In de zomer was het gras van het hoofdveld van Stellendam opnieuw ingezaaid en toen de voorbereiding begon lag het veld er prima bij. Enkele weken later speelde het eerste elftal op datzelfde hoofdveld zijn eerste bekerwedstrijd tegen Egelantier Boys en de maandag daarop liep vrijwilliger Mijn Kamp alles na. Mijn, die bij Stellendam tot zijn 38e in het eerste elftal heeft gevoetbald en nu al een aantal jaartjes lid is van de werkploeg doet dat elke maandag. ‘Plaggen aanstampen, oneffenheden egaliseren, het veld netjes maken. Nee, maaien en zaaien doe ik niet. Dat doet de firma Dick Klok uit Heenvliet. Op de andere dagen doe ik hier andere klusjes’, vertelt Mijn. ‘Meestal ben ik hier vier of vijf ochtendjes in de week, maar als het goed weer is sla ik wel eens een dag over. Dan ga ik naar het strand of een eindje fietsen.’
Zoals gewoonlijk liep Mijn Kamp die bewuste maandag het veld dus na. Hier en daar stampte hij een plag plat maar aan de overkant van het veld aangekomen, nabij de dug-outs, constateerde hij dat het gras daar toch wel erg geelbruin gekleurd was. Eerst dacht Mijn dat het aan de droogte lag, want het had al een tijdje niet geregend. Maar toen hij goed keek, zag hij dat er iets anders aan de hand was.
‘Het gras zat los en niet zo maar een beetje. Dat is niet best, wist ik, want hele graszoden waren los gekomen’, kijkt Mijn terug op die bewuste maandag . ‘Ik wist meteen dat het goed mis was en heb alarm geslagen. Ik heb contact gezocht met iemand van de firma Dick Klok, die bij Stellendam het eerste veld verzorgt. ‘Je moet eens komen kijken, want het gras ziet er niet goed uit’, zei ik tegen hem. Ik dacht dat het door beestjes in de grond kwam of dat er sprake was van schimmel. Een paar dagen later kwam hij langs en toen we onze spades in de grond zetten en een plag van 20 bij 20 centimeter omkeerden zagen we allemaal beestjes in de aarde krioelen. Ze varieerden in grootte van een halve tot 1 centimeter. In die plag zaten er zeker 9. Kleine witte wormpjes met een oranje kop. In de hele strook langs de zijlijn zaten ze in de aarde tussen de wortels en nabij de middencirkel zaten ze ook in de grond, maar minder. Dichter bij de tribune troffen we er geen meer aan. We dachten meteen aan engerlingen, maar wisten het niet zeker. We hebben foto’s gemaakt van die beestjes en die opgestuurd naar iemand die er verstand van heeft. Het antwoord kwam al snel: engerlingen.’
Engerlingen? Daar hadden ze in de bestuurskamer nog nooit van gehoord. ‘Wij kennen wel engnekken. Die komen hier wel eens. Maar engerlingen, nee, die kennen we niet’, werd er gegrapt.
‘Engerlingen zijn larven van kevertjes die tot de familie van bladsprietkevers behoren. Die eten graswortels’, weet Mijn. ‘Daarom kwam het dus dat het gras van ons hoofdveld aan één kant losgekomen was, want als er geen wortels zijn, kan het gras zich niet hechten. Die beestjes schijnen op veel plekken in de grond onder het gras te zitten. In gazons, in weilanden, overal. Dus ook in de grond van voetbalvelden. Normaal gesproken kunnen ze niet veel kwaad, maar als het er veel zijn, komt het gras los omdat alle wortels weggevreten worden. Dat was bij ons dus het geval. En dan moet er een oplossing gezocht worden. We hebben het probleem aangekaart bij Leen Breeman van de gemeente Goeree-Overflakkee, want de gemeente is eigenaar van de velden. Wij gebruiken het en betalen daar huur voor. Ook Leen is komen kijken en heeft toen verder actie ondernomen. In samenspraak met de firma Klok werd een bestrijdingsbedrijf ingeschakeld.’
‘Vroeger zouden ze met bestrijdingsmiddelen gewerkt hebben en zou het probleem zo de wereld uit zijn, maar die middelen mag je tegenwoordig niet meer gebruiken’, vertelt Mijn verder. ‘Engerlingen mogen nu alleen biologisch bestreden worden. Met aaltjes. Dat zijn minuscule parasitaire beestjes die eenmaal in de grond geïnjecteerd, meteen in de aanval gaan tegen de engerlingen. Een bestrijdingsbedrijf heeft 20 miljoen van die aaltjes in het gras geïnjecteerd, tegelijk met nieuw graszaad zodat de aangerichte schade, die inmiddels goed zichtbaar was, hersteld kon worden. Die aaltjes waren trouwens niet in Nederland op voorraad en moesten vanuit Duitsland aangevoerd worden. Daar zat 5 dagen levertijd op. Die engerlingen hebben dus nog een week extra hun gang kunnen gaan.’
‘Ondertussen hadden we van de gemeente te horen gekregen dat het hoofdveld alleen gebruikt mocht worden voor wedstrijden van het eerste elftal. Alle andere elftallen moesten uitwijken naar veld 2 en 3. Daar zaten trouwens geen engerlingen in, want dat zijn lavasvelden. De samenstelling van die velden is anders’.
We zijn inmiddels een paar weken verder en als Mijn op ons verzoek de spade nogmaals in de grond steekt, zien we toch nog steeds engerlingen. ‘Maar het zijn er wel minder dan eerst’, zegt Mijn. ‘De man van het bestrijdingsbedrijf zei het al toen hij kwam injecteren: soms lukt het in 1 keer, maar meestal moet er 2 of 3 keer geïnjecteerd worden eer alle engerlingen weg zijn.’
‘Vorige week is de gemeente langs geweest voor een inspectie’, gaat Mijn verder. ‘Ook zij troffen de engerlingen aan. Ze hebben besloten dat er in maart weer aaltjes geïnjecteerd gaan worden. Het hoofdveld mogen we weer gebruiken zoals we altijd gedaan hebben, maar wij hebben als club besloten dat we het veld toch nog een beetje ontzien. Zo mogen de veteranen, bijna allemaal mannen van 100 kilo of meer, het hoofdveld voorlopig nog niet op. We hopen dat het probleem na die tweede behandeling echt uit de wereld is en dat het hoofdveld dan weer door ieder elftal gebruikt kan worden.’









Linda van Veen-Kamp
Wat is dat?!?!
De nachtmerrie van iedere fieldmanager
Leroy van Hierden
En ik maar de schuld krijgen dat ik me warming-up ergens anders moest doen haha klasse Mijn , gouden man voor de club !!!
Als er nog eens een boek wordt geschreven over Mijn Kamp…
Michael de Ruiter Coen en Sander van 538 hebben vrij recent de faamnaam (voorheen schaamnaam) uitgerijkt aan iemand die Mat Ras heet. De kerel in dit artikel heet Mijn Kamp. Ik vraag me af of die wel eens door de selectie is gekomen…