Wie zijn zoon Morris noemt, moet welhaast een autoliefhebber zijn. De ouders van Morris moeten bij de geboorte van het kereltje tevens een voorspellende gave hebben gehad, want 18 jaar later voetbalt het ventje in het eerste elftal van Zuidland als een solide auto. Als een Morris Minor. Dat was een auto die al voor de Tweede Wereldoorlog in het Engelse Oxford gemaakt werd en na de oorlog nog vele tientallen jaren in productie bleef. Het was een degelijk en betrouwbaar autootje voor de gewone man. ‘Compact van buiten, comfortabel van binnen en zuinig in gebruik’, meldt Wikipedia. Het is op het lijf geschreven van de Morris die bij Zuidland uitgegroeid is tot een vaste waarde in het elftal.
Morris de Hoog is een kind van de club. Al bij de F-jes voetbalde hij bij Zuidland. Zijn periode als C- en B-speler bracht hij door in de jeugd van het naburige Spijkenisse en als A-speler keerde hij terug op Groot-Nibbeland. Vorig seizoen deed hij onder trainer Aad Andriessen al een aantal wedstrijden mee in het eerste elftal; de nieuwe trainer Tom Larssen stelt hem iedere week op, rechts centraal achterin. Op die positie zag ik hem afgelopen zaterdag aan het werk in de inhaalwedstrijd thuis tegen Kethel Spaland.
De Morris van Zuidland maakte een prima indruk, maar er valt toch nog wel wat aan hem te sleutelen. Zijn blik is soms nog te veel naar achteren gericht, vind ik. Niet gek als je op een positie voetbalt zoals hij, maar als de bal door Kethel Spaland in voorwaartse richting gespeeld wordt naar Yuri Nootenboom of Remco Wuister, de spelers die bij de Schiedammers samen de zwervende voorhoede vormen, is de eerste reactie van Morris een paar stappen naar achteren. Dat doet hij ook als zijn tegenstanders naar de bal toe bewegen en daardoor hebben zij net even genoeg ruimte om aan de bal te komen. Morris rijdt dan te veel achteruit, terwijl hij op zulke momenten ook in de eerste versnelling voorwaarts kan bewegen. Het gebeurde meerdere keren in de wedstrijd en als ik hem was zou ik op die ogenblikken toch meer met de tegenstander meeliften. Het is een klein puntje van kritiek, want Morris is wel degelijk solide en betrouwbaar. Een echte Morris dus.
Hij sputtert en pruttelt niet, hij hapert niet. Hij is geen krakkemikkige rammelkar. Nee, Morris doet gewoon betrouwbaar zijn werk. Je draait bij wijze van spreken de sleutel om en hij doet het meteen. Hij legt kalm de kilometers af die hij moet maken en is vaak op het juiste moment op de juiste plek. Niet altijd dus, dat heb ik net al verteld, maar toch: in gevaar komt hij nooit. Deukjes en krassen loopt hij niet op. Dat komt omdat hij toch wel een neusje heeft om op het juiste moment in te grijpen. In paniek raakt hij nooit. Hij blijft altijd kijken, heeft een prima gevoel voor de juiste weg. Het is een Morris met een ingebouwde Tom Tom, een navigatiesysteem dat bijna altijd correct werkt.
Trainer Tom Larssen moet tevreden zijn met zijn Morris. Zoals gezegd kan hij hier en daar nog wel iets sleutelen aan het karretje, de Tom Tom nog iets scherper afstellen bijvoorbeeld en de achteruitkijkspiegels iets minder vaak gebruiken, maar als je 18 jaar oud bent en je vult een belangrijke plaats in het elftal al op deze degelijke en deugdelijke manier in, dan ben je dus een echte Morris. Goed gezien van zijn ouders, achttien jaar geleden.
Morris heeft trouwens een broer die ook in het eerste elftal van Zuidland voetbalt. Ook die heeft een autonaam als voornaam. Kai wordt hij op Zuidland genoemd, maar dat moet natuurlijk Kia zijn. Ik vermoed dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de i en de a per abuis heeft omgedraaid toen vader De Hoog aangifte van geboorte kwam doen.









Hans Saarloos
Heel leuk Jan/Morris
Ik vind de speler Morris beter dan de column.