Bob Vermunt (32) beëindigt voetballoopbaan: ‘Ik hoop dat ze bij SHO ‘mijn lessen’ niet vergeten’

1

Hij gaat met vrienden in een lager elftal voetballen bij Barendrecht; spelen in een eerste elftal, dat gaat hij niet meer doen. Hij heeft er lang over nagedacht, maar dat behoort echt tot het verleden. Het besluit van de 32-jarige Bob Vermunt staat vast. Een paar redenen heeft hij, waardoor hij tot deze beslissing is gekomen. ‘Mijn maatschappelijke positie gaat veranderen. Ik was er al behoorlijk wat tijd aan kwijt, maar mogelijk moet ik voor mijn werk binnenkort ook nog vaak op reis. Dan mis ik trainingen, misschien zelfs wedstrijden en dat kan in mijn ogen niet’, legt hij uit. ‘Bovendien ging het lichaam steeds vaker protesteren.  Ik ben altijd een voetballer geweest die alles op kracht deed en ik merkte dat het minder aan het worden was. Om deze redenen stop ik.’

We kijken samen met Bob terug op de laatste drie seizoenen van zijn voetbalcarrière, jaren die hij doorgebracht heeft bij SHO in Oud- Beijerland. Verrassend was dat, want Bob had tot dan toe altijd  op het hoogste amateurniveau gespeeld, bij Barendrecht en bij Capelle.

Waarom koos je na de topklasse voor SHO, dat in de eerste klasse speelde?

Bob: ‘Toen ik kenbaar had gemaakt bij Capelle te gaan vertrekken, hingen veel clubs aan de lijn, ook clubs die op een hoog niveau actief waren. Ik was 29 jaar toen en stond op een tweesprong. ‘Wat ga ik doen’, zo vroeg ik me af. Wil ik blijven voetballen op dit niveau of doe ik een stapje terug? Mijn werk ging veranderen, drie keer in de week trainen zou wellicht een probleem kunnen worden. Ik heb nooit alleen maar naar het geld gekeken, ik heb juist altijd gekozen voor clubs met een duidelijk verhaal, clubs met beleid. Dat was voor mij belangrijker dan het geld dat ik kreeg. Barendrecht was zo’n club, Capelle ook. Zelf had ik niet aan SHO gedacht, ik kende de club niet. Maar Richard Middelkoop, de toenmalige trainer was op een avond in gesprek met Marwin Richard, een jongen waarmee ik vroeger samen heb gespeeld. Tijdens dat gesprek tussen die twee viel mijn naam.  In hun ogen was ik namelijk de aangewezen man om een groep jonge spelers bij de hand te gaan nemen. Richard belde mij op en vroeg of ik eens wilde komen praten. SHO; met die club had ik geen beste ervaringen. In de jeugd bij Barendrecht had ik als jong broekje vaak tegen hen gevoetbald en daar bewaarde ik niet de leukste herinneringen aan. Ik was sceptisch, maar ben toch op gesprek gegaan. Het verhaal dat Richard vertelde sprak mij enorm aan. De club, die jarenlang spelers uit de wijde omtrek had aangetrokken, wilde het op een andere manier gaan doen. Met eigen, jonge spelers en met een paar jongens erbij, zoals ik. Spelers die al het een en ander hadden meegemaakt, die van toegevoegde waarde zijn en als verlengstuk van de trainer moeten gaan fungeren. Ik was gevoelig voor dit verhaal. De opzet was duidelijk, er sprak een duidelijke visie uit en daarom ben ik bij SHO gaan voetballen Mensen die mij niet kenden, zeiden dat ik die keus alleen maar om het geld had gemaakt. ‘Die zal wel enorm veel geld pakken daar’, zo werd gedacht. Maar zo was het dus niet. Daarom had ik niet voor SHO gekozen. Als ik veel geld wilde verdienen, had ik wel voor een andere club gekozen. Ik heb voor SHO gekozen vanwege het plan dat ze met de ploeg en met mij hadden.’

Van de topklasse naar de eerste klasse. Dat moet wel wennen geweest zijn.

