Etiën Mariana [SteDoCo]: ‘Na al die jaren Spijkenisse was ik toe aan iets anders.’

0

Hij stapte als B-spelertje van PSV Poortugaal over naar Spijkenisse en zou daar later vijf seizoenen in het eerste elftal voetballen. Anderhalf jaar geleden maakte Etiën Mariana  de volgende stap in zijn carrière. Hij speelt nu bij SteDoCo, de derde divisionist uit Hoornaar.  Over het waarom van die keuze en hoe het hem daar vergaat, daar willen we alles van weten en Etiën schuift bereidwillig aan.

Laten we bij het begin beginnen: je maakte bij Spijkenisse je debuut in het eerste elftal als vleugelaanvaller op de linkerflank. Niet veel later zagen we je terug als rechtsback. Wat vond je daarvan?

Etiën: ‘In de jeugd bij Poortugaal had ik altijd als links-  of rechtsback gespeeld, dus zo vreemd was die uiteindelijke plek in het eerste elftal bij Spijkenisse niet. Onder jeugdtrainer Marcel Coppenrath werd ik in de jeugd bij Spijkenisse in de voorhoede gezet omdat we daar snelheid misten, zo vertelde hij mij. Ik vond het best. Zolang ik maar speelde. Zo heb ik er altijd in gestaan. Ik wilde voetballen en de positie waarop was ondergeschikt. Ik maakte mijn debuut in het eerste bij Spijkenisse als  linksbuiten maar daar kwam ik toch iets te kort. Toen trainer Peter Wubben me naar achteren haalde ging het in het begin ook niet heel goed, maar toen ik op die positie mijn draai had gevonden werd ik vaste basisspeler. En dat dit als back was, maakte me niets uit.’

Waarom ben je bij Spijkenisse vertrokken?

Etiën: ‘Omdat ik er na al die jaren iedereen kende en alles heel vertrouwd was geworden. Ik wilde iets anders. Vergelijk het met elke dag hetzelfde prakkie eten. Dan wil je ook wel eens buiten de deur iets anders gaan eten. Zo was het bij mij. Ik had het goed naar mijn zin bij Spijkenisse, ik heb er leuke dingen meegemaakt zoals de promotie vanuit de eerste klasse naar de hoofdklasse en later ook nog naar de derde divisie, ik kon tegen dezelfde condities langer blijven, maar ik wilde iets nieuws. En dat had niets te maken met het feit dat Spijkenisse dat seizoen degradeerde naar de hoofdklasse. Ik vond dat heel jammer, maar daarom ben ik niet vertrokken. Ik wilde naar een club waar ik niemand kende.’

En dat werd SteDoCo. Waarom die club?

Etiën: ‘Ik werd gebeld door Wim den Braven, de TC van SteDoCo. Die vroeg of ik met hem wilde praten. Dat hebben we gedaan bij van der Valk in Dordrecht en dat was een heel leuk, open en eerlijk gesprek. SteDoCo is een heel ambitieuze club, die op dat moment op de tweede plek stond in de hoofdklasse. Ik kende de ploeg al, want ik volg alles. Ik had veel beelden van ze gezien en wist welke spelers er speelden, maar hoe het daar echt zou zijn, dat wist ik natuurlijk niet. Maar het voldeed wel aan mijn verwachtingen: ik zocht een nieuwe omgeving, waar ik niemand kende en dat was SteDoCo dus.’

Dan rijd je de eerste keer die kant op. Wat gaat er dan door je heen?

Etiën: ‘De eerste keer dat ik naar Hoornaar reed heb ik wel even moeten kijken waar dat lag. Ik heb een wedstrijd van SteDoCo in de nacompetitie tegen Capelle bijgewoond en toen ik bij Gorinchem de snelweg afgeslagen was, belandde ik ineens tussen de weilanden. Af en toe  stond links of rechts een boerderij. En dan wham, plots ben je op het sportcomplex.  SteDoCo promoveerde dat jaar van de hoofdklasse naar de derde divisie, precies de omgekeerde weg die Spijkenisse aflegde. Jammer dat we elkaar niet troffen in de competitie. Dat was wel leuk geweest. Ik heb trouwens nog altijd heel veel contact met Spijkenissespelers zoals Demi Gosepa, Felino Jardim, Marvin van der Pluijm en Serginho van Axeldongen. En als ik klaar ben met mijn eigen wedstrijd is het eerste wat ik doe de uitslag van Spijkenisse op mijn telefoon opzoeken. Het gaat me aan het hart dat het daar nog niet goed gaat.’

Hoe gaat het met jou bij SteDoCo?

