Column Jan Schoonen: Cor Hoogvliet (Heinenoord)

0

Deze column was door mij per  abuis al op zondag geplaatst. Voor de lezers die gewend zijn aan de woensdag als vaste plaatsingsdag, hier dezelfde column nog een keer.

Bij het voetbalcomplex van SV Heinenoord aan de Tienvoet is er veel parkeerruimte, ook als het druk is zoals afgelopen zaterdag toen streekgenoot SHO op bezoek kwam. Want bij Heinenoord-SHO moet iedereen aanwezig zijn; het is voor beide clubs de wedstrijd van het jaar. Dan speelt de stormachtige wind en de later op de middag te verwachten regen geen enkele rol. Verkeersregelaars wijzen de weg naar een vrije plek en als je uitstapt moet je je autoportier met twee handen vasthouden want anders zou je de auto naast je een fikse deuk bezorgen. Als ik mijn jas aandoe, word ik toegeroepen dat ik dat kledingstuk die middag wel nodig zal hebben. De man moet een voorspellende gave hebben, of heel goed naar Buienradar.nl hebben gekeken, want de weersomstandigheden zouden die middag erbarmelijk worden.

Maar rond een uur of half twee viel het allemaal nog wel mee. De wind waaide weliswaar best hard, maar verder zag het er wel aardig uit. Er kwam veel volk af op de wedstrijd en ver voor de aftrap werden de auto’s van bezoekers door de verkeersregelaars al doorverwezen naar de berm en naar de parkeerplaats voor vrachtwagens een eindje verderop. Ondertussen wakkerde de wind meer en meer aan en toen arbiter John Kraak om half 3 de wedstrijd in gang blies was die wind haast gegroeid tot orkaankracht. Dwars over het veld loeide die wind. Als toeschouwer werd je je jas uitgeblazen en terwijl je beschutting zocht tegen de hoge omheining aan de ene kant van het veld en je af en toe benauwd omkeek of er soms geen plank los waaide, blies de stormwind aan de andere kant van het veld met volle kracht in de richting van de metalen tribune, waar mensen die daar dapper waren gaan zitten haast van hun stoel geblazen werden.

Het voetballen werd door de wind haast onmogelijk gemaakt. Hoge ballen kwamen net zo hard terug of verdwenen op het dak van het clubhuis of over de tribune en als er een vrije trap genomen moest worden, rolde de bal keer op keer weg op het kunstgrasveld. De voetballers deden hun best en het was bewonderenswaardig dat er af en toe zelfs een aardige combinatie op de grasmat werd gelegd. Maar wedstrijden in zulke omstandigheden zouden eigenlijk niet door moeten gaan omdat spelers en publiek ontzettend veel last hebben van de weersomstandigheden, vind ik. Maar er werd dus wel gevoetbald. In een wind die harder en harder ging loeien, zo hard dat de trainers Ralph Kalkman en Sander Fakkel met hun aanwijzingen de spelers niet konden bereiken. Alles ging ten onder aan de kakofonie van geluiden die de wind veroorzaakte.

En toen kwam het hoogtepunt van de middag. De omroeper van dienst, erelid Cor Hoogvliet, sprak in zijn microfoon zo was te horen door de luidsprekers om het veld. Ik stond een meter of 10 van zo’n exemplaar en hoorde het geluid ook. Maar wat Cor meedeelde, daar begreep ik niets van. Het werd overstemd door de wind, maar Cor ging onverdroten verder. Hij bleef minutenlang aan het woord. Zo te horen somde hij een lijstje op, maar waar het over ging, dat ontging me. Vroeger, toen ik van Bergen op Zoom met de trein naar school ging en iedere dag op station Roosendaal moest overstappen, werd er ook vaak iets omgeroepen. Die dienstmededelingen galmden altijd totaal onverstaanbaar over de perrons. Dat lag destijds trouwens niet aan de wind, maar aan de apparatuur. Bij Heinenoord is de apparatuur wel in orde. Er kwam geluid uit de microfoons en onder normale omstandigheden had ik echt wel begrepen wat Cor aan het vertellen was. Nu moest ik het in de rust aan hem vragen. Er bleken 6 auto’s op de vrachtautoparkeerplaats in de weg te staan en Cor had de nummerplaten van die auto’s omgeroepen en gevraagd of de chauffeurs hun automobielen konden verplaatsen. In de rust bleek dat 5 van de 6 auto’s toen al verplaatst waren en dat mocht een wonder genoemd worden. Hoe hebben die chauffeurs at begrepen? Cor vertelde dat er alleen nog een blauwe Dacia in de weg stond.

Na rust riep hij nog om dat er een bos autosleutels was gevonden. ‘Sleutels van een Renault, af te halen in de bestuurskamer’, was te horen. Gek dat ik dat ineens wel kon verstaan, want de wind waaide nog altijd en inmiddels was het ook nog gaan regenen en hagelen. Zou het dan eerder allemaal aan mijn oren gelegen hebben?