Bij elke voetbalvereniging heb je mensen die achter de schermen een berg werk verzetten. Samen vormen ze de werkploeg. Ze verzorgen de velden en zetten er lijnen op, ze maken de kleedkamers, de scheidsrechtersruimte en de kantine schoon, ze ruimen buiten de boel op; kortom ze zorgen er voor dat er door de week getraind kan worden en in de weekends gevoetbald. De Jonge Spartaan in Middelharnis heeft ook een werkploeg. Een vrij grote werkploeg zelfs. Maar niet iedereen is door de week bezig op sportpark Spartacus, de thuisbasis van de club. De meesten komen op afroep, als er specifiek werk gedaan moet worden. Bij de club is één iemand die dat allemaal regelt en in de gaten houdt en dat is Peter Vervloed.
Peter Vervloed is de coördinator van de werkploeg. Sinds een paar jaar zit hij thuis omdat hij arbeidsongeschikt werd. Nou ja, thuis zit Peter eigenlijk niet vaak. Hij zit alle dagen op de club, soms al om 6 uur ’s ochtends. Er is namelijk altijd wel iets te doen. Lichamelijk kan en mag hij zich niet al te veel inspannen, maar dat betekent dus niet dat Peter thuis achter de geraniums gaat zitten. Hij was vroeger bij De jonge Spartaan leider van een jeugdelftalletje en na zijn afkeuring heeft hij dat ingewisseld voor iets anders. Hij draaide eerst een jaartje mee met Wim van Putten, die vanaf de oprichting van de club in 2001 de werkploeg aanstuurde en vond het werk zo leuk dat hij het voortaan samen met Wim wilde gaan doen. Maar Wim belandde in een rolstoel en toen stond Peter er alleen voor. Alleen om de werkploeg aan te sturen, bedoel ik, want er waren wel een paar mensen die destijds al kwamen helpen. Dat zijn er nu veel meer en voor die uitbreiding heeft Peter gezorgd. Als iemand een paar keer bij De Jonge Spartaan op het sportpark komt, wordt hij onherroepelijk door Peter aangesproken. Die vraagt dan of de argeloze bezoeker misschien iets voor de club wil doen? Dat mag op vaste tijden, maar ook af en toe, als er een speciaal klusje gedaan moet worden zoals het bouwen van een afdak boven het terras.
Peter weet wie van de leden er kan timmeren, metselen of schilderen. Hij weet wie er verstand heeft van de elektriciteit, van loodgieterswerk en van bestratingen. Kortom, Peter is op de hoogte van het beroep en de kwaliteiten van heel veel leden van De Jonge Spartaan, ook van ouders van jeugdspelertjes. Bijna iedereen wordt door hem aan zijn jas getrokken met de vraag vrijwilliger te worden. Niemand vindt dat vervelend, want Peter doet het subtiel. Hij is nooit aan het ronselen, drammen doet hij ook niet en toch weet hij het vaak zo aan te kleden dat er moeilijk nee gezegd kan worden. En dat levert dus prima resultaten op. De werkploeg bij de Jonge Spartaan bestaat uit tientallen mensen en bijna allemaal zijn ze door peter aangeworven. Zo kwam Dim Doornheim een paar keer kijken bij de thuiswedstrijden van het eerste elftal. Lid van de Jonge Spartaan was Dim niet, maar om het eerste op zaterdagmiddag bezig te zien was een mooi tijdverdrijf. En zo verkeerd voetbalden ze ook niet, vond hij. Op zekere dag werd hij aangesproken door Peter Vervloed en u snapt al wat Peter wilde. Om een lang verhaal kort te maken: vanaf die dag is Dim elke week in de weer als schoonmaker van de kleedkamers. Bladblazen doet hij ook.
Bert Visbeen is de opa van twee jongens die bij De Jonge Spartaan in de jeugd voetballen. Opa’s gaan vaak kijken naar hun sportende kleinkinderen en Bert vormt daarop geen uitzondering. Ook hij werd op zekere dag door Peter aangesproken. Niet tijdens een wedstrijdje van de kleinkinderen, maar in een winkel waar Peter hem per toeval tegen het lijf liep: ‘U bent toch de opa van…..? ’ Sinds die dag is ook Bert als vrijwilliger in de werkploeg actief. Terwijl hij in Melissant woont, toch een kilometer of 12 verderop.
Jan Blok en Gabriel Riedijk krijten de velden en ook zij zijn door Peter ‘ontdekt’ en zo zijn er nog wel een paar. ‘Mensen komen niet helpen als je een briefje ophangt in de kantine of een oproep plaatst op de website van de club’, vindt Peter. ‘Je moet het ze persoonlijk vragen.’ En dat doet hij dus. Peter heeft de gave om mensen te bewegen iets voor de club te doen en daarom is hij een heel, heel belangrijke man voor de Jonge Spartaan. Hulde voor hem dus. Daarom dit stukje.







