Ricardo Rapmund (32) stopt. ‘Na elke training strompelde ik thuis de trap op.’

6

Hij is nog maar 32 jaar oud en zou nog een paar jaartjes mee kunnen maar Ricardo Rapmund vindt het welletjes. Hij hangt zijn voetbalschoenen aan de wilgen, zoals dat zo mooi heet. Het is niet dat hij genoeg heeft van het spelletje en ook het verlies van zijn ploeg Zuidland tegen Rozenburg in de finale van de nacompetitie en dus de degradatie naar de derde klasse speelde geen rol in zijn besluit om er een punt achter te zetten. ‘Al meer dan een half jaar geleden heb ik op de club aangegeven het seizoen nog wel af te maken maar daarna niet meer door te gaan’, legt Ricardo uit. ‘Ik heb namelijk al een tijdje last van beide knieën, kraakbeenslijtage. Na elke training strompelde ik thuis de trap op, lichamelijk werd het steeds moeilijker. En dat zag je op het veld ook terug. Ik was vaak net even te laat. Nee, het is mooi geweest zo. Jammer alleen dat Zuidland in mijn laatste wedstrijd degradeerde naar de derde klasse.’ Zo komt een einde aan een voetballoopbaan die begon bij SCO’63 en eindigde bij Zuidland.

Op ons verzoek kijkt Ricardo op zijn carrière terug.

SCO’63

‘Ik ging bij deze club voetballen toen ik 4 jaar oud was. Na twee jaar werd ik al een team vooruit gezet, van F1 naar E1. Toen ik in E1 speelde werd ik gescout door Feyenoord. Ik heb er twee maanden stage gelopen onder John Metgod en Alfred Stuivenberg en na afloop kreeg ik te horen dat ik voetballend wel tot mijn recht kwam, maar dat ze toch afscheid van me gingen nemen. Ik was te klein. Ze gaven me nog wel het advies mee niet terug te keren naar SCO’63. Ik kon beter naar Hekelingen gaan of naar Spijkenisse, want daar voetbalde de jeugd op een hoger niveau, zeiden ze.’

Spijkenisse

‘Het advies van Feyenoord nam ik ter harte. Het werd Spijkenisse, want dat was makkelijker te bereiken. Ik heb er van de E1 tot en met de A1 gevoetbald, ik speelde op 10 en ik zou als eerstejaars senior in de selectie opgenomen worden. Adrie Poldervaart was toen trainer en het plan was om mij in het tweede elftal te zetten. Daar bedankte ik voor. Ik zou dat seizoen toch al met een achterstand beginnen, want in de laatste wedstrijd van de A1 tegen SHO had ik rood gekregen en werd voor 9 wedstrijden geschorst. Waarom dat was? Ik werd grof neergehaald en reageerde zelf ook met een trap. En dat zag de scheidsrechter. Voor mijn gevoel was ik goed genoeg om bij het eerste aan te sluiten, maar omdat ik in het tweede gezet werd wilde ik toch weg. Alleen was de overschrijvingsperiode al verstreken en weggaan was zo makkelijk dus niet meer. Via een werkgeversverklaring ben ik toen naar PFC gegaan, dat op zondag speelde. Rob Vuik, toen de trainer daar, had mij de garantie gegeven dat ik voor het eerste elftal in aanmerking kwam, op de nummer 10-positie. Dat gaf de doorslag. Ik vertrok dus naar Geervliet, naar PFC.’

PFC

‘Bij PFC heb ik vijf, zes jaar gevoetbald. Dat was een heel leuke periode. Ik kwam er als jong broekie tussen de mannen terecht, want de meeste jongens waren wat jaartjes ouder dan ik. Ik kende veel van die gasten overigens al wel, want veel van hen hadden vroeger ook bij Spijkenisse gevoetbald: John Luchtenburg, Jeremy Snijder, Dave Schuurman onder meer. Die maakten zich niet zo druk en gingen gerust tot diep in de nacht stappen voor een wedstrijd. Bij de wedstrijdbespreking zondagmiddag in het café aan de Toldijk roken sommigen nog naar de alcohol, haha. Ik niet. Ik was toen doodserieus, ging op zaterdag vroeg naar bed en was de volgende ochtend nerveus omdat ik nooit wist of ik wel zou spelen. Maar ik speelde alles. Het begin bij PFC was trouwens toch wel leuk. Op de allereerste training ging ik met de bal aan de voet op keeper Daan van Beek af. Hij kwam uit maar ik trok mijn poot niet terug. Laaiend was hij, maar hij waardeerde het toch wel dat ik er voor ging. Dat heb ik altijd laten zien, ook op het veld. In die zes jaar bij PFC heb ik op fysiek gebied heel veel geleerd. De ploeg speelde mannelijk voetbal, het was een groep vechters op het veld en daar ging ik in mee. Ik ben pas daar echt senior geworden. Na 1 jaar kon ik naar Nieuwenhoorn, dat toen in de hoofdklasse speelde. Ik ben er gaan praten en toen ze daar bij PFC achter kwamen, kreeg ik er wat centjes bij. Toen ben ik gebleven. Omdat ik in het laatste jaar niet alles meer speelde, ging ik naar een andere club uitkijken. Dat werd SHO, ook al omdat ik graag op zaterdag wilde gaan voetballen omdat ik dan na het voetballen niets meer hoefde te laten want dan hoefde ik de volgende dag niet te gaan werken.’