Bob: ‘Inderdaad, zowel voor mij als voor de jongens waarmee ik ging voetballen. Het niveau van de eerste klasse, het niveau van de trainingen, van de jongens waarmee ik samenspeelde; ik moest er aan wennen. Wat voor mij standaard was, was dat niet voor hen. Ik had altijd in volwassen ploegen gevoetbald met goede voetballers, met jongens ook die voor hun sport leefden en altijd beleving toonden. Die zich altijd voor de volle 100 procent inzetten, ook op de trainingen. Voetballers die nog beter wilden worden. Nu kwam ik in een spelersgroep terecht waar jongens in rondliepen die op vrijdag tot 3 uur ’s nachts in de kroeg hadden gezeten en op zaterdag half uitgeslapen op de club verschenen. Jongens ook die trainingen niet zagen als mogelijkheden om beter te worden maar als een soort bezigheidstherapie. Daar kon ik moeilijk tegen en daar heb ik altijd iets van gezegd, vanaf het begin. Ik heb het meegemaakt dat een speler al een week of drie geblesseerd was en nauwelijks vooruitgang toonde in zijn herstel. ‘Wat zegt je fysiotherapeut daarvan’, vroeg ik hem. ‘Mijn fysio? Die heb ik niet’, was het antwoord. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik verzorgde mijn lichaam altijd heel goed, ging om de 14 dagen naar de fysio, ook als ik niets mankeerde. En was ik wel geblesseerd, of voelde ik een pijntje, dan ging ik nog vaker. Ik wilde er alles uit halen, want ik wilde altijd winnen. Dat kan alleen maar als je er alles voor doet en als je de dingen laat die dat belemmeren. Ja, ik vind dat je moet leven voor je sport. Letten op je voedsel, op tijd naar bed. Dat was bij SHO niet bij iedereen het geval. Ik moest daar heel erg aan wennen en omdat ik er altijd over begon, moesten de jongens ook aan mij wennen. Maar ik hield mijn mond niet, nooit.’

Dat zal je niet altijd in dank afgenomen zijn, vermoed ik.

Bob: ‘Nee, niet iedereen kon dat waarderen. Als je de enige bent in het team die dit doet, leidt dat soms wel eens tot fricties. Maar ik zei het altijd om de jongens beter te maken, om ze vooruit te helpen. Het was geen afbraakkritiek, mijn opmerkingen hadden echt een achterliggende gedachte: beter worden. Ik wil niet alleen voetballen om niet te degraderen, ik wilde prijzen pakken, ook met SHO dat voornamelijk bestond uit hele jonge jongens, waarvan sommigen mij misschien wel een grote zeur vonden. Die haakten af, konden het niet opbrengen wat er van hen verwacht werd. Gelukkig waren er ook veel jongens bij die het wel oppakten en het grootste compliment dat ik kon krijgen is dat er vorige week, bij mijn afscheid op de club heel veel jongens naar me toen kwamen die zeiden dat ze veel van me hebben geleerd. Dat deed me erg veel deugd.’

En nu? Wat ga je nu doen? Zit er nog een loopbaan als trainer in het vat?

Bob: ‘Toen bekend raakte dat ik stopte hebben al een paar clubs gevraagd of ik er geen assistent wilde worden, of de jeugd ging trainen. Eerder al hebben mensen tegen mij gezegd dat ik dat moet gaan doen. Maar ik heb alle interesse afgewimpeld. Als je dat gaat doen, moet je daar veel tijd en energie insteken. En tijd heb ik in onvoldoende mate. Eerst maar eens kijken hoe het zich allemaal op mijn werk ontwikkelt. Maar wie weet, komt het er toch van. Zeg nooit nooit, voor hetzelfde geld doe ik al komend seizoen een trainerscursus. En wat SHO betreft: ik hoop dat de spelers ‘mijn lessen’ niet vergeten zijn als ik straks niet meer meedoe.’

Overig Nieuws
1 reactie
  1. Mark Vosselman zegt

    Herkenbaar Bob, Ingmar van Bruggen elk nacht op stap en wij elke keer bikkelen pff..

Laat een antwoord achter