Kelvin Kalika doet bij XerxesDZB (za) een stapje terug: ‘Om er straks twee vooruit te zetten’

1

Hij had in de jeugd al gevoetbald bij JHR, Excelsior Rotterdam, IJVV De Zwervers, Spartaan’20 en keerde als senior terug bij JHR, dat inmiddels Rotterdam United heette en op zondag in de tweede klasse uitkwam. Dat zou niet lang duren, want het seizoen daarna verkaste hij alweer. Kelvin Kalika speelde weliswaar samen met zijn broer, zijn vader deed er dingen, maar hij wilde hogerop. Hij ging in het seizoen 2016-2017 bij tweedeklasser Kocatepe voetballen. ‘En dat ging best lekker’, zegt hij. ‘De club werd kampioen en ik werd aan het einde van dat seizoen door Capelle uitgenodigd om mee te komen trainen. Capelle, dat speelde toen in de derde divisie, dus het was voor mij wel een grote stap om te zetten’, zo kijkt hij terug op die periode.

Hoe was Capelle bij jou uitgekomen?

‘Ze waren daar op zoek naar een aanvallende middenvelder , naar een speler met scorend vermogen en ze waren getipt over mij. Winand van Loon was toen bij Capelle trainer. Ik scoorde op de trainingen aan de lopende band en Winand vertelde mij dat ik mocht blijven. ‘Ik weet niet of je het eerste elftal gaat halen, maar je bent bruikbaar genoeg en krijgt daarom een contract’, zei hij. Daar was ik dolblij mee, maar ik realiseerde me ook dat ik een hele grote stap maakte: van een tweedeklasser naar een club die in de derde divisie speelde. Drie keer trainen in de week in plaats van twee, dat zou flink aanpoten worden. Ik ging er voor en toen het seizoen begon, stond ik in de eerste competitiewedstrijd tegen Jong FC Twente in de basis. Niet als middenvelder, maar als spits. Dat was een plek die in de ogen van de trainer blijkbaar door niemand anders opgeëist was. We speelden toen met een twee spitsensysteem en ik was in de voorbereiding, zowel op trainingen als in oefenwedstrijden blijven scoren.  Daarom mocht ik tegen Jong Twente in de basis beginnen. Het ging best lekker, maar in de rust werd ik vanwege lichte hamstringklachten gewisseld. Kennelijk was mijn lichaam nog niet helemaal gewend aan de fysieke inspanningen die ik moest leveren. Trainen en spelen op dat niveau was allemaal nieuw voor mij. Bij Capelle hadden ze een heel goede medische staf en ik werd er prima behandeld. Na een paar weken was ik hersteld en moest Capelle uit bij Quick Boys voetballen. In die wedstrijd keerde ik terug. Kennelijk was ik nodig. Ik was afkomstig van een lager spelende club en hoewel ik terugkeerde van een blessure zette Winand van Loon me toch weer in de basis. Ik besliste met een doelpunt die wedstrijd en dan komt er heel veel op je af: supporters die razend enthousiast zijn, de pers die alles van je wil weten tot aan televisie-interviews aan toe, de club die tevreden is over je. Ik was dat allemaal niet gewend, maar het was mooi allemaal, heel mooi. De maanden daarop maakte ik veel  minuten, de ene keer in de basis, de andere keer als wisselspeler.’

Maar zo mooi zou het niet blijven.

Kelvin: ‘Nee. Na een paar maanden speelde dezelfde hamstring weer op en ditmaal was de schade erger. Veel erger, de scheur was dieper. Het was net voor de winterstop in mijn eerste seizoen bij Capelle. Toch weer die intensiteit, vermoedde ik. Ben Pot en Arie van der Steen, de fysio’s van Capelle behandelden mij. Vroeger bij Kocatepe had ik ook wel eens last gehad van mijn hamstrings, maar toen rustte ik een tijdje en deed wat oefeningen in de sportschool. Bij Capelle werd een speciaal programma voor me opgesteld: veel massage, een op maat gesneden programma voor in de sportschool en meer van die dingen. We gingen op trainingskamp naar Marbella en daar was ik weer fit, maar inmiddels hadden ze wel een nieuwe spits aangetrokken. Steven Olsthoorn was van Koninklijke HFC gekomen. Die kwam met een grote naam binnen en zou ons aan doelpunten moeten helpen, want dat had de ploeg nodig. Ik was fit en kon weer alles doen, maar ik speelde niet. Steven speelde. Ik snapte dat, maar bleef wel heel goed mijn best doen want ik wist dat het moment zou komen dat ik weer moest meedoen en dan wilde ik er wel staan. Maar dat moment kwam niet, ook niet toe Steven al een paar weken droog stond. Ik had toen een gesprek met Winand van Loon. ‘Jouw kans komt nog wel, we weten wat jij kan’, zei hij. Oké, ik moest zorgen dat ik er dan zou staan. Maar ik speelde dat seizoen nauwelijks meer. Mijn contract werd overigens wel verlengd. Bij de club zeiden ze dat als ik fit was, ze mij er graag bij wilden hebben.’

