Door zijn behandelingen en door zijn wijze van diagnose stellen was hij al een alom gerespecteerde orthopedisch chirurg in het Dijkzigt Ziekenhuis en in de sportwereld had hij ook al naam en faam gemaakt.
Vreemd was het dus niet dat Rien Heijboer in 2012 gevraagd werd om een van de dokteren in de begeleidingsstaf van het Nederlands elftal te worden. Over hoe dat zo gekomen is en wat hij sindsdien heeft meegemaakt, dat zouden wij graag van hem willen weten. ‘Normaal ben ik niet zo happig op interviews’, reageert hij wanneer we hem bellen, ‘maar voor VoetbalRotterdam maak ik met plezier een uitzondering.’
‘Toen ik gevraagd werd voor de staf van het Nederlands elftal zeiden ze: ‘Jij bemoeit je ten minste niet met de opstelling.’
’Hoe komt het dat je orthopedisch chirurg geworden bent? Wat dat een roeping?
Rien Heijboer: ‘Nee hoor, het kwam eigenlijk bij toeval op mijn pad. Toen ik een jaar of 15 was brak ik eerst mijn sleutelbeen, een tijdje later mijn pink en weer een paar maanden later mijn been. Ik woonde toen in St. Annaland op het eiland Tholen en moest voor behandeling aan die breuken naar het Algemeen Burger Gasthuis in Bergen op Zoom. Normaal gesproken worden botbreuken behandeld op de afdeling algemene heelkunde, maar in dat ziekenhuis kwam ik alle keren terecht op de afdeling orthopedie. Hoe ze daar te werk gingen, wat ze allemaal deden, dat fascineerde mij enorm. Ik was meteen gepakt, zoals dat heet. Dat wil ik ook gaan doen, zo dacht ik. Toen ik die wens kenbaar maakte, werd dat thuis enorm gestimuleerd. Ik ben na de middelbare school aan de medische faculteit in Rotterdam gaan studeren en na die zesjarige opleiding tot arts heb ik me verder gespecialiseerd. Want ik wilde orthopedisch chirurg worden, nog altijd. Dan doe je eerst twee jaar heelkunde in Dordrecht en daarna nog eens vier jaar orthopedie, eerst een half jaartje in Engeland, daarna nog vier jaar in Rotterdam. En toen was ik orthopedisch chirurg, iets wat ik waarschijnlijk niet geworden was als ik toen mijn botten niet had gebroken.’
Al snel had je een heel goede naam in de medische wereld. Hoe kwam dat?
Rien Heijboer: ‘Dat kwam eigenlijk door dat half jaartje in Engeland. Ik ging daar in opleiding omdat er in Nederland toen geen plek was. Dat half jaar in Engeland was in een ziekenhuis in Woking, zo’n 60 kilometer zuidwestelijk van Londen. Daar was een arts de grote baas die erg veel nadruk legde op de basisprincipes van de geneeskunde. Hij luisterde eerst naar de klacht van de patiënt en deed daarna grondig lichamelijk onderzoek en stelde op die wijze de diagnose. ‘The history of the patient is his story’, vond hij. Zo ben ik ook altijd te werk gegaan toen ik als orthopeed ging werken. Dat was in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam, want daar kon ik blijven toen mijn opleiding klaar was omdat juist op dat moment onze afdeling fors uitbreidde. Dat kwam goed uit. Ik was dus op het juiste moment op de goede plek. Vanaf het begin ben ik uitgegaan van diagnoses stellen met mijn oren, ogen en handen om daarna de ‘technisch recherche’ zijn werk te laten doen, dus aantonen wat er op de foto’s en de scans te zien is. In die volgorde. Dat heb ik de assistenten in opleiding tot orthopedisch chirurg ook altijd duidelijk gemaakt. Luister altijd naar je patiënten! Mooi was toen ik in 2017 met pensioen ging, ik gevraagd ben om af en toe terug te komen om les te blijven geven aan die assistenten.’
En hoe kwam je in de sportwereld terecht?
