Rinus Schrijver (Kethel Spaland): ‘Ik maak het niet mooier dan het is, ik zeg waar het op staat’

8

Hij is weer aan de slag bij Kethel Spaland, de club die hem na aan het hart ligt. Jaren geleden was hij er assistent van Peter van Gessel, nu is hij terug als hoofdtrainer van de zondagploeg.

Rinus Schrijver is terug op het oude nest, kun je zeggen.  ‘Joh, dit is zo’n fantastische vereniging, met fantastische mensen. De samenwerking met zowel de jeugd als met het tweede elftal is prima. Er zijn vijf jeugdspelers bij de selectie aangesloten. Mooi toch? Ik ben blij dat ik hier trainer mag zijn.’

Rinus meent dat uit de grond van zijn hart, want hij is er de man niet naar om mooie praatjes te verkopen om ergens een wit voetje te halen. ‘Ik maak het niet mooier dan het is, ik zeg waar het op staat’, zegt hij en over zijn nieuwe werkgever is hij dus duidelijk. Over zijn spelersgroep ook. ‘Daar zit ik bovenop. Ik eis het maximale van hen en ik kan me voorstellen dat ze na een paar jaar uitgekeken zijn op me, want dan heb ik ze helemaal uitgeknepen.’ Hij zegt het zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken.

Waaruit zijn aanpak bestaat, hoe hij te werk gaat; dat willen we van hem weten en Rinus is gaarne bereid daar openheid in te geven.  ‘Als ik ergens als trainer aan de slag ga, kijk ik eerst wat ik aan voetballers in huis heb’, zo begint hij. ‘Er zijn veel trainers die met een vaststaand systeem willen werken en daarbij niet kijken of ze daarvoor wel de geschikte spelers hebben; ik steek anders in elkaar. Ik stem mijn manier van spelen af op de capaciteiten van de spelers waar ik over beschik. Ik stem de tactiek daarop af. Je speelt dus naar je mogelijkheden. Met de selectiegroep van Kethel Spaland kan ik 4-3-3 spelen met de punt naar voor, een systeem dat je overigens in wedstrijden heel goed om kunt zetten naar 4-5-1. Ik speel met twee controlerende middenvelders en eentje met een vrije rol en het moet altijd staan in driehoeken, overal op het veld. De ploeg moet daarbij gestaffeld staan. Als de tegenstander op links aan de bal is, moeten wij daar op onze rechterkant op anticiperen, ons daar op instellen. Onze rechterkant moet naar de bal toe gaan om hem te veroveren, de rest van de ploeg moet daarbij aansluiten. Het is daarom heel belangrijk dat de ploeg compact speelt. Afstanden tussen spelers onderling mogen nooit meer dan 15 meter zijn en als de tegenstander in balbezit is, moet iedere speler van ons verdedigend denken. En als je wel in balbezit bent, moet iedereen weten wat hij moet doen. Op dit soort dingen leg ik heel erg de nadruk, daar trainen we ook heel veel op en tijdens wedstrijden coach ik daar op.’

‘Mijn selectie bestaat voor een groot deel uit jonge spelers, die je nog veel moet coachen. Dat doe ik dus ook. Ik zit er altijd bovenop, tijdens wedstrijden, maar ook tijdens de trainingen. Daarbij hamer ik altijd op de organisatie. Het moet altijd goed staan. Als je te hoog staat geef je te veel ruimte weg en dat kan dodelijk zijn. We moeten daarom compact spelen, bij elkaar in de buurt blijven, samen druk zetten als je niet in balbezit bent. Je moet het allemaal samen doen. Het mooie van voetbal is dat je het als speler nooit alleen kunt doen. Iedere speler heeft individuele kwaliteiten, maar die kunnen pas tot zijn recht komen als iedereen in de ploeg weet wat hij moet doen. Een trainer moet er voor zorgen dat dit zo gaat werken. Ik train dus heel veel op situaties waarin samen aan oplossingen in het veld gezocht moet worden. Ze moeten van elkaar weten wat ze gaan doen en daarbij moeten ze dus niet op een inspanning meer of minder kijken.’

‘Bij veel jonge jongens is het nog zo dat ze niet echt tot het gaatje gaan, dat ze toch wel snel geneigd zijn om het laatste stapje niet te zetten, zeker niet als ze denken dat hun inspanning tevergeefs zal zijn. Maar inspanningen zijn nooit tevergeefs. Als je de laatste stappen wel zet, als je er bovenop zit en alert bent ben je vaak wel op tijd om een duel aan te gaan. Daarom hamer ik er ook op dat ze moeten blijven gaan, dat ze niet opgeven. Ook niet als het een beetje tegenzit.’

‘Als trainer gebruik je trucjes om je spelers zover te krijgen. Je speelt soms psychologische spelletjes, zoals het invoeren van een boetepotje bijvoorbeeld. Ik ben heel erg van de normen en waarden, van het houden aan afspraken die je samen maakt. Je gedrag in het veld, op tijd komen, niet met voetbalschoenen in de verzorgingsruimte, met badslippers onder de douche, letten op je taalgebruik, dat soort dingetjes zijn heel belangrijk. Verzaken ze daarin, dan kost dat een eurootje. Als spelers zich buiten het veld aan afspraken houden, werkt dat door in het veld, daar ben ik van overtuigd.’

‘Verder doe je op de training soms iets waarvan je op voorhand weet dat ze het moeilijk gaan vinden. Als het dan niet loopt kun je uitleggen wat je verlangt. Je moet er als trainer alles aan doen om je ploeg scherp te krijgen, vind ik. Alles moet in het teken staan van strijd en beleving, van inzet, van samen de boel aanpakken en met dat proces ben je continu bezig. Het is een hoop werk, maar ik zie vooruitgang. Ik vind dat dit proces goed verloopt. De jongens pikken het op. Natuurlijk gaat het nog wel eens mis, maar ik zie verbetering. Dat komt ook omdat de trainingsopkomst hoog is. Daar ben ik heel blij mee, want dan kun je er met z’n allen aan werken.’

8 Comments
  1. Han Steentje zegt

    Leuk stukkie Rinus Schrijver

  2. Frans van Helden zegt

    Succes Rinus .

  3. René van Goch zegt

    Succes Rinus.

  4. Cor van der Horst zegt

    Maak er maar wat moois van Rinus

  5. Elly Wendels zegt

    Succes Rinus Schrijver

  6. Remco Schut zegt

    Succes en veel plezier Rinus.

  7. Francisco Tavares Almeida zegt

    Success Treiner!!!❤

  8. Mario Breevoort zegt

    Goed verhaal,houden zo Rinus Schrijver

Laat een antwoord achter