Etien: ‘Ik speel er als rechtsback, op dezelfde positie als bij Spijkenisse dus. Maar ik moet het wel anders doen. Bij Peter Wubben moesten we altijd aanvallend spelen, vol gas, ook als we 10 minuten voor tijd met 1-0 voor stonden. Dan moesten we 2-0 proberen te maken en ik moest me aanvallend ook altijd blijven inschakelen. Bij SteDoCo gaat dat iets anders. Daar gaat de rem er op als we in de zeventigste minuut voorstaan. Dan mag ik niet meer mee naar voor. Dan moeten we die voorsprong vast proberen te houden en is de blik dus niet meer op aanvallen gericht. Dat was wel even wennen, ja. Soms zit dat nog wel eens in me, maar als ik bij zo’n tussenstand aanstalten maak om naar voor te gaan word ik wel teruggeroepen door Bryan Jongeneel of door Wesley Pollemans, die centraal achterin staan.’

Ben je basisspeler?

Etiën: ‘Ja, vanaf het begin al. Ik was snel gewend. Jongens als Guytano dos Santos en Rensy Barradas, die inmiddels bij HBS speelt, kende ik al, omdat ik met Spijkenisse tegen ze had gevoetbald. Het eerste seizoen was Gijs Zwaan trainer, een hele aardige, lieve man. Dit jaar is Frans Adelaar trainer en daar is ook niks mis mee. Het gaat er trouwens soms wel eens hard aan toe hoor. Nou ja, hard is het goede woord niet. Het is scherp, duidelijk, confronterend af en toe. We draaien namelijk nog niet goed genoeg. We winnen bijvoorbeeld van Sparta Nijkerk, dat zes wedstrijden achter elkaar gewonnen had, maar we verspelen ook een 3-0 voorsprong tegen VVSB. We moeten constanter worden, we zakken nu nog te snel weg. Ik ook. Ook ik moet constanter worden. We kijken op maandag altijd beelden terug. Dan zit iedereen bij elkaar. Alle spelers, iedereen van de staf. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd dat die nummer 2 van de tegenstander wel heel erg vrij staat bij een doelpunt. ‘Dat was toch jouw man. Waarom stond die zo vrij. Die zou jij toch oppakken?’ wordt er dan gevraagd. Op die manier blijven we scherp. Mooi is trouwens dat er ook positieve kanten van ons spel belicht worden.’

Etiën Mariana, met rechts naast hem Ibi Touré (Foto’s: Leendert Roseboom)

Waarin kan jij je nog verbeteren?
Etiën: ‘Qua strijd en inzet is het wel in orde, vind ik. Ik ben niet de beste rechtsback in de derde divisie, maar ik zal me altijd voor de volle 100 procent geven. Wat beter kan is het feit dat ik constanter moet zijn. Het is nu de ene keer een dikke voldoende en een andere keer een klein zesje. En dat kan niet. Het moet altijd top zijn. Dat dit nog niet lukt, ja dat knaagt wel aan me. We moeten winnen en daar moet alles voor wijken en als het dan niet lukt, dan is het wel down hier hoor. Ik heb het bij Spijkenisse meegemaakt dat na een grote nederlaag tegen Jong Almere City de muziek in de bus terug naar huis aanstond. Dat is bij SteDoCo ondenkbaar. Toen we van 3-0 voor uiteindelijk 3-3 gelijkspeelden tegen VVSB dan staat er geen muziek aan in de kleedkamer, hoor. Dan is het muisstil.’

Gaat het heen en weer rijden je niet tegenstaan?

Etiën: ‘Helemaal niet. Vanaf mijn huis is het 5 minuten en dan zit ik op de A15 en dan is het ongeveer 40 minuten rijden met de auto. We rijden met vier man, om beurten. Te laat zijn we nog maar één keer gekomen en dat was vorig seizoen toen we bij het oppikken moesten wachten op een speler die nog niet klaar was. Daar deden ze bij de club gelukkig niet moeilijk over. Het is mooi dat de manager Mark Peeters zaterdagochtend al een app stuurt met daarop filemeldingen. Dat is goed geregeld dus. Daar kan je je dan op instellen. Je kunt dus gewoon niet te laat komen, ja of je moet onderweg een zojuist gekantelde vrachtwagen tegenkomen. Gelukkig heb ik dat nog niet meegemaakt. Ik heb in ieder geval geen spijt dat ik deze stap heb gemaakt. Heb het goed naar mijn zin bij SteDoCo. Ik hoop dan ook hier nog lang te kunnen blijven voetballen, want ik ben niet zo’n clubhopper.’

Laat een antwoord achter