SHO

‘Hoe ik daar terechtgekomen ben is een vreemd verhaal. Die club wilde namelijk dolgraag Dennis Holstein hebben, een ploegmaat van mij bij PFC. Die zei tegen SHO dat hij alleen wilde komen als ze mij ook aantrokken. Dat zagen ze niet zitten, ze hadden al mensen voor mijn positie. Dennis ging niet, maar een tijd later hing SHO weer aan de telefoon. Of hij toch wilde komen? ‘Alleen met Ricardo’, herhaalde hij. Ze zijn toen naar mij komen kijken, in een wedstrijd tegen Poortugaal. Ik scoorde twee keer. Toen waren ze om. Ze trokken Dennis aan en ik mocht ook komen. Ook Michael van Rhoon ging toen van PFC naar SHO. Toen het helemaal geregeld was dat wij naar SHO gingen, degradeerde die ploeg naar de tweede klasse maar omdat wij ons woord gegeven hadden, gingen we toch.

Bill Tucker was trainer en die zette mij op een andere plek in het elftal. Bij PFC was ik aanvaller, Tucker haalde me naar achteren. Eerst middenvelder en op het einde als rechtsback. Toen Tucker weggestuurd werd en Jeroen Rijsdijk het van hem overnam, liet hij mij op die plek staan. Ik was geen kanjer, maar kon wel mijn tanden in een tegenstander zetten. Die kwam mij zes, zeven keer tegen in een duel. Maar ik werd toch te vaak voorbij gelopen. Ik voelde me op die positie niet op mijn gemak. Jeroen heeft toen uitgelegd hoe ik me op moest stellen. Hij heeft me heel veel geleerd. Hoe ik open moet staan zodat ik zowel de bal als de tegenstander kan zien bijvoorbeeld. Het voordeel was ook dat ik op de training bij partijtjes altijd tegen Geert Bakker stond, de beste voetballer die er in de wijde omtrek rondliep. Zo moest ik altijd aan de bak. De jaren bij SHO waren mijn topjaren. Ik ben er kampioen geworden en het jaar daarop promoveerden we via de nacompetitie naar de hoofdklasse. Toen we daarna weer degradeerden naar de eerste klasse zou er een nieuwe trainer komen, Richard Middelkamp. Die vertelde dat ik kon blijven, maar ik mocht ook weg. Dan weet je genoeg. Ik ging terug naar Spijkenisse.’

Spijkenisse

‘Bij Spijkenisse was Adri van Tiggelen toen trainer en Aren Buvens had laten weten dat hij me er graag bij wilde hebben. Ik kwam in een goede  spelersgroep, de ploeg stond. Ik speelde niet veel en als ik wel mee mocht doen, dan was het niet op de positie waarop ik de laatste jaren gevoetbald had. Maar meestal zat ik op de bank en dat wilde ik niet. Ik wilde voetballen. Hoewel ik het jaar daarop bij Spijkenisse mocht blijven, onder dezelfde financiële voorwaarden ben ik toch weg gegaan. Ik wilde spelen.’

Zuidland

‘Ik ben toen naar Zuidland gegaan. Jaap Sintmaartensdijk, de technische man daar, had me bij SHO al benaderd. Ik werkte toen in Zuidland. Runell Martes, een goede vriend van me voetbalde er, dus de keus was niet moeilijk. Bij Zuidland heb ik meegemaakt dat de club er vanaf stapte dat ze veel spelers van buiten haalden en het meer met eigen jongens wilden doen. We hadden afgelopen seizoen bij Zuidland een jonge, talentvolle en veelbelovende groep die uiteindelijk gedegradeerd is omdat de finale van de nacompetitie van Rozenburg verloren werd. Jammer dat ik het zo moest afsluiten, maar voor de club is het misschien wel beter dat we met deze groep in de derde klasse gaan voetballen. Zo kan je bouwen terwijl je niet veel wedstrijden verliest. Dat zou in de tweede klasse wel anders zijn. Tom Larssen wordt de nieuwe trainer en ik word zijn assistent. Hoewel ik wel liever voetballer was gebleven, is dit een prima oplossing. Ik zat er toch al een tijd aan te denken dat ik trainer wilde worden. Als assistent zijn goed bevalt, ga ik de cursus doen. Voetballen kan fysiek niet meer op de manier zoals ik het altijd gedaan heb. Daarvoor spelen de knieën te veel op en kwam ik op het laatst toch wel te kort op het veld. Maar ik blijf wel ingeschreven als speler. Als de nood aan de man komt, kan ik misschien nog wel eens een wedstrijdje mee doen.’

Overig Nieuws
6 Comments
  1. Ronald van Beek zegt

    Succes jongen..beetje beleving meegeven aan die jonge gasten..

  2. Nel Muijen zegt

    Veel succes als trainer

  3. Chantal De Jong Rijsdijk zegt

    Succes, maar dat komt zeker goed.

  4. Willem Verhagen zegt

    Jammer hoor

  5. Ineke Meulendijk zegt

    Veel succes Ricardo.

  6. Martin Groenewoud zegt

    Jammer want voetballen is leukste wat er is . Ik ben 51 en speel bij de veteranen . Ziet er niet uit maar wat hebben we een plezier met elkaar

Laat een antwoord achter