mario Been was toen trainer. Die had ik in de jeugd dus ook meegemaakt en had toen veel tijd in me gestoken. Hij was altijd met me bezig en hij wist wat ik kon. Dat zit wel goed, dacht ik. Ik sloot na de winterstop aan, maar omdat mijn contract aan het einde van dat seizoen zou aflopen, had ik al in februari een gesprek met Simon Kelder. Die vertelde dat ze bij Excelsior niet met me verder door zouden gaan. Kennelijk hadden ze dat eerder al besloten. Ook dat nog! Het was klap na klap. Had ik mijn blessure maar opgelopen in het tweede jaar van mijn contract. Dan had ik na het herstel nog twee jaar de tijd gehad om me weer te bewijzen. Dat zat er nu niet in. Tot overmaat van ramp liet Mario Been me geen minuut meedoen in het eerste, terwijl het met de ploeg goed ging. Ze stevenden af op een kampioenschap en er waren echt wel mogelijkheden om mij wel mee te laten doen, ook al omdat ik 100 procent fit was. Maar dat gebeurde niet. Ik vroeg het wel eens aan hem, maar Mario antwoordde dan dat ik geduld moest hebben. Toen snapte ik het niet. Nu wel. Ze hadden besloten niet verder met me te gaan, waarom zouden ze me dan nog laten spelen? Zo bikkelhard is de sportwereld en nu begrijp ik waarom Mario me nooit liet spelen. Ik koester dan ook totaal geen wrok tegen hem. Zo zit de voetbalwereld gewoon in elkaar. Zo keihard gaat het eraan toen. Ook daar heb ik veel van geleerd. Als sporter heeft het me niet altijd meegezeten, maar als mens ben ik er zoveel sterker van geworden. Ik ben echt door schade en schande wijs geworden. Ik kan er wel een boek over schrijven. Nu kan ik alles relativeren en op een rijtje zetten omdat ik heel veel levenservaring opgedaan heb en vooral omdat ik alles altijd zelf uit heb moeten zoeken. Nu snap ik alles, toen nog niet.‘

Wat gebeurde er toen je bij Excelsior weg moest?

Ronnie: ‘Via mijn zaakwaarnemer heb ik bij een paar ploegen in het buitenland stage gelopen, maar dat draaide op niets uit. Ik ben uiteindelijk bij DOTO in Pernis gaan voetballen, destijds een topploeg in het amateurvoetbal.’

Hoe was dat om na al die jaren bij BVO’s bij de amateurs te gaan voetballen?

Ronnie: ‘Vanaf dag 1 word je dan als grote jongen gezien, want je bent een speler met een grote naam. Er wordt veel van je verwacht. Bij Excelsior had ik op veel posities gespeeld, maar bij DOTO werd ik controlerende middenvelder. Ik speelde nu samen met minder goede voetballers dan ik in voorgaande jaren had gedaan en dan speel je een bal niet in naar een speler die vrijstaat omdat je al weet dat hij de bal dan gaat verspelen. Hoe je het spelletje leest, dat had ik inmiddels wel geleerd. Hoe staat de tegenstander, hoe gaan we het aanpakken; daar was ik in het veld altijd mee bezig. In die rol heb ik overal gevoetbald bij de amateurs. Bij DOTO was dat zo, bij Excelsior Maassluis, bij RVVH, bij SC Feyenoord en ook bij IFC. En de trainers die ik had, Ben Spork, Ton van Bremen, Jack van den Berg en dat soort mannen, die betrokken me er ook altijd bij. Toen ik bij de amateurs ging voetballen heb ik mijn studie weer opgepakt en ben verder gaan leren. Dat had ik veel eerder moeten doen, al toen ik als betaald voetballer genoeg tijd had om dat te doen. Maar ook daar ben ik zelf achter moeten komen.’

En nu voetbal je bij SV Charlois.

Ronnie: ‘En daarmee is de cirkel rond. Raymon Schimmel, de verenigingsmanager van SV Charlois was me al anderhalf jaar aan het stalken. ‘Kom toch lekker bij ons voetballen’, zei hij keer op keer. Uiteindelijk heb ik toegestemd, ook al omdat mijn zoontje Gallardo hier ging voetballen. Ik ben trainer van zijn elftal en zit bij SV Charlois ook in de VTC van de jeugd. En ik speel op zaterdagmiddag in het eerste elftal. Heel leuk allemaal. Ik woon hier nog steeds in de buurt en wil op deze manier iets terug doen voor de club en voor de wijk.’

Nog één vraagje tot slot. Je hebt van alles meegemaakt en je werkt nu in het onderwijs. Als ik je zo hoor praten, schuilt er misschien wel een goede trainer in je.

Ronnie: ‘Dat hebben wel meer mensen tegen me gezegd. Maar mijn hart ligt bij de jeugd. Ik weet niet hoe het over een paar jaar zal zijn, maar laat me maar lekker doen wat ik nu doe. Misschien ga ik eerst wel mijn eerstegraads bevoegdheid halen. Daar zit ik eerder aan te denken dan aan een trainersdiploma, want ik wil absoluut in het onderwijs werkzaam blijven en daar doorgroeien.’

 

16 Comments
  1. Miel Kroos zegt

    Heel mooi gesproken vriend

  2. Han Steenbeek zegt

    Mooi en leuk stukje Ron, maar ook wijze woorden

  3. Marc Henny zegt

    Leuk stuk Ronnie!

  4. Kees Jeurissen zegt

    Een waanzinnige goede voetballer, maar ook een goed mens. Heelveel waardering voor hem.

  5. Piet Feenstra zegt

    hij zit nu op zijn goede plek wat een wereld gozer

  6. Rinus Kerskes zegt

    Mooi verhaal Ron

  7. Richard Feenstra zegt

    Lekker bezig vriend! De jeugd heb je, met medewerking van andere, ook top op de rit staan!

  8. Jaap Roodenburg zegt

    Mooi stuk Ron het is goed om je verhaal op deze manier te verwoorden ik weet zeker dat we nog veel van je gaan horen zeker als trainer ik wens je ook veel succes je verdient het.
    Groetjes jaap

  9. Gerard van Hove zegt

    Mooi stukkie. Zulke mannen heb je nodig voor je jeugd.

  10. Ron van Neck zegt

    Prachtig interview van een mooi mens en voetballer.

  11. Dennis Oosterom zegt

    Gaaf interview! Complimenten!

  12. Jan Loenen zegt

    In de 0/19 bij Feyenoord, in Abu Dhabi, ik was er bij. Wat een goeie speler! Toen al. Groet Ronnie

  13. Ben Spork zegt

    Topper

  14. Fabian Keeldar zegt

    Goed om te zien dat je nog steeds van het spelletje geniet..!!

  15. Wim van Winden zegt

    Goede speler en GOEDE leider in het veld en doet het heel goed bij de jeugd mooie tijden meegemaakt Ronnie bij C. V. V. Een Fijne jongen

  16. Fero Fero zegt

    Pisar Ars

Laat een antwoord achter