Hoe verliep het tweede seizoen bij Capelle?

Kelvin: ‘Ik begon fit aan het seizoen en maakte weer mijn minuten in het eerste elftal. Maar we wonnen weinig. Het ging niet goed. Winand van Loon werd ontslagen en Ron Timmers kwam. Met Winand had ik altijd een goede band gehad, bij Ron Timmers geen moment. Ik wil helemaal niet zeuren over trainers, maar met hem boterde het voor geen meter. Ik was fit, iedereen vond dat ik moest spelen, maar de trainer besloot elke zaterdag anders. Dan knapt er iets bij je. Waarom zou ik mijn best doen, zo dacht ik. Ik speel toch niet. Ik weet wel dat je zo niet moet denken, maar dat overkomt je gewoon. Ik verloor het plezier in het voetballen. Met de club ging het ondertussen ook niet goed. We stonden bijna onderaan en ook Timmer werd door Capelle weggestuurd. Ton van Bremen kwam als zijn opvolger, er gloorde weer hoop voor me. Maar een maand na de komst van Ton blesseerde ik me aan mijn knie. Een operatie was noodzakelijk. Toen was het over en uit. Het was een rotseizoen. Capelle degradeerde naar de hoofdklasse en ik zat in de lappenmand, fysiek en mentaal. En dat werkt privé ook door, want thuis was ik niet te genieten.’

En toen?

Kelvin: ‘April dit jaar ben ik geopereerd. Er is littekenweefsel van mijn knieband gehaald.  Best wel een zware operatie. Daarvan ben ik nog altijd niet hersteld. Ik loop wel voor mezelf en doe ook veel oefeningen in de sportschool, maar in een groep meetrainen is nu nog niet mogelijk.’

Je zit inmiddels niet meer bij Capelle maar bij XerxesDZB.

Kelvin: ‘Ja. Ik was nagenoeg rond met Boshuizen maar bij nader inzien zou de afstand naar Leiden toch wel een probleem worden, vermoedde ik. Het werd uiteindelijk XerxesDZB, vooral omdat Winand van Loon daar iets doet in de technische commissie. Hij had mij benaderd en gezegd dat ik maar naar Xerxes moest komen, bij de zaterdagploeg. Dat bericht van Winand gaf voor mij de doorslag. Maar van voetballen bij Xerxes is helaas nog niets gekomen. Sterker nog, ik train helemaal niet mee. Dat kan nog niet. Ik ben op donderdagavonden bij de training aanwezig, ook op de wedstrijddagen, ik ga met de bus mee naar verre uitwedstrijden, maar je speelt niet omdat je daar lichamelijk nog niet aan toe bent. Dat is moeilijk hoor. Vooral ook omdat ik bij XerxesDZB in een nieuwe omgeving ben en er nog niet veel mensen ken. Ik heb gesproken met Tom Rietberg, de trainer, maar als je geblesseerd bent en niet mee traint is dat altijd een ander gesprek dan wanneer je wel fit bent en overal aan meedoet. Ik heb Tom gevraagd of ik voorlopig een stapje terug mag doen. Ik blijf werken aan mijn herstel, maar ben er niet meer bij met uitwedstrijden en ook niet altijd als ze thuis spelen.  Dat is voorlopig beter zo, beter ook voor mijn gemoedsrust. Ik ben blij dat Tom Rietberg daar toestemming voor gegeven heeft. Zo loop ik er niet meer bij als vijfde wiel aan de wagen, maar kan ik aan mijn herstel werken. Want de tijd komt echt dat ik weer fit ben, dat ik terug kom. Dat moment gaat komen, zeker weten. Ik wil me nog niet vast pinnen op wanneer dat zal zijn, maar het staat vast dat het moment zal komen dat ik bij XerxesDZB op de deur ga kloppen. Ik hoop dat de deur dan voor me open staat, dat ik kan laten zien wat ik in huis heb. Ik ben 23 jaar oud nu, dus mijn tijd moet nog komen.  In feite heb ik nu een stapje terug gedaan, zodat ik er straks twee vooruit kan zetten.‘

1 reactie
  1. Ahmet Turan Atmaca zegt

    Een geweldige kunstenaar op het veld. Hoop dat hij zsm weer terugkeert op de Rotterdamse velden..

Laat een antwoord achter