Rien Heijboer: ‘Toen ik net aan de slag was als orthopedisch chirurg waren de kijkoperaties in opkomst. Eerst alleen kijken, later met kleine medische apparatuur ook ingrepen doen. Vanaf het begin kreeg ik de kans me daarin te specialiseren. Het Dijkzigt was ook een van de eerste ziekenhuizen waar een MRI-scan gemaakt kon worden en ook daarin heb ik me verdiept. Die middelen kwamen dus allemaal op het juiste moment op mijn pad. Alweer. Op zekere dag werd ik gebeld door John IJzerman, waarmee ik in Bergen op Zoom op school had gezeten en die inmiddels sportarts was bij de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. John had een atleet met letsel onder zijn hoede en vroeg of ik eens naar hem wilde kijken. Dat heb ik gedaan en omdat mijn ingreep succesvol was, zit je meteen in het netwerk in die wereld. En dat breidt zich dan snel uit. Maar eigenlijk kwam dat niet door die ene atleet, maar door de arts die hem naar mij gestuurd had. Die kende mij van vroeger en ook dat viel dus weer op het juiste moment samen. Daarna kwam van het een het ander. Zo werd ik een tijdje later op Papendal consulent waar artsen van de sportbonden problemen konden voorleggen. Ik kreeg steeds meer sporters in behandeling en later ook voetballers uit het betaald voetbal.’
En toen?
Rien Heijboer: ‘Toen werd het groter en groter. Ik was nog altijd orthopedisch chirurg van het Dijkzigt en op onze afdeling kreeg ik alle ruimte om ‘de sportwereld’ erbij te doen. Want je haalde zo ook nieuwe patiënten binnen. En het ging maar door. Ik werd benaderd door Ben van de Bosch, destijds orthopeed van het Franciscus Gasthuis en een van de twee clubartsen van Feyenoord. Die vroeg of ik de jeugd van Feyenoord wilde doen, want daarvoor hadden hij en zijn collega John Andriessen te weinig tijd. Dan werd ik op zondag gebeld door Maup Martens, die mij vertelde dat hij vijf gekwetste jeugdspelers had. Ik ging dan ‘s maandags naar Varkenoord, onderzocht die jongens en stelde de diagnose. Een tijd later werd John de Wolf door Feyenoord aangekocht. John kwam van FC Groningen en had knieletsel. Na mijn operatie kwam hij weer aan voetballen toe en dat leidde tot meer klandizie uit het betaalde voetbal.’
Wat dus uiteindelijk resulteerde dat je gevraagd werd voor de medische staf van het Nederlandse elftal.
Rien Heijboer: ‘Dat klopt. Das was in 2012, juist nadat ik op onze afdeling had geregeld dat ik nog maar 50% van de tijd zou gaan werken. Ik wilde het namelijk rustiger aan gaan doen. En toen belde Edwin Goedhart, die ik kende als clubarts van AZ en Ajax en omdat hij wel eens voetballers naar mij had doorgestuurd. Louis van Gaal was aangetreden als bondscoach en Gert-Jan Goudswaard, de toenmalige bondsarts vertrok naar Qatar. Edwin Goedhart, waarmee Van Gaal al samen had gewerkt bij Ajax, zou de nieuwe bondsarts worden, maar wilde dat niet alleen doen. Hij wilde er een specialist bij hebben. Ook huisarts Piet Bon heeft een paar jaar bij de medische staf gezeten, maar inmiddels niet meer. Edwin en ik vormen nu samen met de fysiotherapeuten en de verzorgers de medische staf bij het Nederlands elftal. Edwin als sportarts en ik als orthopeed. We complementeren en controleren elkaar, we vullen we elkaar aan. Jaren later heb ik Edwin eens gevraagd waarom hij bij mij uitgekomen was. ‘Omdat wij zeker wisten dat je je niet met de opstelling zou gaan bemoeien’, grapte hij toen.’
Dan heb je op je werk in het ziekenhuis in tijd een stapje terug gezet en dan ga je het Nederlands elftal doen. Over ‘minder werken’ gesproken …
Rien Heijboer: ‘Ha ha, het is inderdaad een hele klus erbij, maar het werk bij Oranje is zo leuk. Het is fantastisch. Ik doe het heel graag. Mijn eerste toernooi was het WK in Brazilië en dat was meteen geweldig, vooral ook omdat vooraf niemand de ploeg daar een kans gaf. Sinds 2012 ben ik er bij elke wedstrijd bij, zowel uit als thuis. En ook als de internationals verzamelen ben ik present, want soms komen ze binnen met pijntjes, met blessures. Dan moet je vaststellen of ze erbij kunnen blijven.’
En dan doe vv Rhoon er ook nog bij.
Rien Heijboer: ‘Ja. Onze zoons voetbalden hier van jongs af aan. Ik ben eerst leider geweest en sinds een paar jaar ben ik bestuurslid technische zaken. Dat wilde ik eigenlijk nooit doen, maar heb toch maar ingestemd. Bij het Nederlands elftal worden daar nogal eens grappen over gemaakt.’
‘Wat is het leukste dat je meegemaakt bij het Nederlands elftal?
Rien Heijboer: ‘Dat was met Marco van Basten. Die was assistent toen Danny Blind bondscoach was. Daarvoor was Louis van Gaal bondscoach geweest en die had ingevoerd dat er bij elke maaltijd een vaste tafelschikking was. Danny Blind heeft dat in ere gehouden. Toen we met het Nederlands elftal in Stockholm zaten had de kok de kaartjes verkeerd gezet en zat ineens Marco van Basten tegenover mij. Daar had hij nog nooit gezeten. ‘Ze hebben de opstelling veranderd’, zei Marco. ‘Dat is niet zo erg, maar iedereen die tegenover mij zit gaat weg’, antwoordde ik. Later op die dag maakte Marco bekend als assistent afscheid te nemen en naar de UEFA te vertrekken. Later is hij daar nog op teruggekomen bij me. ‘Ik dacht dat buiten Danny Blind niemand dit wist’, zei hij. Maar ik had alleen maar een grapje gemaakt, wist ik veel dat hij weg zou gaan. Daar konden we wel om lachen. Zo zie je, alweer op het juiste moment op de juiste plek.’
‘Ik heb altijd veel plezier beleefd aan mijn contacten in de sportwereld. Een andere aardige anekdote was bij Spijkenisse, waar ik geen functie had, maar wel kind aan huis was omdat mijn zoon Maurice er voetbalde. Adrie Poldervaart was trainer. Ik was gebeld door Henk Timmer, die ik kende als doelman van Feyenoord. Henk vroeg mij of ik een second opinion kon doen bij zijn echtgenote Marianne, de schaatster die vlak voor de Olympische Spelen van Vancouver haar voet gebroken had. Ze zat in het gips en zou waarschijnlijk de Spelen niet halen. Ik heb haar behandeld en ze heeft Vancouver wel gehaald, maar boekte er geen uitzonderlijke resultaten. Toen ik na de Spelen weer bij Spijkenisse was, wreef Michal Frank, de toenmalige back dat nog even bij me in. ‘Die Spelen van Marianne Timmer waren dus helemaal niks hé, kwakzalver’, zei hij tegen me. Iedereen in een deuk natuurlijk. Als je nu het woord kwakzalver laat vallen bij Adrie Poldervaart dan weet hij precies waar het over gaat, haha.’









Heel mooi stukje Rien. Je bent een pracht mens en een top chirurg.
Een geweldig mens/professional❤️
Fijne man
Mooi. Verhaal. Rien. Toppie
Mooi verhaal Rien.
Geweldige man
Geweldige Arts , Fijne kerel
Topper
Leuk stuk. Geweldige arts en fantastisch mens. Mijn meniscus operatie is 30 jaar geleden, maar hij maakte op mij een onuitwisbare indruk.
Met Jacco eens. Een echte specialist maar ook een hele aardige man. Hopelijk kan hij nog lang genieten van de leuke dingen die hij momenteel doet.
Leuk stukje, goeie vent ook!
Heb maar 1 woord voor Rien: Top!